David Mitchell, Dertien

Geen knieval voor barbaren

David Mitchell
Dertien
Vertaald door Arthur de Smet
Querido, 360 blz., 19,50<

Al in de eerste zin van David Mitchells vierde roman Black Swan Green sluipt de achterdocht binnen en sluimert er een geheim: «Blijf uit mijn kantoor.» Dat zegt de vader van de dertienjarige middenschooljongen Jason Taylor. Waarom mag Jason, die als stamelaar worstelt met de taal, daar de telefoon niet opnemen, ook al rinkelt die wel veertig keer? Belt er iemand van wie hij het bestaan niet mag weten?
Het gezin Taylor in de roddelzuchtige plattelandsgemeente Black Swan Green aan het begin van de jaren tachtig valt langzaam uit elkaar, ook al willen de gezinsleden daar nog niets van weten. Jason wordt getreiterd door schooljongens, voelt iets broeien tussen zijn vader en moeder en probeert op zijn manier op de been te blijven; zus Julia zit voor haar eindexamen, staat op het punt het huis te verlaten en gaat rechten studeren in Edinburgh; de moeder krijgt langzamerhand door dat haar man er al jaren intens contact onderhoudt met een jeugdliefde, kiest voor haar zelfstandigheid en gaat in een galerie/interieurzaak werken; de onderkruiperige vader wordt na machinaties ontslagen als plaatselijke bedrijfsleider van een supermarktketen.

Jason is de gevoelige, maagdelijke puber die zich op zijn manier verschanst tegen de boze wereld in het klein (het gezin) en in het groot (de schoolterreur, de verraderlijke vriendenclubs, de Falklandoorlog). Het leven blijft een tuchtschool. Hij is het zwarte eendje dat nog groen is en dat door dorpsagressie en gezinsgeheimen «ontmaagd» zal worden. Na mensen zijn bomen altijd een bevrijding, vindt hij. «Hangman» noemt hij zijn onvermogen om sommige letters soepel over zijn lippen te krijgen. Er zijn nog meer andere innerlijke stemmen: de Ongeboren Tweelingbroer is een geboren provocateur, een ophitser. Kruiper is de onderdanige en opportunistische Jason. En dan is er nog een zekere Eliot Bolivar.

Onder die naam stuurt Jason gedichten naar het plaatselijke parochieblad. Jason woont in Wasteland en probeert zich in de poëzie als een Britse Bolivar te bevrijden van de terreur. En hij wordt ontdekt! De mysterieuze Vlaamse dame Eva van Outryve de Crommelynck – de femme fatale die in Mitchells meesterwerk Wolkenatlas de carrière van een componist in de knop brak – ziet kwaliteiten in zijn gedichten, als hij maar dicht bij zichzelf blijft, authenticiteit nastreeft en niemand naar de mond schrijft.

Zij weet heel goed dat dertienjarige jongens er graag bij willen horen. Kunst is waar als ze vrij van onwaarheden is, dan pas is ze «schoon». Daar moet Jason wat voor over hebben. «Dichters overleven in goelags, strafbarakken en martelkamers.» Het gedicht, zegt ze T.S. Eliot na, is de aanval op het ongearticuleerde. De stamelaar Jason Taylor blijkt zeer gevoelig te zijn voor de term «ongearticuleerd». Hij is immers de jongen die het woordenboek intensief raadpleegt op zoek naar synoniemen die gemakkelijk uit zijn mond komen en die een alternatief vormen voor struikelblokwoorden. Wie gedichten schrijft, knielt nooit voor barbaren.

Als dichter en stamelaar is hij een buitenbeentje in een geborneerd Brits dorp, dat «vreemdelingen» als de Vlaamse Crommelynck uitzet en een vergadering belegt tegen zigeuners, een beraad waarbij de racistische vooroordelen door de zaal vliegen. Jason krijgt het gevoel dat zowel de zigeuners, met wie hij bij toeval contact krijgt, als de dorpsbewoners hun kortzichtige meningen koesteren. De dorpelingen willen per se dat de zigeuners vulgair zijn «zodat de vulgariteit van wat zij niet zijn, als een sjabloon werkt voor wat de dorpelingen zijn».

Andersom volgt de jongen dezelfde redenatie, waarbij de verwoording niet zozeer die van een dertienjarige is, als wel van een verwoed woordenboeklezer met wijsgerige inslag. Elders, onder meer waar het de meisjes betreft, is hij veel naïever.

Dertien, zoals Mitchells roman vertaald is, is heel anders dan voorganger Wolkenatlas: traditioneler, voorspelbaarder, minder avontuurlijk en vormtechnisch niet verrassend. Een uitstekend geschreven jongensverhaal met de bekende ingrediënten (geheime clubs, seks, verraad, raadselachtige meisjes, schoolterreur), met oog voor betekenisvolle detaillering. De gevoeligheden van de puberziel doseert Mitchell zoals het hoort. En het familiegeheim wordt in keurig voorbereide stappen aangeboden. «Geheimen hebben meer invloed op je dan je zou denken. Je liegt om ze te verbergen. Je stuurt gesprekken erbij vandaan. Je maakt je zorgen dat iemand dat van jou zal ontdekken en het aan de wereld zal vertellen. Je denkt dat jij de baas bent over het geheim, maar is het eigenlijk niet zo dat het geheim jou in zijn greep heeft?»

Helaas is de druk van het geheim in Dertien niet echt voelbaar voor de lezer, hoewel er fragmenten in Mitchells roman zijn (de scènes met de Vlaamse femme fatale of muze bijvoorbeeld) die aan Hugo Claus’ Het verdriet van België doen denken.