Interview met Wim Helsen

Geen hoop op beterschap. Dat biedt troost

Het tweede programma van de Vlaamse cabaretier Wim Helsen, Bij mij zijt ge veilig, is het relaas van een manipulatieve machtswellusteling die zijn gehoor opzweept tegen een denkbeeldige vijand. Hoe boos is het ‘cynische huftertje’ werkelijk?

‘Vind je mijn pak mooi eigenlijk?’ vraagt Wim Helsen. Hij draagt een donkerblauw slank gesneden pak met fijne lichtblauwe lijntjes. ‘Ik ga steeds meer pakken dragen. Deze heb ik nog aan omdat ik gisteren in de Stadsschouwburg was bij de uitreiking van de Toneelprijzen. En vanavond ga ik naar de nieuwe voorstelling van Sanne Wallis de Vries.’ Heb je dan hetzelfde aan als gisteravond? Ook hetzelfde overhemd?

Wim Helsen: ‘Ja, anders moest ik zoveel kleren meezeulen naar Amsterdam. Ik heb ondertussen wel geslapen en gedoucht, hoor.’

Helsen drinkt koffie verkeerd en eet een broodje kaas op een terras in Amsterdam. Hij verslikt zich en even is hij bang dat hij de hik krijgt, maar die zet niet door. ‘Gisteren had ik ook al de hik.’ Hij blijft er redelijk kalm onder.

Over een paar uur heeft hij een afspraak met het weekblad Vrij Nederland, waardoor hij is benaderd voor een column. ‘Wat mij betreft wordt dat een column over fictieve wetenschappers en hun theorieën, uitvindingen en levensverhalen.’

Zoals de columns die je vroeger schreef voor de Belgische radio?

‘Zoiets ja.’

Die wetenschappelijke columns werden tot een paar jaar geleden elke vrijdagavond voorgelezen in het Vlaamse Radio 1-programma Jongens & Wetenschap. Alle mogelijke vraagstukken werden erin behandeld: hoe komt het dat wetenschappers zich in de steek gelaten voelen door de werkelijkheid? Hoe moeten we kerstsfeer definiëren? Wat is de herkomst van belachelijk gedrag? Op deze laatste vraag liet Helsen historisch psycholoog Jonas van Duyn een helder antwoord formuleren: belachelijk gedrag begon bij de oude Egyptenaren, dat is duidelijk te zien in de hiërogliefen. ‘Niet alleen uit hun kleding, maar ook uit de houdingen waarin ze zich lieten portretteren blijkt dat Egyptenaren een groot deel van de tijd belachelijk zaten te doen’, aldus de professor.

‘Ik zou graag wetenschapper zijn geweest’, zegt Helsen. ‘Wiskunde, chemie, fysica, biologie, toen ik de leeftijd had dat je daarvoor kon kiezen zag ik er het nut niet van in. Ik was er ook niet goed in. Nu is dat anders, nu interesseert het me enorm.’

Later blijkt de column in Vrij Nederland niet door te gaan. Helsen: ‘De redactie wilde graag een band met de actualiteit.’ Wie houdt van grappen over de politieke actualiteit heeft bij een voorstelling van Wim Helsen weinig te zoeken. Zijn tweede cabaretprogramma Bij mij zijt ge veilig is het surrealistische relaas van een manipulatieve machtswellusteling die zijn gehoor als een ware volksmenner opzweept tegen een denkbeeldige vijand. Associaties met bestaande politici dringen zich op, maar die blijven onbenoemd. De voorstelling, die al even juichend werd ontvangen als zijn eersteling Heden soup!, is dit seizoen in reprise gegaan. Tot en met mei staat Helsen drie tot vier keer per week in de Vlaamse en Nederlandse theaters. Tussen de optredens door leest hij gedichten voor in de Belgische Man bijt hond (‘die veel beter gemaakt is dan de Nederlandse, zeg ik er maar bij, en niet omdat het Belgisch is’) en binnenkort maakt hij zijn acteerdebuut in de speelfilm Dirty Mind van Peter van Hees.

Je hebt het behoorlijk druk.

‘Dat gaat wel. Vier optredens per week blijken het maximum, voor mijn stem, fysiek, en om een leven te hebben naast het optreden. Maar ik krijg er ook energie van. Het houdt me in beweging, zoals dat heet. Anders zou ik toch maar thuis op de bank liggen.’

