Generatie Alles

Geen generatie gaat verloren

Degenen die begin jaren tachtig afstudeerden, werden vanwege de hoge werkloosheid bij voorbaat afgeschreven. Dertig jaar later zitten ze alsnog stevig in het zadel. Nu de arbeidsmarkt opnieuw stagneert, dreigt een nieuwe lichting buiten de boot te vallen. Zal de geschiedenis zich herhalen?

Medium groene kinderen van lubbers 2

‘Jullie kunnen alles worden, als je maar je huiswerk kent. Maar je moet geduldig wachten tot je later groter bent’, zong Stef Bos in zijn bescheiden hitje Is dit nou later uit 1990. Het is nu later. Je behaalde je master, liep stage en deed buitenlandervaring op, maar de arbeidsmarkt zit niet op je te wachten. Sterker nog, daar heeft men de handen vol aan het in juiste banen leiden van reorganisaties en ontslagrondes die - als gevolg van een crisis die nu al jaren voortduurt - nodig zijn om het hoofd zo lang mogelijk boven water te houden en de schade tot een minimum te beperken

Geen werk betekent geen financiële zekerheid en weinig kans op een betaalbare woning. De vooruitzichten zijn somber en het einde van de crisis is nog lang niet in zicht. De overeenkomst met de situatie in de vroege jaren tachtig is evident en de media lijken het vooralsnog niet moe te worden die te benadrukken. Ook destijds kwam de economie (onder meer door de oliecrisis van 1979) in zwaar weer terecht, liep de werkloosheid in hoog tempo op en ontstond er een schrijnend tekort aan woonruimte - waar met name jongeren last van hadden.

Vanwege het gebrek aan toekomstperspectief en de totale uitzichtloosheid waarmee de indertijd opgroeiende jongeren geconfronteerd werden, kregen ze achteraf het label 'Verloren Generatie’ opgeplakt. Het is maar de vraag of die benaming recht doet aan een groep waarvan het merendeel dertig jaar later alsnog goed terecht is gekomen en of die één-op-één over te zetten is naar de genoemde lichting net afgestudeerden.

Immers, hoe verloren waren de jongeren die opgroeiden aan het begin van de jaren tachtig? Het zal voor hen ongetwijfeld geen pretje zijn geweest om de gekoesterde ambities en grootse verwachtingen die onlosmakelijk verbonden waren aan het vooruitgangsdenken dat sinds de Tweede Wereldoorlog school had gemaakt, gedwarsboomd te zien door het stagneren van de economische groei. Daar stond tegenover dat de jongeren - mede dankzij de inspanningen van de door hen verguisde babyboomers en het linkse beleid van de jaren zeventig - aanspraak konden maken op een pakket aan sociale voorzieningen, dat nimmer uitgebreider was (en ook nooit meer zo omvangrijk zou worden).

Met het oog op de toekomst waren de vooruitzichten weinig rooskleurig, maar daar stond een uitgebreid uitkeringenstelsel, een royale studievergoeding en een ruimhartig beurzenbeleid tegenover. Daar kwam ook nog eens bij dat er indertijd nauwelijks limieten aan de studietijd waren verbonden. Oftewel, de pas op de plaats die de jongeren noodgedwongen moesten maken, was niet alleen een beperking, maar bood ook kansen en opende nieuwe perspectieven. Opeens konden ze zich verenigen op grond van gedeelde behoeften, interesses en idealen. En dat met volledige inzet, zonder zich te hoeven bekommeren om hoe ze in hun levensonderhoud zouden moeten voorzien (en zonder andere beslommeringen).

Van de gevestigde orde dachten jongeren weinig tot niets te verwachten te hebben. Was er een tekort aan woonruimte? Dan bestond de mogelijkheid tot kraken. Er waren voldoende leegstaande panden die voor tijdelijke bewoning in aanmerking kwamen. Hoe een en ander organisatorisch in zijn werk ging? Dat leerden ze proefondervindelijk (en met hulp van mensen die al enige ervaring hadden). Hoe je een interne infrastructuur moest opzetten om de communicatie en distributie te regelen? Daarvoor werd de hulp ingeroepen van bestaande organisaties en actiegroepen. Wilden ze optreden of exposeren? Dan deden Amsterdamse woon/werkplaatsen als Wijers, W139 en galerie Aorta dienst als ateliers, expositieruimte en podia voor creatieven die een mogelijkheid zochten om te opereren buiten de gangbare kanalen van galerieën, musea en poppodia. 'Doe het zelf’ stond hoog in het vaandel.

'Die mentaliteit’, zegt Marleen Stikker, zelf student in de jaren tachtig en nu directeur van cultureel onderzoeks- en innovatiecentrum Waag Society, is ook precies het autonome dat de jongeren van de jaren tachtig kenmerkt. 'We worden de “Verloren Generatie” genoemd, maar dat zie ik zelf niet zo. Liever zou ik ons een “Autonome Generatie” noemen. Hoewel we niet terug konden grijpen op bestaande structuren besloten we voor het vormgeven van ons leven zelf het heft in handen te nemen. Dat is een beweging die toen in gang is gezet en die ik nog steeds op allerlei terreinen zie terugkeren.’

