geen grenada’s meer Noord-Amerika laat Zuid-Amerika met rust

Geen Grenada’s meer

In Zuid-Amerika leidt de door de VS gewenste democratisering tot regeringen die niet meer luisteren naar de «Washington-consensus» van IMF, Witte Huis en Wereldbank. Wat doet Amerika daaraan?

FORT LAUDERDALE – «Het is belangrijk dat we niet excessief lang praten, maar ook daden stellen», aldus Condoleezza Rice afgelopen week op de algemene vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), die voor het eerst in 31 jaar werd gehouden op Amerikaans grondgebied.

Tijdens haar speech wist Rice al dat haar missie hopeloos zou worden. Voordat afgevaardigden naar Florida afreisden, was reeds duidelijk dat het permanente controleorgaan dat Rice voor ogen had er niet zou komen. Het orgaan had niet alleen toezicht moeten houden op de democratie in de 34 OAS-lidstaten, maar ook de bevoegdheid moeten krijgen om te interveniëren in crisissituaties zoals in Haïti en Bolivia. De belangrijkste Zuid-Amerikaanse landen waren tegen, niet alleen Venezuela. Het was het bekende verhaal: bang voor ongewenste inmenging in binnenlandse zaken. In het land dat de VS het meest nadrukkelijk dwarsligt, Venezuela, liet president Hugo Chavez triomfantelijk via de radio weten: «Zo, ze willen de Venezolaanse regering gaan controleren via de OAS. Laat me niet lachen. De tijden waarin de OAS een instrument was van de regering in Washington zijn voorbij!»

Weinigen keken op van dit diplomatieke debacle. In Amerikaanse dagbladen die Zuid-Amerika op de voet volgen, zoals de Nuevo Herald, vroegen commentatoren zich zelfs af hoe de Amerikanen het in hun hoofd hadden kunnen halen dat zo’n orgaan zou worden geaccepteerd door de leden van de OAS. The New York Times concludeerde: «In een regio waar jarenlang de opdrachten uit Amerika braaf werden opgevolgd, is dit verrassend.»

Hoewel niet meer zo verrassend is het gemak waarmee landen in de regio tegenwoordig kritiek op Amerika durven te uiten toch opvallend. Joaquín Roy, hoogleraar aan de Universiteit van Miami die al jaren de relatie tussen Amerika en zijn zuiderburen volgt: «Latijns-Amerika heeft momenteel totaal geen prioriteit in het Witte Huis of het Congres. Er is ook geen enkele strategie. De regeringen aldaar weten dat en gebruiken die desinteresse voor binnenlandse consumptie. De kiezers smullen van anti-Amerikaanse retoriek. En ze begrijpen dat zolang ze geen directe bedreiging vormen voor de nationale veiligheid van de VS types als Chavez en Toledo, de president van Peru, alles kunnen zeggen. Chavez gaat bij voortduring lachend met Castro op de foto of met een Iraanse hotemetoot. Maar hij kondigt niet aan drugstransporten te gaan organiseren, al-Qaeda uit te nodigen of de olie alleen nog maar aan China te verkopen.»

Toch is er meer aan de hand dan alleen een diplomatiek fiasco. Hoewel ze had gehoopt op een officieel orgaan ter bescherming van de democratie maakte Rice in Florida duidelijk dat de VS nu een andere lijn willen volgen. «Democratie vereist ook dat relaties met buren helder en transparant zijn. Er zouden geen pogingen mogen zijn om zich te bemoeien met de zaken van je buren», aldus Rice. Ze doelde onder meer op de bemoeienis van Venezuela met het door een burgeroorlog verscheurde buurland Colombia.

Rice’ verbod op inmenging leidde on middellijk tot honende opmerkingen in de wandelgangen van de OAS-vergadering. Amerika is immers het land dat zich, sinds de Spaans-Amerikaanse oorlog in 1898 en de imperialistische ambities die de toekomstige president Roosevelt daar als soldaat op het slagveld meekreeg, dagelijkse bemoeit met de interne affaires van ieder land in de regio. Roosevelt heeft zelfs eens stellig verklaard dat «het hele westelijk halfrond tot de Amerikaanse invloedssfeer behoort».

Maar na honderd jaar is dit wel degelijk voorzichtig aan het veranderen. Want hoewel tweederde van Zuid-Amerika’s export naar Amerika gaat, bevestigen Rice’ opmerkingen een nieuwe politieke status-quo. En het ziet ernaar uit dat het louter retoriek is. Het lijkt erop dat Amerika geen regering meer te hulp komt die door vrije verkiezingen in het nauw komt. Ook niet als een populist opstaat met de belofte de armoede te bestrijden op een andere manier dan via de door het IMF en de Amerikaanse regering gewenste liberalisering en privatisering. Zoals Hugo Chavez in Venezuela. Of Luiz Ignació «Lula» da Silva in Brazilië. Zolang veranderingen via democratische weg tot stand komen, zal Amerika, anders dan in de afgelopen honderd jaar, niet direct de belangen van het bedrijfs leven komen beschermen. Geen invasie van Grenada meer, geen militaire operaties meer zoals in Guatemala, Nicaragua, El Salvador of Chili.

Rice benadrukte dat nog eens in een onderonsje met de pers: «Het gaat mij er niet om of regeringen links of rechts zijn, maar of ze democratisch zijn gekozen of niet.» Mannen als Allende hadden van haar dus kunnen blijven. De enige waarschuwing aan het adres van Chavez formuleerde ze zelfs voorzichtig: «De OAS moet in de gaten houden of democratisch gekozen regeringen ook democratisch blijven handelen.»