Echt?

‘Ja, ik neig naar volstrekte lethargie. Een dag kan voor mij zo voorbij zijn met wat lezen of muziek luisteren. Zelfs het plan om naar de winkel te gaan om vijf tomaten te kopen schiet er dan bij in.’

Wat lees je dan?

‘De laatste tijd veel Jan Arends. Die heeft een paar van de prachtigste dingen geschreven die er zijn, vooral omdat die zo volstrekt illusieloos zijn. Begrijp je?’

Nee.

‘Geen hoop op beterschap. Dat biedt troost vind ik.’

Omdat je het dan ook niet meer hoeft te proberen? Dan kun je op de bank blijven liggen en niets doen.

‘Ja.’

Maar dat doe je niet.

‘Er zit gelukkig genoeg levensplezier in mij om dat niet te doen. Juist als je het hopeloze van alles inziet, kun je met een gerust hart dingen ondernemen. Gewoon omdat je daar plezier aan beleeft. En omdat er bewogen en gepresteerd moet worden en je betekenis moet hebben voor andere mensen. Omdat je moet bestaan.’

Tot zijn dertigste verdiende Helsen nooit meer dan duizend euro per maand. Hij werkte als schoonmaker, bankbediende, bandwerker, Tupperware-verkoper, sociaal werker, bouwvakker, museumgids, leraar Nederlands voor anderstaligen, redacteur bij Radio 1 en cafébaas. ‘Overal waar ik werkte zocht ik naar manieren om niet te veel te hoeven werken. Dan verdien je minder, natuurlijk. De rest van de tijd zat ik te lezen of te suffen of op terrasjes met vrienden.’

Was je toen ongelukkig?

‘Niet constant. Maar wel steeds meer.’

In 1998 begon hij samen met Randall Casaer het cabaretduo Vrolijk België, dat hetzelfde jaar het Kortrijkse Humorologie-concours won. In 2000 werd het duo ontbonden, ‘vanwege redenen’, zo meldt Helsen op zijn website. Helsen: ‘Een belangrijke reden was dat we op het punt stonden om veel te gaan spelen in de theaters in Vlaanderen. Daarvoor moesten we allebei op z’n minst tijdelijk onze baan opgeven, wat geen gemakkelijke beslissing was. Ik werkte bij de radio en Randall was tekenaar. Intussen waren we ons steeds meer bewust geworden van wat we wel en niet wilden. En dat bleek niet helemaal gelijk te lopen.’

Casaer bleef tekenen en werd Helsens coach.

Helsen: ‘Randall helpt me om te doen wat nodig is om aan een voorstelling te beginnen. Gewoon door me dagelijks te vragen: hoe lang heb je er vandaag aan gewerkt? Ga je het morgen doen? Hoe laat ga je eraan beginnen? Zo heb ik ook vrienden aan wie ik dat soort vragen stel. Mijn beste vrienden zijn allemaal lethargici eigenlijk. Want die hebben tijd om vriend te zijn.’

Hoe verloopt de dag voor een optreden?

‘Ideaal gesproken vertrek ik op tijd met een chauffeur – ik heb een paar vrienden in de buurt die mij om beurten chaufferen – want die is dan op een bepaald tijdstip bij mij thuis, dus dan móet je wel vertrekken. Dan kun je geen uur meer naar de radio zitten luisteren. In het theater lopen we de techniek na, gaan we eten en daarna wandelen. Als er dan nog tijd is, smijt ik mijn lichaam los met een paar strek- en werpoefeningen die Randall mij geleerd heeft.’

Helpen die tegen de zenuwen?

‘Nee, als ik last heb van zenuwen, bezoek ik mijn angst. Dan stel ik me het ergste voor wat kan gebeuren. Uiteindelijk blijkt dat altijd mee te vallen. Stel je voor: ik heb een paar black-outs, ik speel echt heel slecht, het publiek gaat mij haten op den duur, dan is dat twee uur later een klein traumatisch ervarinkje geweest, maar ja.’

Nog erger is het volgens mij als die voorstelling is opgenomen en tot in den treuren wordt uitgezonden op tv. Of dat je bang wordt bij een volgende voorstelling weer een black-out te krijgen, waardoor dat natuurlijk juist gebeurt en je op den duur een fobische angst ontwikkelt voor het publiek en het podium. Die angst zou zelfs zo ver kunnen gaan dat je niet eens meer de straat op durft.

