Geen kwaad woord over vader

GÜNTER GRASS
DIE BOX
Steidl, 211 blz., € 18,-

Het nieuwe boek van de nu 81-jarige Günter Grass, Die Box, begint als een sprookje: ‘Er was eens een vader die riep, omdat hij oud was geworden, zijn zonen en dochters bij elkaar – vier, vijf, zes, acht in getal – en na lang aarzelen vervulden ze zijn wens. Thans zitten ze aan een tafel en beginnen direct te praten: elk voor zich, allen door elkaar, weliswaar verzonnen door vader en naar zijn woorden, maar toch eigenzinnig en zonder hem, bij alle liefde, te willen ontzien.’
Deze eerste zinnen zijn belangrijk, omdat ze de methode onthullen die Grass in dit werk heeft toegepast. Het vertellen van zijn levensloop, begonnen in het twee jaar geleden verschenen Beim Häuten der Zwiebel, heeft hij in Die Box voortgezet, maar met andere middelen. Hij laat zijn intussen volwassen kinderen herinneringen ophalen aan hun jeugd. De gesprekken die ze met elkaar voeren over hun jaren in de huizen van Grass in Berlijn en in Wewelsfleth op het Noord-Duitse platteland zijn fictief. Ze zijn ontsproten aan de fantasie van Grass, maar toch ontberen ze niet een kern van waarheid. De schrijver, in 1999 onderscheiden met de Nobelprijs voor literatuur, heeft zoals in zijn romans fantasie en werkelijkheid met elkaar vermengd.
De vraag is natuurlijk waar de realiteit eindigt en de verbeelding begint. Tot de werkelijkheid behoort dat Grass acht kinderen heeft, onder wie, de oudsten, een tweeling. Vier kinderen stammen uit het huwelijk met Anna, een balletdanseres, twee kinderen zijn buitenechtelijk. In 1979 trad Grass voor de tweede maal in het huwelijk, nadat hij een jaar eerder officieel van Anna was gescheiden. Zijn tweede echtgenote bracht twee zonen mee. Deze acht kinderen heeft de schrijver in Die Box andere namen gegeven. Maar de adressen van hun jeugd zijn echt. Hun taal is ontegenzeglijk die van Grass en hun onderwerp is ‘vadertje’, de man ‘die leeft in het verleden en zich daarvan niet kan losmaken’ en zelden tijd had om met hen te spelen, omdat zijn Olivetti-schrijfmachine of de tekentafel riep. Werkelijk gesproken met elkaar hebben ze niet.
De vraag is gerechtvaardigd of dit boek eigenlijk wel over Grass, zijn kinderen en vrouwen gaat. Is de hoofdrol niet veeleer weggelegd voor dat vreemde ding op het omslag, de door Grass getekende Agfa-box, een vooroorlogs fototoestel, waaraan het boek zijn titel ontleent? De ondertitel luidt Dunkelkammergeschichten, verhalen uit de donkere kamer, waarmee definitief de wereld van de fantasie wordt betreden. Want in deze donkere kamer gebeuren wonderlijke dingen.
Het Agfa-boxje behoort toe aan de alte Marie. Deze al wat oudere, slanke dame – door Grass getekend, terwijl ze in verschillende standen met haar box fotografeert – bevindt zich steeds in de buurt van de schrijver en dus ook van de kinderen. Ze maakt onophoudelijk kiekjes, veelal op verzoek van de schrijver, zodat ze ook wel Knipsmalmariechen wordt genoemd.
Met haar filmrolletjes gebeurt in haar donkere kamer tijdens het ontwikkelen iets onverklaarbaars. Op de kiekjes wordt niet de werkelijkheid afgebeeld, maar het verleden of de toekomst van het gefotografeerde. Ze laten zien wat is geweest of worden zal. Tot ieders verrassing gaan ook wensen van de kinderen op deze foto’s in vervulling, zodat zij spreken over een Wünschdirwasbox.
Deze Marie met haar toverbox is een mythisch figuur, een vrouw uit een sprookje. Toch staat ze niet geheel los van de werkelijkheid. Voor in het boek staat: ‘Ter herinnering aan Maria Rama’. In de Grass-biografie van Michael Jürgs, verschenen in 2002, wordt duidelijk wie deze Maria Rama was. Zij was fotografe en moet veel voor Grass hebben gedaan. Ze fotografeerde Grass met zijn kinderen en bij zijn werk als kunstenaar. Hij vervreemdde haar foto’s, zo staat in de biografie. Citaat van Grass: ‘In haar foto’s te tekenen was een vergenoegen dat niet herhaald moest worden.’
De kinderen verschillen achteraf van mening over de vraag wie Marie werkelijk was. Volgens een van de zonen is ze zelfs niet normaal gestorven. Op een stormachtige dag werd ze tijdens een wandeling op een dijk in de Wilstermarsch gegrepen door een windhoos, in de lucht geslingerd en ‘opgeslokt door de hemel’.
Maar eigenlijk is wel duidelijk wie deze Marie met haar wonderbox is. Zij belichaamt de verbeeldingskracht van de schrijver. Haar wonderlijke foto’s zijn de beelden in het hoofd van de schrijver en kunstenaar. Grass heeft immers vooral van het verleden literatuur gemaakt, zoals in zijn grote romans Die Blechtrommel en Der Butt. Het oude Danzig (het huidige Poolse Gdansk) heeft hij laten herleven, en wel door de beelden in zijn hoofd en zijn verbeeldingskracht. Werkelijkheid en fantasie, Dichtung und Wahrheit, daaruit bestaat zijn literatuur.
Die Box is, zoals gezegd, een vervolg op Beim Häuten der Zwiebel, dat immers eindigt met het jaar 1959. Het jongste werk begint in de jaren zestig, maar de stijl is een andere en de inhoud een stuk onschuldiger. In het vorige boek werden de schillen van de ui gepeld, totdat er een bruine kern overbleef. De linkse Grass moest bekennen in zijn jeugd rotsvast in Hitler te hebben geloofd. Hij meldde zich tijdens de oorlog vrijwillig voor de marine, maar werd in het najaar van 1944 ingedeeld bij de Waffen-SS, een feit dat Grass jarenlang heeft verzwegen. Dit zwijgen leidde tot een golf van kritiek, die de schrijver maar moeilijk kon verkroppen.
Die Box is geen opzienbarend, maar wel een makkelijk leesbaar en amusant boek, waarin volwassen kinderen proberen hun oude vader te duiden, wat in werkelijkheid betekent dat Grass zichzelf duidt. De kinderen moesten pa niet ontzien, maar in feite valt er geen kwaad woord over ‘vadertje’. Grass is dit keer omzichtig met zichzelf omgesprongen.