Geen halve beweging

In ieder geval nog te zien in Bewegingstheater-werkplaats Los in Maastricht, 043-253933.
Het zaaltje is zwartgeschilderd. Er is een vierkant fort van hout in gebouwd: een hoge achterwand, drie lage ‘muurtjes’. De danseres is al bezig als we binnenkomen. In een hard en kaal licht: 42 neonstaafjes. We hebben hier te maken met iemand die weinig te verbergen heeft.

De danseres begint te bewegen op muziek van Lou Reed. Ze vertelt ons daarna het motief voor deze voorstelling. Ze danst al zo'n achttien jaar. En dit theater in de hoofdstedelijke Nes heeft haar gevraagd om een solo te maken. Over waar ze nu staat in de (in haar) dans. Nou, en daar staat ze dan. We horen opnieuw een hartverscheurend mooi lied van Lou Reed (‘Magician, take me away’). De danseres klapt een paar keer met haar volle gewicht snoeihard tegen de achterwand, en ze laat zich heel eng op de vloer vallen. Je snapt intuitief meteen iets van wat de danseres later zal uitleggen: 'Aan een half woord heb je soms genoeg, aan een halve beweging nooit.’ Ze doet vervolgens iets ruigs met een microfoon over haar lijf, demonstreert wat een 'lange beweging’ en een 'korte twist’ van elkaar onderscheidt.
Dan komt er opeens een meneer binnen met een accordeon. De meneer heet Josef, hij heeft de droeve ogen van een natgeregende poedel. Hij wordt voorgesteld als de broer van de danseres. Wat hij natuurlijk niet is. Artistiek zijn ze een beetje uit elkaar gegroeid, zegt de danseres. Josef demonstreert dat met een populistisch moppie Jordaanfestival. Nu barst de voorstelling echt los.
Al 1 heet de avond, en dat kan van alles betekenen. De danseres heet Wies Bloemen. Ze is niet meer de jongste, en achttien jaar dans hebben hun sporen op dat fascinerende zwaaiende en zwenkende lichaam achtergelaten. Met de accordeonist begint ze een soort duel. Het instrument ademt en hijgt net zo hard als de danseres. De commentaren tussendoor werken fascinerend. Bloemen denkt te veel tijdens het dansen, er zijn almaar geluiden in haar hoofd. Nu wil ze een keer onbescheiden dansen, waarbij ze de geluiden in haar hoofd bezweert met haar lijf. Resultaat is een ritmische choreografie van blote voeten tegen de achterwand en gehandschoende handen op de vloer. En weer is er die ontroering van het begin, toen Lou Reed de tovenaar smeekte om hem mee te nemen, en Wies Bloemen met haar lijf geen halve maatregelen nam.
Daarna is er ruimte voor rust. Wies Bloemen zoekt met haar lichaam de vloer op. De dansvloer als grote trooster. Vervolgens doet ze een vertraagde armbeweging waarbij ze in de microfoon veel mooier hijgt dan de accordeon. Het is de overwinning van het lichaam op het instrument. De accordeonist neemt besmuikt afscheid. 'We bellen nog’, zegt hij.
Daarna de apotheose. Terwijl een strijkquintet van Brahms aanzwelt, trekt Wies Bloemen een blauwe jurk aan. En ze begint te bewegen. Lange bewegingen volgen op korte twisten. De armen strekken zich en trekken naar binnen. Alsof de danseres de kosmos haar lichaam inzuigt, haar verteert, en daarna weer op de vloer neerlegt. Dans stelt dans voor. Niks meer, niks minder.
Dan geschiedt het wonder van de avond. 'Jullie zitten wel heel dichtbij’, zei Bloemen aan het begin. Nu haalt ze ons nog dichterbij. Terwijl achter de houten muur Josef zijn accordeon met Brahms mee laat huilen, stapt Wies Bloemen op de randen van het houten fort. Daar laat ze zien hoe dansen, schrijden en contact zoeken met een vloer er van dichtbij uitzien. Terwijl Brahms’ strijkers en de accordeon samen huilen, terwijl Wies Bloemen van dichtbij laat zien hoe mooi een bewegend mensenlichaam is, wint het opzwellend theaterlicht het van de neonstaafjes. En als de danseres de laatste meters houten muur heeft bereikt, wordt alles donker. Het is gedaan.
Ik hoorde dat Al 1 een weekje in Frascati 3 stond, en daarna nog een paar keer in Maastricht. Maar deze eenvoudige solo verdient een uitgebreidere tournee. Ze is een van de mooiste lofzangen op de dans als pure kunst die ik in tijden zag.