Is de toekomst vleesloos?

Geen karbonade, maar meelworm

Kweekvlees, vegetarische hamburgers of insecten. Kunnen we ons stukje vlees in de toekomst laten staan? Misschien moeten we wel, want de overmatige consumptie ervan trekt een zware wissel op de aarde.

Medium vleesloos

Het is een zwoele vrijdagavond in Tilburg. Het slotweekend van het bekende muziekfestival Incubate is net van start gegaan. In de Muzentuin achter de Tilburgse Hogeschool voor de Kunsten is Etjen van der Vliet van cateringbedrijf Just Like Your Mom druk in de weer bij de drie kraampjes die hij dit weekend runt. Op zich niet zo bijzonder, maar Van der Vliet en zijn medewerkers verkopen geen patat of hamburgers, maar veganistische kebab, bonenburgers en biologische vlierbessendrank.

Opmerkelijk, want het gros van het festivalpubliek staat toch bekend om een voorliefde voor grote hoeveelheden bier en vlees. Dat is langzaam aan het veranderen, zegt Van der Vliet. ‘Natuurlijk komen er wel eens mensen klagen dat wij geen vlees verkopen. Vorige maand stonden we op Dutch Chili Fest in Eindhoven. Daar komen meer dan zesduizend bezoekers op af die over het algemeen graag vlees eten. Maar die mensen komen wél onze bonenburgers proeven. Tien jaar geleden zou dat niet gebeurd zijn.’

De nu veertigjarige Van der Vliet zit van top tot teen onder de tatoeages en heeft een grote baard. Ooit was hij dierenrechtenactivist, kraker en reed hij als toermanager punkbands kriskras door Europa. Tijdens die vele tours kwam de geboren Limburger er keer op keer achter dat vegetariërs en veganisten er meestal nogal bekaaid vanaf kwamen onderweg. In 2006 besloot hij dan ook om het heft in eigen hand te nemen en een volledig op veganistische leest geschoeid cateringbedrijf op te zetten.

Negen jaar na de oprichting is Just Like Your Mom de grootste veganistische cateraar van Europa. Het bedrijf heeft de catering verzorgd voor grote muziekfestivals als Pinkpop, maar ook tijdens de prestigieuze designweek in Milaan. Vanaf oktober zijn de burgers van Just Like Your Mom zelfs een vast onderdeel van het assortiment van horecaketen Bagels Beans. Van der Vliet zwaait naar een van zijn medewerkers, die even later met een bonenburger en een veganistisch broodje kebab komt aangesneld. De smaak van de kebab is niet van echt vlees te onderscheiden.

Het meest succesvolle product van Just Like Your Mom is echter de bonenburger. Per vijfduizend stuks worden die besteld bij een fabriekje in België, maar het recept en de samenstelling zijn door de koks van Van der Vliets eigen bedrijf ontwikkeld, benadrukt hij: ‘Ons burgerrecept is gebaseerd op een veganistische chili waar we in 2013 een prijs voor hebben gewonnen op een chilifestival. Daar is wat maïsmeel en quinoa bij gestopt voor de structuur. Wij werken op festivals met ovens om die dingen op te warmen, dus de burgers moeten wel een beetje compact blijven. We proberen het op die manier zo professioneel mogelijk aan te pakken. Het mooiste is als je vleeseters kunt overtuigen van de kwaliteit van veganistisch eten. Daar zit de winst voor mij. Ik wil mensen niet verbieden om vlees te eten, maar ik wil laten zien dat vleesloos eten ook verdomd lekker kan zijn.’

