Pendelende Turkse bejaarden

‘Geen gezeur meer’

Turkse arbeidsmigranten die in de jaren zeventig naar Nederland en Duitsland trokken, brengen op hun oude dag vaak de helft van het jaar weer door in hun geboortedorp. Wie zorgt daar voor hen? De burgemeester van Bahadin heeft alvast een zorgcentrum geregeld.

Medium hh 54771375
Antalya, Turkije © Guus Pauka / HH

Als je Demet Akpinar enkele jaren geleden had gevraagd om mee te werken aan een ouderenzorginstelling in haar geboortedorp Bahadin, in het Turkse binnenland, had ze meewarig het hoofd geschud: daar is volstrekt geen behoefte aan. Inmiddels weet ze beter. Ze groeide op bij haar grootouders in Haarlem. Na hun pensionering pendelden die jarenlang tussen Nederland en hun geboortestreek. Ze is voorzitter van de alevitische vereniging (liberale sjiïtische moslims) en ziet dat een groeiende groep eerste generatie migranten tot op hoge leeftijd hetzelfde doet: de zomermaanden brengen ze in Bahadin door en in de wintermaanden wonen ze in Nederland, in de buurt van hun kinderen en kleinkinderen. ‘Zowel Nederland als Turkije, waar ze zijn geboren, is hun thuis geworden. Maar mensen die dertig, veertig jaar in Nederland wonen, vertrouwen de ouderenzorg in Turkije niet’, leerde Akpinar. ‘En hoe ouder ze worden, hoe meer ze zich realiseren dat toegang tot flexibele ouderenzorg belangrijk is.’

De Turks-Nederlandse cultureel antropoloog Ibrahim Yerden zag tijdens het schijven van zijn proefschrift Tradities in de knel: Zorgverwachtingen en zorgpraktijk bij Turkse ouderen en hun kinderen in Nederland dat de traditionele zorgverwachtingen aan het kantelen zijn. Eerste generaties Turkse migranten mogen hun ideaalbeelden koesteren: de kinderen zorgen voor je op de oude dag, maar ze zijn tevens realistisch. Ze begrijpen dat wat zij van oudsher gewend zijn niet meer volledig mogelijk is. En dat dat heus geen onwil is. Hun kinderen en kleinkinderen werken zich een slag in de rondte.

In de vijftien jaar die Yerden in zijn vrije tijd aan zijn onderzoek werkte, volgde hij dertig Turks-Nederlandse families. ‘Het zijn de nieuwe omstandigheden als kleinere huizen, schoondochters die buitenshuis werken en de beschikbaarheid van professionele en flexibele zorg die ouder wordende migranten ertoe dwingen hun ideaalbeelden bij te stellen’, ervoer hij gaandeweg. ‘En vrouwen gaan daar doorgaans flexibeler mee om dan mannen.’ Maar hij zag ook die andere verandering: ‘Ze ervaren geleidelijk aan ook hun eigen kracht.’ Daarbij hoort hun toegenomen mobiliteit. De mogelijkheid om na hun pensioen deels ook in hun geboortedorp te leven. In de sociale wetenschap wordt pendelen transnationaal of duaal wonen genoemd.

Yerden komt net als Akpinar uit Bahadin, in het Anatolische hartland van Turkije. De politieke onrust tussen linkse en rechtse activisten die resulteerde in een militaire coup eind 1980 dreef hem naar Nederland. Toen hij lange tijd later naar zijn geboortedorp terugkeerde, zag hij dat de bevolking alarmerend was vergrijsd. Van de huidige bewoners is 62 procent ouder dan 55 jaar. Gedurende het gehele jaar telt het dorp 2300 huishoudens met 2900 leden. In de zomermaanden stijgt dat aantal tot boven de zesduizend.