De angst voor het grote Amerika verdwijnt zodoende. Tegelijk neemt de angst onder de gevestigde machten in Zuid-Amerika toe. In Fort Lauderdale vroeg de afgevaardigde van Nicaragua bijna wanhopig aandacht voor de benarde positie van zijn regering. Links zou de macht wel eens kunnen overnemen, net zoals onlangs gebeurde in Uruguay.

Joaquín Roy van de Universiteit van Miami: «De man brult tevergeefs. Als de OAS al niet in Bolivia wil ingrijpen, waar de vraag naar hulp heel begrijpelijk is, dan zal de organisatie al helemaal niet in Nicaragua ingrijpen, waar de linkse oppositie in relatieve rust de macht waarschijnlijk zal overnemen.»

De vraag of Chavez zich werkelijk zal ontpoppen als de boef die Amerika al lang in hem ziet, doet er eigenlijk niet meer toe. In de omringende landen – waar links niet regeert – zit de schrik er goed in. De gigantische inkomensongelijkheid die het werelddeel teistert, kan de politieke en economische elite uiteindelijk de kop kosten.

In zijn bombastische «Bolivariaanse Revolutie» doet voormalig legerleider (en couppleger) Chavez in Venezuela, voor het eerst in de geschiedenis van dat land, een poging de olieopbrengsten ook ten goede te laten komen van de bezitsloze onderklasse. En terwijl in grote delen van de wereld de klassenstrijd dood is verklaard, trekken demonstranten in Bolivia de dassen van zakenmannen van hun nek, uit protest tegen «de elite» en de «vrienden van het buitenlands grootkapitaal». Werkelijk eerlijke verkiezingen zullen de politieke macht van de elite in Bolivia zonder enige twijfel verpulveren.

Dat de oude en vertrouwde zogeheten Washington Consensus nu op zijn laatste benen loopt, is niet volgens alle Amerikanen slecht. Mark Weisbrot, mededirecteur van het Center for Economic & Policy Research in Washington, herinnert eraan dat het inkomen per hoofd van de bevolking in een land als Brazilië tussen 1960 en 1979 met 160 procent is gestegen. «Als die groei zich had doorgezet, zou de levensstandaard inmiddels die van West-Europa hebben benaderd. Maar het is sindsdien maar met een achtste van die snelheid gegroeid. In 2003 kromp de economie in Brazilië zelfs. Toch heeft de Washington Consensus, van IMF, Witte Huis en Wereldbank, ervoor gezorgd dat Brazilië een overschot op de overheidsbegroting heeft van vier procent en dat de centrale bank de rente torenhoog houdt. Terwijl Amerika zelf in korte tijd een groot tekort heeft laten ontstaan om de economie te stimuleren na de lichte depressie van 2001. Moet je voorstellen dat wij hier een rente van zo’n tien procent hadden gehad in de jaren direct na 11 september. Dan zaten we nu met de gebakken peren. Niet dat Lula direct het goede antwoord heeft op de problemen van inkomensongelijkheid en economische groei, maar laten we toch in godsnaam hier in Amerika eens toegeven dat ook wij niet weten wat goed is voor Latijns-Amerika.»

De Paraguayaan Dario López Desvars, die als voorzitter van de ngo Casa de la Juventud was uitgenodigd naar Fort Lauderdale te komen, heeft zijn hoop nadrukkelijker dan Weisbrot op de nieuwe linkse leiders van het continent gevestigd. López Desvars: «Met de democratie gaat het relatief goed. In 1974 waren er op de vergadering van de OAS in Amerika bijna louter afgevaardigden van dictaturen, vaak gesteund door Amerika. Nu komt iedereen uit een democratie, dikwijls daadwerkelijk met de steun van de bevolking. Het probleem van Zuid-Amerika is niet meer de democratische controle, maar de nog altijd schrijnende armoede. Daar zou het eigenlijk over moeten gaan. Maar ja, dat is natuurlijk het kruis van alle regeringen. Er is nog weinig hoopgevends te vertellen. Gelukkig zorgt Chavez er in ieder geval voor dat dit niet wordt vergeten. Hij zorgt voor onrust. Daar houden politici en diplomaten niet van. Ik wel. Want alleen onrust biedt hoop op veranderingen.» López Desvars is namelijk ongeduldig: «De vrije markt zorgt op de lange duur voor economische groei. Dat horen we uit Washington en van onze eigen leiders. Maar die welvaartstijging zie je nog nergens in Zuid-Amerika. Terwijl een klein deel van de bevolking leeft in obscene rijkdom, sterven er mensen van honger en armoede. Daar kun je niet onverschillig over blijven.»

Steun voor hem komt uit onverwachte hoek. Hoewel president Bush benadrukte dat de weg naar voorspoed «vaak lang en moeilijk is», roemde Rice «het ongeduld van patriotten»: «Het was pas in mijn eigen leven dat de Verenigde Staten het recht van iedereen om te stemmen garandeerden», waarmee ze haar jeugd in gesegregeerd Alabama in herinnering bracht. «Dus ik begrijp persoonlijk het ongeduld met de snelheid van democratische hervormingen waaraan zoveel mensen op dit halfrond ruchtbaarheid geven. Dit ongeduld is ook een machtige motor voor hoop. Tenslotte waren het ongeduldige patriotten die de democratische transformatie van Latijns-Amerika en de Cariben gestalte gaven. En het zullen dezelfde ongeduldige patriotten zijn die ervoor zorgen dat op een dag iedere burger van de Amerikaanse landen zal delen in de volle zegeningen van de democratie. Ongeduld kan een schitterende deugd zijn.»