MUZIEK Beck

GEEN KNAL

Op het snijvlak van tijd en roem ontmoeten muzikant Beck Hansen en producer Brian Joseph ‘Danger Mouse’ Burton elkaar op Becks nieuwe album, Modern Guilt. Eigenlijk mag je de cd zien als een gezamenlijk product, want in de tien korte nummers geven de artiesten elkaar bijna evenveel ruimte. De losse bijna-hiphop-ritmes zijn typisch Beck; het nostalgische jaren zestig r&b-geluid is herkenbaar Danger Mouse.
De twee hebben het een en ander gemeen. Ze ontwikkelen hun eigen stijl door invloeden uit oude muziekgenres en hiphop te combineren. Burton (31) luistert aanvankelijk alleen naar rap, totdat hij in een bar Pink Floyds Wish You Were Here hoort. De sfeer van die plaat bepaalt definitief zijn smaak. Je vindt hem ook terug in zijn meestal ongemerkt complex opgebouwde, ruimtelijke en subtiele geluid. Beck geeft zijn akoestische liedjes met de ‘two turntables and a microphone’ een nieuwe draai, en destilleert zijn praatzang uit het genre.
De muzikale buitenbeentjes doen beiden weinig commerciële concessies. Toch breken ze met hun eigen geluid in een vroeg stadium door bij een wereldpubliek. In 1994 gooit de dan 24-jarige Beck een beat onder een folkdeuntje en maakt zo de klassieker Loser. ‘Soy un perdedor/ I’m a loser baby/ So why don’t you kill me?’ zingt hij, en een hele generatie zingt mee. Meer dan tien jaar later pakt Burton een fragment uit de soundtrack van de spaghettiwestern Django, Prepare a Coffin (1968). Het vormt de basis voor het nummer Crazy. Deze eerste single van zijn band Gnarls Barkley (met rapper Cee-Lo) wordt internationaal een enorme hit.
Daar blijft het niet bij. Beck haalt in 1996 zijn creatieve piek met het knip-en-plak-meesterwerk Odelay. Nieuw werk blijft regelmatig een goede ontvangst krijgen, maar glans en populariteit worden toch langzaam minder. Net als zijn oudere collega blijkt ook Danger Mouse een samplekunstenaar. Op downloadplaat The Grey Album (2004) mengt hij de raps van Jay-Z’s The Black Album ingenieus met de Beatles-muziek van The White Album. Na het grote Crazy-succes blijven bekendheid en productie stijgen. Alleen al dit jaar staan behalve Beck nieuwe albums van Gnarls Barkley, The Black Keys, The Shortwave Set en Martina Topley achter zijn naam.
Waar Becks laatste albums in eerste instantie veelbelovend klonken, maar uiteindelijk vaak eenzijdig of zelfs saai bleken, heeft Modern Guilt meer het omgekeerde effect. Op het eerste gehoor springt er geen nummer echt uit en lijkt alles te veel hetzelfde. Maar geduld wordt deze keer beloond. Je hoort dan de ingetogen schoonheid van Walls en het aanvankelijk slome Modern Guilt krijgt die spannende hook. De romige lick van Gamma Ray blijft direct hangen, terwijl je na enige tijd merkt dat Beck en Burton bij het indringende Chemtrails het beste in zichzelf naar boven halen.
Helaas heeft Modern Guilt met een handvol sterke nummers in 33 minuten toch te weinig impact. Een grote knal zoals Beck met Odelay veroorzaakte of met de later van een museumdak gegooide piano (kunstwerk van opa Al Hansen), hebben we sindsdien niet meer gehoord. Danger Mouse of geen Danger Mouse.

Beck, Modern Guilt (XL/V2)