Die tijdelijke terugkeerders zijn vrijwel allemaal arbeidsmigranten die in de jaren zeventig grotendeels naar Nederlandse en Duitse steden trokken, zoals Haarlem, Den Haag, Berlijn, Mainz en Stuttgart. Een belangrijk deel is inmiddels met pensioen. Ze bleven met elkaar verbonden via alevitische verenigingen in hun nieuwe vestigingsland en de jaarlijkse vakanties in het geboortedorp. Yerden: ‘Door de samenballing in de zomerperiode van al die oudere mensen hing de vraag in Bahadin al wat langer in de lucht: wie gaat er voor hen zorgen? Pendelaars en achterblijvers hebben een gedeelde problematiek.’

Yerden verzamelde een bonte waaier van actieve mensen om zich heen: burgemeester Dilaver Özcan van Bahadin, dorpsbewoners en oud-dorpsbewoners, hun kinderen en kleinkinderen in de diaspora, zowel in Turkije als in Europa. Samen richtten ze de stichting ‘Oud worden in Bahadin’ op. Er volgde een intensieve periode van overleg in Duitsland en Nederland en in het dorp zelf. Met steeds de centrale vragen: hoe gaan jullie met de oude dag om en hoe zien jullie de zorg? En hoe kunnen de ervaringen van migranten in Europa met professionele en flexibele ouderenzorg in Bahadin in praktijk worden gebracht?

Wat Hans Becker zich vooral herinnert van het bezoek dat hij er op uitnodiging van Yerden bracht, was de bedrukte stemming die er aanvankelijk heerste onder de mannen en vrouwen die er het hele jaar wonen. ‘Eenzame mensen waarvan de kinderen in het buitenland zitten of ergens in Turkije en voor wie het schrikbeeld opdoemde dat ze opgesloten worden in een bejaardentehuis.’ Becker is oud-bestuursvoorzitter van Humanitas en voormalig buitengewoon hoogleraar humanisering van de zorg. In augustus 2016 opende hij zijn eigen zorglocatie voor ouderen in Rozenburg, in het Botlekgebied, op basis van zijn geluksmodel voor ouder worden: eigen regie, eigen actieve inbreng, een positieve sfeer en een familiegevoel.

‘Je moet bejaarden niet op een soort misère-eiland wegstoppen. Je moet het leuk maken, de nadruk leggen op wat ze wél kunnen’

‘Met mijn bezoek hoopte ik te voorkomen dat in Turkije dezelfde fouten werden gemaakt als in Nederland’, vertelt Becker. ‘Je moet bejaarden niet op een soort misère-eiland wegstoppen. Je moet het leuk maken, de nadruk leggen op wat ze nog wél kunnen.’ Akpinar merkte dat dat zo’n beetje ook de sleutelbegrippen zijn die ze uit de gesprekken destilleerde met Turkse ouderen in Nederland en in Bahadin: geluk, kunnen kiezen, vrijheid, zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen – zowel in Nederland als in Turkije. ‘Ze hebben geen pasklaar antwoord op de vraag hoe ze oud willen worden, maar ze hebben wel een idee welke voorwaarden belangrijk zijn. Daar hoort ook het pendelen tot op hoge leeftijd bij.’

De zon zorgt voor een behaaglijke temperatuur als ik op de terrassen van de eenvoudige koffiehuizen tegenover het gemeentehuis van Bahadin probeer te onderscheiden wie een pendelaar is en wie het jaar rond in het dorp woont. Als ik bij een tafel aanschuif, krijg ik vliegensvlug een glas Turkse thee geserveerd. Welkom in Bahadin. Wat vind je van ons mooie dorp? Gazi Derican (79) buigt zich naar mij over, vriendelijke ogen in een gerimpeld gezicht. Hij werkte in de metaal in Stuttgart, zijn vrouw in de textiel. Ze kregen vier kinderen en hebben inmiddels negen kleinkinderen die allemaal in Duitsland wonen, zegt hij met trots. Hij is altijd vergroeid gebleven met zijn geboortedorp en verblijft er graag. De laatste jaren weer permanent.

