Kunst

Geen identiteit zonder demonen

KUNST Collectie DLD

Wat is een kunstenaar zonder demonen? Kunst komt voort uit magisch-rituele praktijken waarbij demonen worden opgeroepen teneinde ze te bezweren. Desondanks werd het Duitse expressionisme uit het begin van de twintigste eeuw in Nederland aanvankelijk niet gewaardeerd. Nederlandse recensenten vonden het lelijk, grof, tendentieus, kakelbont, gruwelijk, onbeschaafd, ziek, enzovoort. Wellicht had dit ook daarmee te maken dat ons land tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal was gebleven en daarvan dus ook niet de verschrikkelijke gevolgen ondervond. De maatschappelijke situatie en tegenstellingen waren hier lang zo schrijnend niet als in Duitsland, waar men zich in de kunst dan ook vaak uitte door middel van een felle schreeuw. Toch begon het reeds vroeg internationaal georiënteerde Haags Gemeentemuseum al in de jaren twintig met de aanleg van een Duitse collectie. Deze is inmiddels bijzonder breed en bestaat onder meer uit een speelse abstracte kleurencollage van Schwitters (1922), een sereen zeegezicht van Nolde dat ongeëvenaard geaquarelleerd is, poëtisch-melancholieke juweeltjes van Paul Klee, bijtende grafiek van Otto Dix, die als voormalig soldaat na de Eerste Wereldoorlog de gruwelen van het slagveld in de herinnering riep, en een keur van andere kleinoden. Daarnaast zijn er vele grotere werken, schilderijen als Kleines Café, Drehtur (1944) van Beckmann, waarop een geladen ontmoeting tussen een vrouw en een man bij een cafédeur waarbij hij schijnbaar gekweld zijn blik lijkt af te wenden als om aan haar aantrekkingskracht te ontsnappen. Of neem Kirchners Csardasdanseressen, een dynamisch varieté-schilderij, waarop de wervelende rode jurken scherp afsteken tegen het groene en blauwe decor.

De door de nazi’s en de naoorlogse abstractie ontstane breuk in de Duitse schilderpraktijk werd vanaf de jaren zestig als het ware gelijmd door neo-expressionisten als Baselitz, Penck, Immendorf en Lüpertz, die ook in het Gemeentemuseum zijn vertegenwoordigd. Zij braken met de pure vorm, de conflicten binnen hun werken waren niet langer slechts formalistisch van aard maar gingen over geschiedenis en identiteit. Ook de horror, de pijn en de demonen keerden dus terug in het beeld. Zo zien we in Rast/dithyrambisch II van Lüpertz, tegen de achtergrond van een geabstraheerd landschap een groene Stahlhelm boven de wielen van een antieke strijdwagen zweven.

Op de kunstmarkt heeft het Gemeentemuseum de laatste jaren niet stilgezeten, naast bijvoorbeeld The Rake (1994) van Immendorf werden ook werken van de jongste generatie Duitse kunstenaars aangekocht. Zoals enkele van Sebastian Gögel, waaronder Sekretär, een gipsen sculptuur van een tegelijk charmante en afstotende demon, inclusief vleermuisvleugeloren, biggensnuit en vervaarlijke slagtandjes, die in kokette laarsjes is gestoken. En natuurlijk Uwe Take the Long and Winding Road (2006), een schilderij (250 x 280 cm) van Daniel Richter. Een lumineus en jubelend kleurenfeest waarin de clowneske hoofdrolspelers zo decoratief zijn geschilderd dat ze in het decor oplossen en zo de ijdelheid van het wereldtheater verbeelden.

Speciaal voor de tentoonstelling bouwde Thorsten Brinkmann een nieuwe installatie uit voorwerpen die op straat bij het vuilnis werden gezet. Op de voorgrond staan onder meer een divan, een vaas en een lullig kastje. Daarachter bedekte hij een zaalwand voor een groot deel met witte kastplanken en daarboven wat Perzische tapijten. Tegen die achtergrond hing hij veertien fotografische zelfportretten van verschillende grootte in goedkope lijsten. Zijn gezicht gaat echter steeds volledig schuil, de ene keer onder een omgekeerde bloempot, dan weer onder een broodtrommel, een stofzuigeronderdeel, of een tennisrackethoes. Geef me uw afval en ik zeg wie u bent. Het is een geestige en tegelijk diepzinnige installatie die speelt met een belangrijk kenmerk van de westerse cultuur en kunstgeschiedenis: de cultus van de persoonlijkheid en de daarmee gepaard gaande twijfel aan de eigen identiteit. De ironie zit vooral hierin dat de gezichtloosheid wordt gecompenseerd door gezichtsbedekking en kleding die zo absurd en opvallend zijn dat ze de drager toch telkens weer een unieke identiteit verlenen.

Collectie DLD_. Gemeentemuseum Den Haag, t/m 12 augustus_