Het belastingparadijs. Waarom hier niemand belasting betaalt - behalve u

Geen gezeik, iedereen rijk

Volgens de Britse ­socioloog Colin Crouch is de jaarlijkse eredienst voor de markt in het Zwitserse Davos net zo hypocriet als de jezuïtische grootinquisiteur uit Dostojevski’s De gebroeders Karamazov die bevrijdingstheologie prevelt. Grootkapitaal heeft net zo weinig met markt van doen als jezuïeten met bevrijding. Het zijn ideologieën in de ware zin des woords: valse wereld­beschouwingen die private deelbelangen verhullen achter morele vertellingen die publieke waarden suggereren.

Martin van Geest, Joost van Kleef, Henk Willem Smits, Het belastingparadijs. Waarom hier niemand belasting betaalt - behalve u, EUR 19,95

Wie 35 jaar na de ruige bevrijding van Thatcher en Reagan bij het horen van het woord neoliberalisme nog altijd denkt aan markten, gelijke speelvelden, schumpeteriaanse entrepreneurs en innovatie moet zich laten nakijken. Zo maken Martin van Geest, Joost van Kleef en Henk Willem Smits duidelijk in Het belastingparadijs: Waarom niemand hier belasting betaaltbehalve u. De neoliberale werkelijkheid is er een van geknechte burgers, die zuchten onder de knoet van hebzuchtige staten die zijn verworden tot uitvoeringsorganen van het grootkapitaal. In de woorden van Grijpstra en De Gier: je hebt patsers en je hebt sukkels. U hoeft maar naar uw belastingformulier te kijken om te weten wat u bent.

De cijfers liegen er niet om. In 1981 bedroeg het hoogste vennootschapsbelastingtarief in de oeso 61,5 procent (Finland), het laagste 33 procent. In 2010 was het hoogste tarief 39,5 procent (Japan) en het laagste 12,5 procent (Ierland). In Nederland bedroeg de vennootschapsbelasting in 1981 48 procent, in 2010 nog maar 25,5. Let wel: dat zijn nominale belastingtarieven. De effectieve belastingdruk – het tarief dat bedrijven werkelijk betalen – was volgens Pricewater­houseCoopers 18,8 procent. Gemiddeld! Wat een veel hoger tarief voor het mkb impliceert, omdat de meeste grootbedrijven via belastingparadijzen als Nederland en fiscale constructies als de double Dutch en de Dutch sandwich hun reële belastingdruk tot verwaarloosbare proporties (nul tot vijf procent) reduceren.

Het gevolg is dat het grootbedrijf steeds minder bijdraagt aan het onderhoud van de materiële (wegen, spoorlijnen, havens) en immateriële (kennis, rechtszekerheid, bestaanskwaliteit) infrastructuur waar het voor zijn winstgevendheid van afhankelijk is. Op de totale belastingontvangsten van 208 miljard euro in 2002 was negentien miljard afkomstig uit de vennootschapsbelasting. In 2012 was dat op de belastingontvangsten van 250 miljard euro gedaald tot vijftien miljard. Geen wonder dat de bijdrage van de inkomstenbelasting aan de schatkist in tien jaar tijd is verdubbeld.

Zonder het woord neoliberalisme te laten vallen, hebben de jongens van Quote het werk gedaan dat normaliter al lang door linkse partijen, linkse academici, linkse vakbonden of linkse media zou zijn gedaan. Namelijk een niets verhullend, zeer confronterend en toegankelijk boek schrijven over een van de schrijnendste politiek-economische kwesties van dit moment: de parasitaire belastingmoraal van het groot­bedrijf en de hoerigheid van Nederlandse politici, fiscalisten en advocaten die dit, in ruil voor een helersfooi van minder dan een miljard, aldus de auteurs, niet alleen faciliteren maar ook nog eens politiek verdedigen.

Zo heeft staatssecretaris Weekers het onlangs bestaan om een clowneske motie van pvv’er Van Vliet aan te nemen die de Nederlandse regering oproept om de betiteling van Nederland als belastingparadijs actief te bestrijden. En dat ondanks de aanwezigheid van 14.300 brievenbusmaatschappijen die op jaarbasis bruto 10.200 miljard euro wegsluizen – zeventien keer het Nederlandse bruto binnenlands product en ongeveer een vijfde van het mondiale product.

Het boek begint met een korte schets van de geschiedenis van het Nederlandse belasting­paradijs. Nooit zo bedacht en nooit zo bedoeld, is de geboorte van het paradijs bepaald door contingenties als de ontdekking van olie in Venezuela, de vestiging van een raffinaderij op Curaçao, de ontwikkeling van een offshore bank door Koninklijke Olie om de oliedollars te verwerken. Vrijwel alle Nederlandse trustbedrijven hebben hun wortels in de vooroorlogse Antillen.

De kern van het boek is hoofdstuk vier, in quotiaanse stijl getiteld F*ck de fiscus, waar de auteurs in jip-en-janneketaal de voornaamste bouwstenen van de fiscale technieken uitleggen die Nederlandse fiscalisten en advocaten aan hun internationale clientèle slijten. De meest gebruikte is het laten neerslaan van inkomsten uit deelnemingen (dividenduitkeringen) in jurisdicties die een zogenaamde ‘deelnemingsvrijstelling’ kennen. Een andere techniek is het gebruik van verschillen in belastingheffing op royalty’s of intellectueel eigendom. Weer een andere is het gebruik van verschillen in de fiscale behandeling van schulden en rente.

Hussel daar fiscale douceurtjes voor stichtingen en coöperaties doorheen, voeg een scheutje fiscale inschikkelijkheid in de vorm van rulings toe en de schijn van respectabiliteit van keurige Nederlandse advocatenkantoren, accountants en trustmaatschappijen en – voilà – je hebt het grootste en meest succesvolle belastingparadijs ter wereld.

Hoewel je de auteurs moeilijk van linkse sympathieën kunt betichten, komen zij in hun oordeel over het Nederlandse belastingparadijs tot exact dezelfde conclusies als erkend ‘linkse’ organisaties als Somo, Oxfam en Tax Justice Network. Belastingontwijking benadeelt andere jurisdicties, maakt een farce van het gelijke speelveld dat een markt hoort te zijn en wentelt de kosten voor het onderhoud aan de publieke zaak af op de kleine man. Zelfs verhalen over de fiscaal gastvrij onthaalde dictators uit donker Afrika en wreed Azië ontbreken niet.

Maar getrouw aan hun quotiaanse reputatie van vrije jongens is het toch vooral het ongelijke speelveld dat het moet ontgelden. Waarom het grootbedrijf niet en de vrije jongen wel. En daarmee mondt dit goed gedocumenteerde, belangrijke, politieke brisante maar ook wat al te jolig geschreven boek, dat hier een daar uitglijdt over vette anekdotes (over Roel Pieper (116), Freek de Jonge (136), Gerard Reve (127), Arnon Grunberg (128)), uit in een liberaal-populistisch pleidooi voor geen gezeik, iedereen rijk. Mij zeer sympathiek, maar – gezien de tegenstand – politiek ook wat naïef.

Joost van Kleef, Martin van Geest en Henk Willem Smits

Het belastingparadijs: Waarom niemand hier belasting betaalt – behalve u

Atlas Contact, 256 blz., € 19,95