Ook Durak Çaliskan (75) uit Den Haag maakt een ontspannen en tevreden indruk. Hij werkte in de bouw, zijn vrouw deed de huishouding. Hij heeft twee paspoorten, een Turks en een Nederlands, en vindt het ‘fantastisch’ dat hij de vrijheid heeft om te kiezen waar hij wil wonen. In oktober, als de tijd dringt voor zijn medische controles, keert hij naar Nederland terug. Later leer ik van Elif Çaliskan (75), zijn vrouw, dat ze sinds zijn pensionering jaarlijks vijf maanden in Bahadin doorbrengen. ‘Hij heeft hartproblemen en voelt zich zichtbaar fitter in het dorp dan in Den Haag. De lucht hier doet hem goed.’ Het is een verhaal dat ik vaker hoor, in het dorp van de pendelaars zelf, maar ook van de kinderen en kleinkinderen in Nederland. In het geboortedorp hebben de ouders en grootouders minder pijntjes en zijn ze actiever.

Bahadin is een gemeentelijke bundeling van zeven woonwijken, die tot 2009 afzonderlijke dorpskernen vormden. Ze liggen verstrooid in het weidse Anatolische land, de graanschuur van Turkije. In de koude wintermaanden waait bijtende wind de sneeuw bijeen; de binnenwegen zijn weken onbegaanbaar. In de zomermaanden is het er overdag verschroeiend heet, pas na zonsondergang zorgt de wind voor enige verkoeling. In vier wijken wonen overwegend alevieten, de andere drie worden bevolkt door soennieten, meer orthodoxe moslims. De alevieten zijn trots op het vrijzinnige karakter van hún dorp. Het is een van de weinige plekken in de oerconservatieve en religieuze Anatolische provincie Yozgat waar nog openlijk alcohol wordt geschonken. Er is een bar in de hoofdstraat, een restaurant met zwembad aan de buitenrand. ’s Avonds parkeren artsen uit het zeventig kilometer verderop gelegen academische ziekenhuis van Yozgat er hun Volvo’s en bmw’s voor de deur. Zo ontsnappen ze, lichten ze toe, even aan de verstikkende sfeer in de provinciehoofdstad.

De eerste generatie migranten heeft fors geïnvesteerd in de geboortestreek. De afgelopen decennia verrezen er comfortabele, vrijstaande huizen met meerdere verdiepingen, omzoomd door ruime tuinen met een hek eromheen. De kinderen zouden er immers ook terugkeren. Dat geeft Bahadin eerder het aanzien van een slaperig provinciestadje dan van een traditioneel dorp met fluisterende populieren, boerenhuizen en een propperig dorpsplein. En inmiddels staat er, met geld uit de eigen achterban, een zorgcentrum met twaalf kamers, een open keuken met restaurantbestemming omgeven door een omvangrijke tuin. Het is de aanzet van wat moet uitgroeien tot een ouderenzorginstelling met drie pijlers: zorg in het zorgcentrum, thuiszorg in de eigen woning in Bahadin, en flexibele zorg voor pendelende migranten: maaltijden, huishoudelijke hulp, thuiszorg.

Burgemeester Özcan van Bahadin tempert zijn trots als hij mij door het zorgcentrum rondleidt: een verbouwd atelier van de middelbare beroepsschool dat leegstond. De ziel van hoe het moet worden waait er al rond. De kamers zijn ingericht en wachten op de eerste ouderen. In het restaurant moet het een komen en gaan worden van vaste én dorpsbewoners. Via een bevriende burgemeester van een deelgemeente in Istanbul heeft hij heesters en struiken gekregen voor de verdere aanplant van de tuin. Tientallen vrouwen uit het dorp zijn via cursussen vertrouwd gemaakt met het idee dat ze straks vrijwilliger kunnen worden in het zorgcentrum.

