Geen hamlet

Nog te zien in Zürich, Lausanne, Edinburgh en Parijs
BERLIJN - Een droom: Hamlet in de regie van Peter Brook. Het podium is leeggeruimd, vierkant, magistraal uitgelicht. Eromheen staan wat stoelen, daarop gedrapeerd: lappen, een rode kimono, een bleke schedel. Zeven acteurs komen op. Met in hun ogen een vastberaden blik: vanavond spelen wij het Stuk der Stukken.

Het zaallicht blijft aan. Een van de acteurs zegt zachtjes: ‘Qui est là’ ('Wie is daar?’). De eerste zin van het stuk. Nu de realiteit van de avond. Shakespeare’s Hamlet wordt niet gespeeld. Er komt een acteur op - Bruce Myers, een Peter Brook-speler - en hij zegt: 'Ben je een literaire fijnproever, ga dan meteen naar huis, geef toe dat je je in het adres hebt vergist.’ Geen Shakespeare. Een citaat. Van Edward Gordon Craig, een toneelvernieuwer van deze eeuw. Kort daarop klinkt de openingszin: 'Qui est là?’ Begint de Hamlet dan toch nog? Ja. En: nee! Er komt meteen weer een citaat van een toneelvernieuwer. 'Het zou goed zijn af en toe iets te proberen. Of het lukt of niet, dat is niet belangrijk. Doe het! Bijvoorbeeld met Shakespeare.’ Daarna: opnieuw Hamlet. Maar weer een citaat. Is dit een voorstelling? Of een citatenavond?
We zijn in Berlijn. In de Schaubühne, ooit het belangrijkste podium van deze stad, nu een toneelhuis waar de muffe stank van verrotting hangt - 'something rotten’, geen slechte plaats om Hamlet te spelen. Maar verdomme, ze spélen Hamlet niet! Het speelvlak is leeggeruimd, kaal, en inderdaad magistraal uitgelicht. De zeven acteurs en actrices zijn geregisseerd door Peter Brook. Hun voorstelling heet niet Hamlet maar Qui est là. En binnen een tijdsbestek van twee uur spelen ze scènes uit Shakespeare’s meesterwerk. Daaromheen citeren ze teksten van belangrijke theatermakers uit deze eeuw.
Qui est là is een avond over acteren. In flarden wordt het verhaal verteld van de koningszoon die iets te lang detective wilde spelen tijdens het ontmaskeren van zijn moordzuchtige stiefvader. Daarnaast krijgen we omstandig te horen hoe complex de acteerkunst is. In de loop van de avond wordt de plot van Shakespeares stuk verstopt achter acteurs die ingewikkeld doen over hun vak. De toeschouwer raakt in moeilijkheden: met welk probleem moet ik me identificeren? Met de zoon die de moordenaar van zijn vader zoekt? Of met de acteur die niet weet hoe om te springen met het dubbele bewustzijn van 'spelen’ en 'zijn’?
De Afrikaanse acteur Sotigui Kouyaté slaapwandelt over de houten vloer: de geest van Hamlets vader, en ik verlang naar Hamlet. Bruce Myers mompelt iets over hoe ingewikkeld het is om een dronken mens te spelen, hij zet een mal petje op, en ik verlang naar Hamlet. Ik zie het eeuwige joch David Bennent het beroemde advies aan de acteurs spelen ('regel je woord naar je gebaar, je gebaar naar je woord; vergeet niet wat je taak is: de natuur een spiegel voor te houden’), en ik verlang naar Hamlet. Yoshi Oida speelt de monoloog van de toneelspeler (de klaagzang van Hecuba) in het Japans. Ik hou op naar Hamlet te verlangen. Het zal er niet meer van komen.
Qui est là is gemaakt volgens een ogenschijnlijk eenvoudige, maar bij nader inzien verdomd ingewikkelde formule: zeven acteurs doen een poging het meest gespeelde toneelstuk aller tijden opnieuw tot leven te brengen. En laten belangrijke regisseurs uit deze eeuw (Stanislavski, Brecht, Meyerhold, Gordon Craig, Artaud) commentaar geven. Dat commentaar is naadloos in Hamlet versneden. De formule werkt niet. Gewoon omdat Hamlet voortdurend wordt lastiggevallen door acteurs die aan zijn kop komen zeuren. Het is van tweeën één. Of je ensceneert een bonte avond waarop de belangrijkste regisseurs van deze eeuw terugkijken op wat ze hebben gemaakt en gewild. Of je speelt Hamlet. De produktie Qui est là doet geen van beide. Met een soort serene heiligheid (hier gebeurt iets belangrijks) gaat de voorstelling tussen een mooie tekst en een stel intrigerende uitvoerend kunstenaars in zitten. Met als resultaat: veel ruis, weinig toneel. En vooral: geen Hamlet.