‘Ja, dat is waar. Dat is nog erger. Je bent blijkbaar goed in het uitdiepen van angstscenario’s.’

We zwijgen lang en kijken naar de passerende bootjes in de gracht. ‘Ik zou ook wel zo’n bootje willen’, zegt Helsen dan. ‘Ik vind dat gezellig.’ Ik zeg dat bijna iedereen in Amsterdam een bootje heeft, dat met warm weer al die bootjes tegelijk door de grachten varen en dat het dan stikt van de vrouwen in bikini en mannen met blote buiken.

Ik bedoel, ik vind niet dat mensen altijd maar moeten doen waar ze zin in hebben, ook niet als het écht heel warm is.

‘Dat zijn mensen met minder schaamtegevoel dan wij.’

Voor iemand die snel last heeft van schaamte heb je een van de moeilijkste beroepen gekozen.

‘Ik zie dat bij veel theatermakers en cabaretiers. De interessantsten, of degenen die het meest laten gebeuren in een zaal, zijn de mensen bij wie ik veel angst en schaamte vermoed. Dat maakt dat ze hard werken om iets te maken waar ze echt achter staan. Veel cabaretiers en stand-up comedians hebben succes met materiaal waarvoor ik me zou schamen.’

Omdat je het slecht vindt.

‘Slecht of te goedkoop of te voor de hand liggend. Het is mijn schaamtegevoel dat maakt dat ik harder werk.’

Voor het eerst alleen op het podium, in een café in Gent, legde Helsen de kiem voor het personage in zijn eerste avondvullende voorstelling Heden soup! ‘Ik had een muts opgezet vlak voor ik opkwam. In een bevlieging, uit angst voor het publiek, als een soort helm. De tien minuten die mij toegewezen waren wilde ik voltieren, op zo’n manier dat die kwaadheid belachelijk wordt. Dat resulteerde in een ontploffing van energie in het publiek.’

Tien minuten groeiden uit tot een voorstelling van een half uur, die Helsen in 2002 een tweede plaats opleverde op het Leids Cabaret Festival (na Javier Guzman). Twee jaar later won hij de cabaretprijs Neerlands Hoop met Heden soup!, over een zonderling, gekweld en nogal opvliegend type – met muts – dat zichzelf beschouwt als de nieuwe, maar door de mensheid nog niet als zodanig herkende Messias. Aan mevrouwen in bushaltes deelt hij soep uit met gehaktlettertjes die – in de juiste volgorde opgegeten – een geheime boodschap vormen.

De man in ‘Heden soup!’ hunkert naar een onbereikbare liefde – gepersonifieerd door mevrouwen in bushaltes en Agneta van Abba – die hem uit zijn isolement moet halen. Ervaar je de liefde echt als zo ingewikkeld?

‘Op zichzelf is de liefde heel simpel, denk ik, maar alles wat je er zelf bij bedenkt maakt het ingewikkeld. De figuur in Heden soup! heeft een naïef, onwerelds en half romantisch beeld van wat de liefde moet zijn: zuiver, zoals Abba in de glorieperiode. Perfect mooie mensen die in een aura van wit licht en schitteringetjes samenzijn. Volgens mij zitten we allemaal min of meer opgezadeld met dat idee. Maar ik heb ook wel liefde gevoeld voor mensen die ik nauwelijks ken. Dat was niet meer, sterker of groter dan de liefde die ik voel voor mijn eigen kinderen bijvoorbeeld. Alleen zie ik mijn kinderen dagelijks.

Kinderen veranderen wel veel, natuurlijk. Maar ook met nageslacht ontkom je niet aan je eigen eenzaamheid. Hoe meer je je daarvan bewust bent, hoe beter je met andere mensen kunt omgaan. Dus ook met je eigen kinderen. Dat betekent dat je ze moet loslaten, aanvaarden dat hun pijn jouw pijn niet is. Ze huilen en maken op school dingen mee die zij op dat moment heel erg vinden. Er is niets mis mee om je kind vast te pakken en te zeggen: “Bij papa is alles goed”, maar het getuigt van meer respect om ze verdrietig te laten zijn.’