Eigenlijk hadden de directeur, het verzorgend personeel, een kok, chauffeur en de schoonmakers er ook al moeten zijn, maar de uitzonderingstoestand die sinds de mislukte staatsgreep van 2016 in Turkije van kracht is, gooit roet in het eten. ‘De stichting Oud worden in Bahadin is in Haarlem geregistreerd en het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken traineert, zich beroepend op de uitzonderingstoestand, onze aanvraag om een Turkse afdeling in Bahadin te vestigen’, zegt burgermeester Özcan. ‘Zonder die rechtspersoon kunnen we niet van start en een beroep doen op eventuele Europese gelden.’

‘Het eerste jaar voelde ik me eenzaam. De levensstijl hier is zo anders dan wat ik gewend ben in Nederland’

Bahadin is geen uitzondering in het algemene beeld van hoe migranten oud worden. Van de niet-westerse allochtonen in Nederland (2.173.723) is 20 procent ouder dan 50 jaar en daarvan is 28 procent 65-plus, dat zijn 118.057 mensen. 22.712 van hen hebben een Turkse achtergrond, 22.993 een Marokkaanse. Als je Turkse Nederlanders vraagt of ze migranten kennen die na hun pensioen pendelen, dan is het antwoord steevast: jazeker. Toch is over aantallen niets bekend. Ook is niet bekend of het meer voorkomt onder Turkse dan onder Marokkaanse migranten, aldus Roelof Schellingerhout van het onderzoeksbureau kba in Nijmegen. Voor het tienjarig bestaan van het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (noom), september vorig jaar, bundelde hij onderzoek en demografische gegevens in een handzaam overzicht: Migrantenouderen in cijfers. ‘De groep niet-westerse ouderen is ondervertegenwoordigd in databestanden en daardoor tamelijk onzichtbaar in onderzoek. Over pendelende ouderen is zo goed als niets in kaart gebracht.’

Dat is ook de ervaring van cultureel antropologe Anoeshka Gehring, die dit jaar promoveert op onderzoek naar Pensioners on the Move. ‘Niemand heeft enig idee van hun omvang en er is geen organisatie in Nederland die zich er specifiek op toelegt.’ Tijdens haar onderzoeksreizen naar Turkije ontdekte Gehring dat aan het besluit om te gaan pendelen de nodige discussies vooraf gaan. De uiteindelijke beslissing omschrijft ze als een negotiated commitment van de echtelieden. Mannen willen doorgaans graag permanent terug naar het geboorteland, licht ze toe, vrouwen vinden dat vaak geen fijn vooruitzicht. ‘Ze koesteren de band met de kinderen en kleinkinderen, en hechten aan de verworven vrijheden in Nederland. Zeker als ze teruggaan naar een dorp waar ze weer deel uitmaken van een gesloten netwerk.’ Gehring stuitte op een derde argument: migrantenoma’s voelen zich in tegenstelling tot migrantenopa’s verantwoordelijk voor de zorg van de kleinkinderen. Ze ontlasten graag hun dochters en schoondochters die drukke levens hebben met een baan.

Elif Çaliskan zegt dat als het leven in Bahadin haar man niet zo goed zou doen ze korter in Turkije zou blijven. Ze mist haar familie in Den Haag. Sati Yerden (62) nam in 2016 de beslissing om zich in de zomermaanden bij haar man te voegen. Sinds hij werkloos raakte, runt hij het boerenbedrijf van zijn inmiddels overleden vader in Bahadin. ‘Het eerste jaar voelde ik me eenzaam’, zegt Sati, ‘de levensstijl hier is zo anders dan wat ik gewend ben in Nederland.’ ‘Mannen voelen zich juist vrijer in het dorp, ze hebben aanspraak aan elkaar, een sociaal leven’, valt Döndü Akpinar (58) uit Wateringen haar bij. Ze reist regelmatig naar Bahadin voor haar ouders. ‘Mannen willen rust, geen gezeur aan hun hoofd. Voor vrouwen geldt dat ze in het dorp grote huizen en grote tuinen moeten onderhouden, het werk is nooit klaar.’