Vegetarisch eten neemt de laatste jaren een steeds hogere vlucht. Tussen 2009 en 2013 is het aantal vegetarische vleesvervangers in supermarkten wereldwijd verdubbeld, zo hebben analisten van het Londense marktonderzoeksbureau Mintel uitgezocht. Begin 2015 introduceerde supermarktketen Jumbo als eerste in Nederland insectenburgers in het assortiment, en in een restaurant vragen om de vegetarische kaart is helemaal niet meer vreemd. En dat is maar goed ook, roepen verschillende divisies van de Verenigde Naties (VN) en milieuorganisaties in koor. In de afgelopen vijftig jaar is de mondiale vleesproductie verviervoudigd, van 78 miljoen ton per jaar in 1963 tot 308 miljoen ton nu.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (fao) gaat die enorme honger naar vlees catastrofale gevolgen hebben in de toekomst. In het uit 2006 stammende rapport Livestock’s Long Shadow zetten onderzoekers van de fao de problemen netjes op een rijtje: de huidige industriële vleesproductie leidt tot land- en bodemdegradatie, watervervuiling en een verlies van biodiversiteit. Het massaal houden van al die dieren leidt immers tot lokale mestproblematiek en uitstoot van broeikasgassen als methaan. Verder wordt alle kunstmest die in de landbouw gebruikt wordt gewonnen uit fossiele brandstoffen en is er voor al die runderen, kippen en varkens veel goedkoop veevoer nodig. Maar liefst zeventig procent van het in het Amazonegebied gekapte regenwoud staat vol met voor de vee-industrie bestemde gewassen.

Binnen de wetenschappelijke wereld is iedereen het wel eens over de schadelijke gevolgen die de huidige schaal van vleesproductie heeft, zegt consumptiesocioloog Hans Dagevos van Wageningen Universiteit en Hogeschool Inholland. ‘Toen ik me zes jaar geleden met dit onderwerp begon bezig te houden was ik oprecht verbaasd over de wetenschappelijke consensus. De vleesproductie en -consumptie zoals die op dit moment bestaat is simpelweg foute boel. Het hele debat begon ooit als een idealistische discussie over dierenleed in de bio-industrie. Maar ietsje later bleken er ook gezondheidsrisico’s te kleven aan grootschalige vleesconsumptie en daarna bleken er allerlei ecologische problemen en klimaatverandering mee samen te hangen. Daar bovenop is de laatste jaren ook nog eens duidelijk geworden dat industriële vleesproductie grote gevolgen heeft voor de voedselzekerheid in de wereld. Al die landbouwgrond die nu gebruikt wordt om veevoer te verbouwen zou ook gebruikt kunnen worden om gewassen te telen voor directe consumptie.’

De veehouderijsector draagt meer bij aan de mondiale klimaatverandering dan de gehele transportsector

In zijn totaliteit draagt de veehouderijsector meer bij aan de mondiale klimaatverandering dan de gehele transportsector bij elkaar. Een op vlees gebaseerd dieet veroorzaakt namelijk twee keer zo veel uitstoot van broeikasgassen als een vegetarisch dieet. Klimaatdoelstellingen halen is dan ook uitgesloten met de huidige vleesconsumptie, concludeert het Intergovernmental Panel on Climate Change (ipcc). Eigenlijk verdient vermindering van de vleesconsumptie daarom de hoogste politieke prioriteit, beklemtoont Dagevos.

Als alle milieueffecten, transportkosten en landgebruik die effectief komen kijken bij de productie in de prijs verrekend zouden worden, worden vleesproducten snel zoveel duurder dat het probleem zichzelf oplost, denkt Dagevos. ‘Ik heb de partijprogramma’s van alle politieke partijen erop nageslagen en voedselverduurzaming speelt alleen bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren een rol. Alsof voedsel alleen een links thema is.

Ook ngo’s als Natuur Milieu hebben moeite vleesminderen op de agenda te houden vanwege gebrek aan financiële middelen. Daarbij bestaat er internationaal onderzoek waaruit blijkt dat veel ngo’s het thema vleesminderen niet durven oppakken uit vrees voor de confrontatie met industrie of politiek.’

In 2011 werd het rapport Vlees vooral(snog) vanzelfsprekend gepresenteerd, waarin Dagevos en enkele collega’s het consumptiepatroon van de Nederlandse consument in kaart brengen. Het aantal mensen dat er bewust voor kiest om minder vlees te eten blijft toenemen, maar het merendeel van de Nederlanders is niet van plan om te minderen. De westerse lifestyle van steaks, goedkope hamburgers en elke dag een lap vlees op het bord wordt nu eenmaal ervaren als iets wat hoort bij het moderne leven.