Wim Helsen (Antwerpen, 1968) is de middelste van drie broers. De jongste is advocaat, de oudste een ‘extreem bevlogen boekhouder’. Vader, vertegenwoordiger in onderdelen voor hogedrukwagens, en moeder, huisvrouw en lerares ‘snit en naad’, stuurden hun zoons naar een rooms-katholieke jongensschool. Daar veranderde Helsen in een ‘onderuitgezakt cynisch huftertje’.

Je ervaringen met het katholicisme zijn niet zo positief, geloof ik.

Wim Helsen: ‘Ook niet extreem negatief. Mijn vader heeft er een trauma aan overgehouden en is verbitterd over de kerk en de pastoors die zijn jeugd hebben vergald. Daar heb ik geen last van. Wel vind ik het zonde als ik denk aan alle tijd en energie die in onze religieuze opvoeding is gestoken en hoe volkomen naast de kwestie dat allemaal was. Niemand werd aangestoken met een religieus gevoel. Het ging alleen maar over regels en de bijbel, en dat op een heel oninspirerende manier.’

Als je vader zo verbitterd was, waarom stuurde hij jullie dan naar een katholieke school?

‘Uit lafheid, omdat het zogenaamd nog altijd de beste scholen waren, omdat iedereen dat zo deed, om niet te radicaal te hoeven breken met zijn ouders, dat soort dingen.’

Op school ben je je zelfvertrouwen kwijtgeraakt, zei je in een interview.

‘Dat heeft vooral te maken met het elitaire, competitieve karakter van die school. Elk trimester kreeg je een rapport met je punten en bij elk vak stond dan ook je positie in de klas. Het ging alleen maar over kopwerk, dingen erin stampen, terwijl je vol energie zit op die leeftijd, en onbevangenheid om van alles te proberen. Nooit werd er ergens over gepraat en met muzikale opvoeding of toneel moest je daar al helemaal niet aankomen. Dat systeem lag mij niet. Op die leeftijd had ik daar nog geen zicht op natuurlijk, dus ging ik elk jaar achteruit in de klas. In het laatste jaar van de middelbare school werd aan iedereen gevraagd wat hij wilde gaan doen volgend jaar. Toen ik zei dat ik misschien wel een theateropleiding wilde doen, Studio Teirlinck in Antwerpen, werd dat door een paar leraren weggelachen en belachelijk gemaakt. Ik was toen zo onzeker dat ik er maar niet aan begonnen ben.’

Een paar weken later, in het restaurant van schouwburg Het Park in Hoorn, is Helsen herstellende van ‘koortsaanvallen en hevige pijnen’. Zijn optredens van afgelopen weekend werden afgelast. Vanavond ging het nog, maar de kans dat hij morgen zal spelen is klein. ‘Heb je niet gehoord dat ik hees was? De pijn begon vorig weekend in mijn lever, straalde uit naar mijn nieren, en toen keihard naar mijn long en boven op mijn schouder. Ik zat als een gek te trillen in bed en kon alleen nog heel oppervlakkig ademen, echt waar.’

Toch is hij wel tevreden: ‘Het publiek was stug de eerste twintig minuten, maar het is mooi als dat tijdens de voorstelling helemaal openbreekt.’

En dat gebeurde. Na enige aarzeling (wat krijgen we nou?) liet de zaal zich enthousiast meevoeren op de absurdistische en apocalyptische fantasieën van Helsens podiumpersonage.

Wim Helsen: ‘De figuur in mijn eerste voorstelling is een verloren gelopen zot. De man in Bij mij zijt ge veilig is gevaarlijker, omdat hij macht kan uitoefenen en dat ook doet. Macht uitoefenen over andere mensen is ook een manier om niet te hoeven toegeven: ik ben ook alleen. De man op het podium kan niet omgaan met verlies, dus maakt hij zichzelf wijs dat hij een leider is, iemand die het beter weet dan alle anderen. Hetzelfde ego zit in het Vlaams Belang, Bush en Osama bin Laden en vroeger in Mao en Hitler. Macho machthebbers van niet-democratische landen nemen, als ze te ver gaan, beslissingen met gevolgen die verschrikkelijk zijn voor heel veel mensen. En ze blijven zichzelf wijsmaken dat ze het juiste doen. Maar zoiets gebeurt net zo goed op het niveau van een baas in een bedrijf of tussen man en vrouw. Deels gaat het over het ontlenen van je identiteit aan je relatie tot iemand anders, en alleen maar daaraan.’

Hoe denk je dat je zelf zou zijn als je helemaal door zou slaan?