De Haarlemse ex-wethouder Joyce Langenacker (pvda) had tot voor twee jaar geleden nog nooit van het verschijnsel transnationaal of duaal wonen gehoord. ‘Het speelt zich volledig buiten de radar van beleidsmakers af.’ Tot ze betrokken raakte bij een dreigende uithuiszetting van een bejaard Marokkaans echtpaar. Ze verbleven langer dan zes maanden in het buitenland en verspeelden zo hun recht op een sociale huurwoning, meende woningcoöperatie Pré Wonen. ‘Een aantal raadsleden sprak mij daarop aan.’

In 2016 stelde de rechter de huurders in het gelijk, maar door de casus realiseerde Langenacker zich hoe ‘complex’ het pendelen is voor de woningmarkt. ‘We hebben het over een onbekend aantal mensen die hun woning een deel van het jaar leeg laten staan – in eigen eigendom of van een woningbouwcoöperatie die regels stelt – én over de toegenomen krapte op de woningmarkt.’ In gesprekken met migrantengroeperingen stelde de Haarlemse wethouder de vraag: wat weerhoudt je ervan om naar een ander type woning te gaan? De belangrijkste reden, leerde ze, is dat het vaak om grote gezinnen gaat die elkaar willen ontmoeten in het ouderlijk huis.

Langenacker, die sinds begin dit jaar burgemeester is van Ouder-Amstel, is er niet uit hoe de specifieke situatie van pendelende ouderen vervlochten kan worden met de bredere woonvisie van gemeenten. ‘Maar er moeten toch woonvormen denkbaar zijn die aan de wensen van pendelende ouderen tegemoet komen en de druk op de woningmarkt verlichten?’ Tegelijkertijd, waarschuwt ze, moeten we niet doen of pendelen enkel door migranten wordt gedaan. ‘In Haarlem zijn autochtone senioren die te lang in Spanje woonden uit hun sociale huurwoning gezet. Dat wist ik tot voor kort ook niet.’

Ibrahim Yerden voorspelt dat transnationaal wonen zeker de komende decennia een structurele zaak blijft. ‘Op korte termijn moet de wet- en regelgeving dan ook op de schop’, meent hij. ‘Er kan bijvoorbeeld flexibeler worden omgegaan met de zesmaandengrens dat een sociale huurwoning leeg mag staan door een regeling te bedenken voor onderverhuur tijdens de periode dat ouderen pendelen.’ Een ander idee is volgens hem dat gemeenten kleinere huizen aanbieden aan pendelaars, in buurten waar ze nu wonen zodat ze hun sociale contacten niet verliezen. Of dat er groepswoningen voor pendelende ouderen komen. Maar Yerden bleef ook de antropoloog en richtte het tijdschrift Ouder worden en de samenleving op. In het Turks, omdat hij voor een breed publiek in zijn geboorteland wil documenteren hoe de ervaringen zijn met flexibele ouderenzorg van de eigen migranten uit Europa in een Turks dorp.

Demet Akpinar, voorzitter van de alevitische vereniging in Haarlem, zegt dat de portee van de ouderenzorg die ze op eigen kracht in het Turkse Bahadin van de grond tillen pas goed tot haar doordrong tijdens een radio-interview in oktober. Ze was uitgenodigd om mee te praten over de dringende oproep van de Nederlands-Marokkaanse schrijver en publicist Mohammed Benzakour om passende oudedagsvoorzieningen voor moslimmigranten zoals zijn ouders in Nederland op te zetten. Een van zijn voorstellen is om expats uit de herkomstlanden in te vliegen die qua taal én geloof verwant zijn aan de oudere moslimmigranten. ‘Zijn mond viel open van verbazing toen ik vertelde hoe wij in gesprekken het traditionele beeld hebben opengebroken dat de kinderen voor je zorgen op je oude dag. Aanvullende professionele ouderenzorg kan ook een zegen zijn voor migranten.’