Toch is dat ‘carnivore eetregime’ volgens de onderzoekers eigenlijk nog vrij recent. Eeuwenlang was dat voorbehouden aan de gegoede burgerij; pas in het begin van de twintigste eeuw werd het langzaam normaal voor de arbeidersklasse om meer vlees te eten. De oer-Hollandse standaardmaaltijd van aardappelen, vlees en groenten is pas na de Tweede Wereldoorlog gemeengoed geworden in vrijwel de hele westerse wereld. En dat terwijl vlees helemaal niet zo’n efficiënte manier is om de mensheid te voeden. Om een kilo rundvlees te produceren is zeven kilo plantaardig materiaal nodig, en een kilo varkensvlees kost vier kilo aan planten. ‘Vlees is tegenwoordig het centrum van de maaltijd’, zegt Dagevos. ‘De meeste mensen vinden dat normaal, alsof we sinds de tijd van de Batavieren aardappelen, vlees en groenten gegeten hebben.’

Om de consumptie bij te benen wordt er gemiddeld voor elke moderne wereldburger 42,9 kilogram vlees per jaar geproduceerd. Amerikaanse consumenten zitten daar nog fiks boven, met een gemiddelde van 118 kilo per jaar. Uit de jaarlijkse landbouwmonitor van de internationale ontwikkelingsorganisatie oecd blijkt dat de vraag naar vlees door bevolkingsgroei en een snel rijker wordende middenklasse in opkomende economieën alleen nog maar groter zal worden. Als steeds meer landen het westerse consumptiepatroon gaan kopiëren zal de vraag naar vlees in 2050 naar verwachting nog eens verdubbeld zijn.

Hans Dagevos is er dan ook niet gerust op: ‘De Chinezen willen nu ook allemaal een groot stuk vlees op hun bord en een grote auto onder hun kont. Dat is een cultureel gegeven, maar er zit natuurlijk ook een heleboel marketing achter. Als je dat wil veranderen moet je bereid zijn de strijd aan te gaan met een enorm economisch krachtenveld waar veel geld in omgaat. Vleesconsumptie is wat internationale problemen aangaat echt de olifant in de kamer. We kijken weg, vinden het niet interessant of menen recht te hebben op dat stuk vlees. Die houding doet geen recht aan de omvang en de urgentie van het probleem.’

De opkomst van China is wat dat betreft exemplarisch voor het dilemma waar de wereldgemeenschap zich voor gesteld ziet. Er is geen land ter wereld dat armoede zo succesvol heeft weten te bestrijden, maar de steeds welvarender wordende Chinese middenklasse wil onder invloed van de mondialisering daarom nu ook hebben wat westerse consumenten gewend zijn. Daardoor loopt de mensheid nu wel erg dicht tegen de planetaire grenzen aan van hoeveel consumptie we aankunnen, zegt Hanneke van Veghel. De jonge Eindhovense is afgestudeerd als ingenieur in de dier- en veehouderij aan de HAS Hogeschool in ’s-Hertogenbosch en deed aan de Engelse Universiteit van East Anglia onderzoek naar de mondiale impact van de Chinese vleesvraag. Haar conclusies zijn weinig geruststellend: ‘China heeft een ontzettend grote populatie die nog steeds groeiende is. Duurzaamheidsdenken is in een land als China nog helemaal niet aan de orde. De keus die China nu daarin gaat maken is cruciaal. Op dit moment lijkt het erop dat de Chinese vleeshonger gaat zorgen voor nog meer problemen met volatiele voedselprijzen, schaarser wordende grondstoffen en druk op het klimaat.’