‘Ik weet het wel, maar ik wil het liever niet zeggen eigenlijk.’

Een woedend iemand.

‘Ja. Maar ik wil niet zo zijn. En ik wil niet dat mensen dat weten van mij.

Het is een interessante vraag, hoor, maar ik zou die liever stellen dan beantwoorden.’

Die woedende types in je voorstellingen komen niet uit het niets.

‘Die woede is redeloos, maar wat daaraan ten grondslag ligt is een belachelijk, absurd, maar altijd de kop opstekend gevoel van je tekortgedaan weten door de hele wereld. Iets waar veel mensen in meer of mindere mate onder lijden. Hoe meer last ze ervan hebben, hoe gevaarlijker ze worden. In de meest extreme vorm worden dat terroristen die alleen nog in een geconstrueerde wereld leven en volkomen los zijn komen te staan van de werkelijkheid. Dat wil ik niet. Ik denk ook niet dat dat gaat gebeuren, want er zit nu minder woede en verongelijktheid in mij dan tien jaar geleden. Omdat ik er bewust mee bezig ben.’

Misschien zou je wel een man zijn geworden die op de hoek van de straat tegen niemand in het bijzonder staat te tieren, zoals de figuur in ‘Heden soup!’

‘Dat zou je graag horen, hè?’

Ik las ergens dat je een tegenbeweging wil beginnen tegen het Vlaams Belang.

‘Dat moet nog rijpen. Ik moet nog manieren en mensen vinden, want ik wil het anders aanpakken dan het tot nu toe is gedaan. Het gaat mij vooral om het behoud van België, dat er geen afscheuring plaatsvindt tussen het Vlaamse en het Franstalige gedeelte. Omdat ik die tweetaligheid ervaar als een rijkdom. Politici proberen elkaar alleen maar af te troeven in het zo Vlaams of zo Franstalig mogelijk zijn, waardoor ze, zonder dat ze het willen, bijdragen aan de argwaan tussen beide gebieden. Ik zou willen uitgaan van het idee: we willen elkaar vertrouwen omdat we weten dat we er allebei beter van worden. Dan nog zullen er problemen komen, maar het is al een compleet ander uitgangspunt dan: we zitten met elkaar opgezadeld, maar eigenlijk wantrouwen we elkaar.’

Wil je dan een politieke partij beginnen?

‘Het lijkt me duidelijk dat ik niet geschikt ben om zoiets te leiden. Maar je kunt ook aan politiek doen zonder een partij. Ik wil een beweging op gang brengen, niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië, waarin dit idee verder wordt uitgewerkt en uitgedragen zonder dat daar noodzakelijk partijpolitiek aan te pas komt.’

Dat lijkt een manier van invloed uitoefenen die tegenovergesteld is aan de machtswellust in je voorstelling.

‘Eigenlijk wel ja. Zo veel mogelijk angst benoemen en wegnemen.’

Heb je al een idee voor een nieuwe voorstelling?

‘Ik heb er nog verschillende.’

Ze zeggen: goede schrijvers navigeren hun hele leven rond hetzelfde thema. Jij maakt misschien wel elke keer dezelfde voorstelling, over een redeloos woedende persoon die je zelf niet wil zijn.

‘Ik weet het niet. De kans bestaat dat ik daar opnieuw uitkom, toch voorzie ik dat het een andere richting uit zal gaan. Vandaag kwam al een mogelijke titel bij me op: Ik ben de braadkop. Ik denk dan aan een zwartgeblakerde kop. Zoals bij een braadkip. Maar mijn fantasie waaiert nu andere kanten uit dan naar een derde en vierde solovoorstelling. Ik zou bijvoorbeeld ook graag in een theaterstuk spelen.’

Serieus toneel?

‘Ja, daar houd ik ook van, hoor. Van sommige groepen dan, want er zijn er ook belachelijk veel die niks te betekenen hebben, maar wel zomaar geld krijgen. Omdat ze weten hoe ze een subsidieaanvraag moeten invullen.’

Helsen gaat op in een scheldkanonnade over ‘dat cerebrale, steriele subsidietoneel’, herneemt zich dan en zegt: ‘Gek dat ik me daar nu ineens kwaad om maak.’

Wim Helsen, Bij mij zijt ge veilig. Tournee door België en Nederland tot en met 25 mei.[www.helsen-williams.be](http:// www.helsen-williams.be)