Geen gewoon duiveltje

Hoor ‘m eerst op een koptelefoon, Adamson ontregelt direct. Gitaar en drums slaan langzaam maar zwaar aan. Adamsons stem komt van twee sporen, een dringt door het linker-, de andere door het rechteroor het hoofd binnen. Een fractie van een seconde verschil maakt dat de hersenen geen grip krijgen op de gebromde woorden. Het klikken van speeksel brengt ze nog dichterbij.

Barry Adamson legt de situatie uit, hij zingt: ‘Ik zie mezelf maar zie me niet. Twee brandende ogen die het niet eens zijn. Terwijl in de schaduw iemand elke minieme beweging die ik maak gadeslaat.’ Altijd hetzelfde, staat hij vrolijk te glimlachen in een grasveld, is er altijd weer die duistere figuur die hem vanuit de schaduw van een boom onheilspellend toegrijnst.
Ondertussen dringt een luchtig deuntje uit een xylofoon zich op en brengt de muziek op het refrein van het nummer 'Can’t Get Used To Losing You’. Adamson draait de uitspraak om en zingt: 'I can’t get loose to using you’. Toch, zegt hij, is het zijn voornemen om te stoppen die andere, duistere helft in zijn leven toe te laten. Helaas helaas, het lukt maar niet. In de schaduw staat telkens weer een duistere figuur hem uit te lachen om zijn klunzige pogingen de vrijheid op te zoeken.
Barry Adamson was eens lid van Nick Cave’s Bad Seeds, het genootschap dat zich toelegde op de stimulatie van onbewuste angsten en verlangens binnen het publiek. Toen hij de kunst eenmaal beheerste, stapte Adamson uit de band en legde zich toe op de productie van de muziek van niet-bestaande films. Zijn nieuwste cd As Above So Below bestaat voornamelijk uit pop- en jazzliedjes, maar blijft even geheimzinnig als de voorgangers.
Die figuur in de schaduw. In het tweede nummer stapt hij het zonlicht in en zingt jazzy: 'Ik voel me goed. Ik voel me gemeen. Is het niet triest dat op een dag alles in vlammen op zal gaan.’ Hij is hier op aarde aanwezig, zo zingt hij opgewekt, om de gang van de geschiedenis te veranderen. Op een jazzdeuntje.
Maar, weten wij: 'Die twinkelt in zijn ogen, zal de duivel wezen.’ Mooie klanken als in een film verleiden de luisteraar het derde nummer in. Bij de volgende nummers ('Come Hell or High Water’ en 'Jazz Devil’) weten we het zeker: het is een duivel die nu de big band onderdrukt en haast fluisterend uit de boxen laat komen. De verontrusting uit het eerste nummer is afgenomen, Adamson doet een duiveltje na. Net als we in slaap worden gesust door weer een jazzliedje met bekende motieven als katten, steegjes en een hotel, slaat met een knal de tweede helft van de plaat in. Precies raak.
'And still I rise’, roept Adamson over een breakbeat, afscheurende gitaarakkoorden en een chaotische troep van elektronische effecten. Steeds meer lawaai maakt dat Adamson ook steeds krachtiger moet roepen. 'And still I rise’, blijft het standvastig klinken als hij een waanzinnige speech begint die met zijn kracht de rappertjes van nu toch enigszins moet verontrusten. 'It is I Anaestheus the king of lust, king of all that is unjust putting ideas into the minds of men.’ Geen gewoon duiveltje dus.
Helemaal los is-ie nu. De bassen van de volgende nummers doen de boxen trillen. Een roekeloze autorit over Fifth Avenue eindigt in een botsing, die het begin van het einde vormt: 'Jesus Wept’ brengt verdraaide stemmen. De muziek verandert in de teringherrie van een vreselijk luidruchtige fabriek. Dan draait de muziekband van zijn spoel en klinkt alleen nog een zoet gitaartje. Rustige stemmen zeggen welkom. Alsof we nu echt het einde hebben bereikt van de verkeerstunnel die ook al op de hoes staat afgebeeld.
Trap er niet in! Net hebben we nog de tanden gezien van de wezens die in Adamson leven. 'Die twinkelt in zijn ogen zal de duivel wezen.’

  • Mitchel Froom - Dopamine. Producers krijgen een steeds grotere bek. En dat is maar goed ook, want daarom horen we op deze cd onder meer Suzanne Vega (logisch want zij is Mevrouw Froom), Sheryl Crow, Lisa Germano, Mark Eitzel en Ron Sexsmith. Vreemde ritmes drijven een mix van pop en jazz die godzijdank eindelijk weer eens heel eigen en oorspronkelijk klinkt.