Het eten van meelwormen of sprinkhanen in plaats van varkens of kippen heeft vanuit milieuoogpunt weinig zin

Sinds de Chinese leider Deng Xiaoping in 1978 de Chinese economische politiek hervormde en het land de facto openstelde voor de wereldmarkt is de consumptie van vlees in de Aziatische grootmacht verzesvoudigd. China is daarmee een belangrijke speler op de wereldvoedselmarkt geworden, zegt Van Veghel. Zeker omdat China over te weinig vruchtbare landbouwgrond beschikt om al die Chinezen van voldoende voedsel en grote hoeveelheden vlees te kunnen voorzien.

‘China importeert steeds meer landbouwproducten’, zegt Van Veghel. ‘In veel gevallen is dat veevoer. In extreme gevallen kopen ze gewoonweg land in het buitenland om van daaruit zelf veehouderij te gaan bedrijven en de opbrengst naar China te verschepen. Dat heeft lokaal natuurlijk vaak allerlei negatieve effecten. Ik ken een voorbeeld van een intensieve rundvleesboerderij die door de Chinezen in Tanzania werd gebouwd. De rivier waaruit al die dieren te drinken kregen kon het watergebruik helemaal niet aan en droogde op. Tanzaniaanse boeren een stukje stroomafwaarts kregen daardoor al snel waterproblemen. Alleen omdat China genoeg rundvlees wil produceren om aan de vraag van de eigen bevolking te kunnen voldoen.’

Van Veghel waakt ervoor om China al te nadrukkelijk de zwarte piet toe te spelen. Alle economische groeilanden zitten namelijk in een overgangsfase waarin traditionele diëten worden vervangen door een westers dieet. Dat de Chinese consumenten genoegen gaan nemen met een bonenburger is dan ook onwaarschijnlijk, vreest ze: ‘De nutrition transition die landen als Brazilië en China nu doormaken betekent eigenlijk dat mensen meer vlees gaan consumeren, maar ook meer plantaardige oliën, meer verwerkte producten en voedsel met hogere energiewaarden. En aan de andere kant wordt binnen een paar jaar ook een derde van alle vlees in China geproduceerd. Dus ze willen zelf op hun beurt ook weer veel geld verdienen aan die toenemende vraag naar vlees.’

Het is augustus 2013 als hoogleraar Mark Post van Maastricht University live op televisie in Londen de eerste kweekvleesburger ter wereld presenteert. Tijdens de uitzending wordt de hamburger gebakken in wat boter en zonnebloemolie en met een blaadje sla en een broodje opgediend aan de Amerikaanse journalist Josh Schonwald en de Oostenrijkse voedselwetenschapper Hanni Rützler. De burger komt niet van een koe in de wei, maar uit een in de buurt van het Maastrichtse station Randwyck gelegen laboratorium van de faculteit der geneeskunde. Alhoewel de kweekvleesburger wat ontbeert aan sappigheid komt de smaak dicht in de buurt van ‘echt’ vlees, concludeert het testpanel.

Twee jaar later is Post druk bezig met het verbeteren van de structuur van de kweekvleesburger. Binnen vijf jaar moet de burger klaar zijn om te vermarkten, zo is de doelstelling van de Maastrichtse universiteit. Om een alternatieve manier van vleesproductie te ontwikkelen haalde Post stamcellen, die normaal gezien zorgen voor herstel van weefsel na een verwonding, uit de spieren van een koe. Die cellen zijn vervolgens in het laboratorium in een kweek gelegd en met behulp van runderbloed uitgegroeid tot een eetbaar lapje vlees.

Post is ervan overtuigd dat zijn kweekvlees in minder dan twintig jaar een volwaardig alternatief kan gaan vormen voor de huidige biefstukken en karbonades. ‘Mensen hebben nu soms nog wat reserves over het eten van kweekvlees, zonder dat ze precies weten waarom. Het vlees dat uit ons lab komt is niet wezenlijk anders dan het vlees dat in de winkel ligt. En wees eerlijk, mensen eten nu toch ook massaal frikandellen zonder te willen weten wat daar nou precies in zit?’

