Theater

Geen happy end in Athene

Theater: Oresteia

Aan het einde van de door Johan Doesburg geregisseerde Oresteia triomfeert niet de godin van de wijsheid Pallas Athene, maar staat de schim van de wraaklustige Klytemnestra dreigend ergens hoog in de lucht. Voor Doesburg is het einde van deze trilogie geen loflied op de overwinning van de idealen van de rechtsstaat boven de gruwelijke bloedwraak. Hij ziet het meer als het begin van een volgende ronde in de worsteling tussen wreken en verzoenen. Nu is er een redelijk lijkende oplossing: er wordt een rechtbank ingesteld in Athene om bloedige conflicten te beslechten. Maar dat wil niet zeggen dat een volgende keer de emoties van geweld en wraak niet weer zullen overwinnen.

De zeer humanistische Griekse toneelschrijver Aischylos schreef zijn drieluik over de Atriden in 458 voor Christus. In deel 1 Agamemnon wordt de koning van Argos bij zijn terugkeer uit Troje vermoord door zijn vrouw Klytemnestra met hulp van haar minnaar Aigisthos. Het tweede deel Offers laat zien hoe Klytemnestra’s zoon Orestes op instigatie van zijn zuster Elektra bloedig wraak neemt op zijn moeder en haar minnaar. Het derde stuk heet hier – sarcastisch of ironisch? – Engelen. Orestes wordt achterna gezeten door de wraakgodinnen, de Furies. Pallas Athene wil de ketens van eeuwigdurende wraak en weerwraak breken door instelling van een geregelde rechtbank gevormd uit de burgers van Athene. De Furies worden veranderd in Engelen en zullen niet meer onder de grond wonen, maar in een mooie tempel.

Als Aischylos’ drie stukken compleet worden gespeeld, is dat meestal een pleidooi voor de wet, redelijkheid, verlichting en zelfs democratie. Dat is niet de inzet van de voorstelling die het Nationale Toneel geeft in een met tribunes volgebouwde kerk in Scheveningen. De tekst is opnieuw (uit het Grieks!) vertaald en bewerkt door Janine Brogt. Hij klinkt heel duidelijk en vaak eigentijds, soms op het komische af, als het koor van Furies vraagt: «Krijg ik nog respect?» De «nieuwe goden» worden tegenover de «oude goden» gesteld, net zoals wij voortdurend om de oren worden geslagen met «nieuwe politiek» tegenover «oude politiek», alsof nieuw per definitie beter is.

Ook de voorstelling is eenvoudig en helder. Uit een koor van dertien acteurs en actrices, gekleed in nu eens zeer fraaie, zwarte of witte, uniseks gewaden (Rien Bekkers), maken zich een voor een de protagonisten los. Blikvanger is een flamboyante, stralend rode Klytemnestra (Marie-Louise Stheins). Zij is de vertolkster van het principe van wraak. De anderen doen niets anders dan haar bevechten. Tevergeefs. Zelfs dood blijft zij nog om wraak roepen. Haar eigen zoon Orestes moet het ontgelden.

Het is echter geen meeslepende voorstelling, geen overweldigende ervaring. Het publiek zit op hoge houten tribunes om een simpel speelvlak. We kunnen alles goed volgen en er ook nog bij nadenken. We horen ook hoe onzinnig en vrouwvijandig sommige argumenten zijn. Pallas Athene wijst de eisen van Klytemnestra af, omdat zij – geboren uit het hoofd van Zeus – nu eenmaal niets met vrouwen heeft: «Een moeder zegt mij niets./ Ik ben alleen mijn vaders kind.» De schending van de huwelijksband (door Klytemnestra) moet worden afgewogen tegen de schending van de band van het bloed (door Orestes). Patriarchaat komt in de plaats van matriarchaat. Het zijn onmogelijke dilemma’s. Wat we ook doen om er een rationele draai aan te geven, emoties, rancunes, wraakgevoelens liggen altijd op de loer.

Deze versie van de Oresteia gaat niet direct over de actuele politiek. Toch heeft hij veel met onze huidige wereld te maken. In ex-Joegoslavië, vlakbij de oorsprong van dit Griekse drama, bleken eeuwenoude wraakgevoelens sterker dan wat voor redelijke argumenten ook. In deze zin polemiseert Johan Doesburg met de 2500 jaar oude humanist Aischylos. Helaas lijkt de geschiedenis Aischylos geen gelijk te geven, gelukkig de toneelgeschiedenis wel.

Oresteia

Het Nationale Toneel, tot en met 27 mei in de Lourdeskerk te Scheveningen. www.nationaletoneel.nl