En inderdaad, als je kijkt naar de reactie van jongeren op de inperking van hun speelruimte, dan zie je ook in deze tijd weer een ongekende inventiviteit. Je zou bijna van een instinctieve reactie of reflex kunnen spreken. Toen zzp'ers twee jaar geleden de gevolgen van de crisis begonnen te merken en steeds minder opdrachten kregen, droogden hun financiële reserves langzaam op. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering zat er vanaf dat moment niet meer in en ziek worden was niet langer een optie. Totdat een aantal freelancers bedacht dat je door het oprichten van een 'broodfonds’ (een collectief met een begrensd aantal deelnemers, waarvan elk lid maandelijks een klein bedrag op een gezamenlijke rekening stort) in afzonderlijke gevallen de grote verzekeringsmaatschappijen omzeilt, en de ergste klappen opgevangen konden worden.

Diezelfde zzp'ers organiseren zich overigens ook steeds vaker in groepen die gezamenlijk opdrachten binnenhalen en deze vervolgens onder de individuele leden verdelen. Ook bij de creatieven zie je tegenwoordig weer culturele broedplaatsen ontstaan die in veel opzichten lijken op de woon/werkplaatsen van dertig jaar eerder. Kunstenaars die zich vanwege de bezuinigingen van de afgelopen jaren geen atelier meer kunnen veroorloven, kunnen terecht in creatieve laboratoria waar ze tegen een kleine vergoeding hun ideeën kunnen verwezenlijken. Voor hen is crowdfunding een manier om hun projecten onder de aandacht te brengen, te financieren en een bestendige band met hun aanhang op te bouwen.

Waar het niet bij de pakken gaan neerzitten, maar het overwinnen van obstakels de grote overeenkomst is tussen beide generaties, daar lijkt de bereidheid tot protest (of het gebrek daaraan) het grote verschil. In de jaren tachtig waren jongeren nog massaal bereid de barricaden op te gaan om ruchtbaarheid te geven aan zaken die hen niet bevielen. Tegenwoordig gebeurt dit nauwelijks meer. Dat heeft ertoe geleid dat de huidige generatie met de regelmaat van de klok een gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid en een doorgeschoten vorm van individualisme verweten wordt.

Journalist en publicist Ariane Kleijwegt wil zo ver niet gaan, maar probeert in haar artikel 'Veel werklozen, weinig protest’ (NRC Handelsblad, 15 mei 2013) duidelijk te krijgen waarom jongeren tegenwoordig niet meer de straat op gaan. Volgens Kleijwegt waren jongeren in de jaren tachtig pessimistischer over hun toekomst en waren ze als groep homogener, waardoor ze in het geheel eerder bereid waren tot actie over te gaan. Daarnaast stelt ze dat de huidige generatie te trots is om toe te geven dat de huidige situatie eigenlijk nauwelijks nog vol te houden is.

Voor elk van deze punten valt veel te zeggen, maar geen ervan biedt een afdoende verklaring voor het uitblijven van grootschalige maatschappelijke onlusten. Het zou eerlijker zijn te stellen dat door het wegvallen van het sociale vangnet en de geleidelijke disciplinering van studerende jongeren (van tempo- en prestatiebeurs naar sociaal leenstelsel) het eenvoudigweg onmogelijk geworden is je voor langere tijd tegen het systeem te verzetten.

Maar waar de jongeren in de jaren tachtig hun onvrede over het inperken van hun mogelijkheden door middel van georganiseerd protest tot uitdrukking brachten, daar staan de huidige generatie de zegeningen van het internet en de sociale media ter beschikking, met behulp waarvan uitdrukking gegeven kan worden aan gevoelens van onbehagen. Als je het zo bekijkt, is het vrij logisch dat jongeren van nu een positiever beeld hebben van de toekomst dan hun leeftijdgenoten van dertig jaar geleden die alleen de publieke ruimte hadden om hun emoties te uiten. En kijkend naar de geschiedenis is er alle reden om hoopvol te zijn.

De zogenaamde 'Verloren Generatie’ doet het - ondanks een periode van ongeveer tien jaar waarin ze nauwelijks aan de bak kwam, maar waarin ze wel in alle vrijheid haar talenten kon ontplooien - over het algemeen erg goed en bekleedt nu de posities waar ze de inmiddels afgezwaaide babyboomers om benijdde. Veel van de woningen die indertijd uit noodzaak gekraakt werden, zijn in de loop van de jaren tachtig en negentig door de gemeente van de oorspronkelijke eigenaar opgekocht, gerenoveerd en voor een betaalbare prijs aan de toenmalige bewoners aangeboden. Het zou wel eens heel goed kunnen zijn dat jij, wanneer de economie eindelijk weer aantrekt en er voldoende banen beschikbaar komen, dankzij je voortreffelijke cv en je gestapelde ervaring in de beste positie verkeert om daar als eerste de vruchten van te plukken.