Volgens Post is het pure noodzaak dat consumenten gaan leren om ook kweekvlees te eten. Veel vertrouwen in puur plantaardige vleesvervangers als alternatief voor conventionele vleesproductie heeft hij namelijk niet: ‘Bonen- en sojaburgers bestaan al jaren zonder dat ze een significant marktaandeel hebben weten te verwerven onder vleeseters. Terwijl een alternatief wel broodnodig is om aan de groeiende vraag te voldoen. Uiteindelijk is de vraag helemaal niet of wij in het Westen bereid zijn om minder vlees te gaan consumeren, maar of de Chinezen en Indiërs dat willen. Kijk, in principe hebben de vegetariërs gelijk. Mensen hebben helemaal geen dierlijke eiwitten nodig om te overleven. Maar blijkbaar willen consumenten nou eenmaal vlees eten.’

Zolang de vraag naar vlees blijft groeien zullen bedrijven daarop blijven inspelen. Juist daarom moet de vleesvoorziening radicaal op de schop, denkt Post. Want een verdere uitbreiding van de conventionele productiecapaciteit gaat op termijn tot een catastrofe leiden, is zijn overtuiging. Om efficiënt te kunnen blijven inspelen op die groeiende vleesvraag is kweekvlees een even duurzaam als broodnodig alternatief. Voor de Maastrichtse wetenschappers is het nu nog even afwachten totdat een groot bedrijf bereid is om de broodnodige investeringen te doen, maar de grootschalige uitrol van kweekvlees komt eraan, zegt Post. ‘De filosofische vraag die hierachter steekt is natuurlijk wat vlees voor ons betekent. Wordt dat wezenlijk anders als het vlees uit een laboratorium komt in plaats van uit een slachthuis? Wat mij betreft niet. Over twintig jaar is kweekvlees een volwaardige vervanging van conventioneel vlees. Dat moet zelfs, ik vind het namelijk van de gekke om levende veeteelt te accepteren terwijl je een alternatief voorhanden hebt dat veel minder negatieve impact heeft op voedselzekerheid, duurzaamheid en dierenwelzijn wereldwijd.’

Voor de echte idealisten is een overstap naar kweekvlees niet voldoende. Ook het eten van insecten levert uiteindelijk helemaal niet zoveel winst op, blijkt uit onderzoek van milieuorganisatie Milieu Centraal. Insecten zijn ook dieren die moeten eten en daardoor, alhoewel minder, ook beslag zullen leggen op landbouwgrond of water. Het op grote schaal eten van meelwormen of sprinkhanen in plaats van varkens of kippen heeft vanuit milieuoogpunt dan ook eigenlijk weinig zin. Etjen van der Vliet is daarom rotsvast in zijn overtuiging dat de toekomst vleesloos is: ‘Om kweekvlees te kunnen maken zijn in de basis nog steeds dieren nodig. Niet veel, maar die stamcellen blijven dierlijk. Kweekvlees of insecten, dat is eigenlijk iets voor luie koks die blijven vasthouden aan het dogma dat vlees noodzakelijk is om jezelf te kunnen voeden als mens. Er zijn voorbeelden genoeg van wat je met plantaardige voeding allemaal kunt doen.’

Of de overtuiging van Van der Vliet wel standhoudt in een wereld waarin de mondiale vleesvraag hand over hand blijft toenemen is nog maar de vraag. Maar het team van Just Like Your Mom werkt er hard voor om te bewijzen dat een plantaardig alternatief in elk geval wel bestaat. In hun kleine keuken in de Tilburgse Muzentuin staan drie koks alvast voorbereidingen te treffen voor al weer het volgende festival. De tomatenblikken staan manshoog tegen de wand opgestapeld terwijl er flinke hoeveelheden verse knoflook en aubergine gesneden worden. ‘Het is onze missie om mensen te laten proeven dat een simpele bonenburger ook verdomd lekker kan zijn’, zegt Van der Vliet. ‘We vechten hier geen revolutie. We willen mensen overhalen om af en toe vegetarisch te eten door ze een zinvol en smakelijk alternatief te bieden voor vlees.’