Seksueel geweld India

Geen land voor jonge meisjes

Nu India zich opnieuw kwaad maakt over een gruwelijke verkrachtingszaak, groeit de behoefte aan vergelding. Maar volgens een commissie vooraanstaande juristen moet er eerst iets worden gedaan aan de scheve sociale verhoudingen in het land.

Medium 19243523india

New Delhi – Halverwege april gruwde India opnieuw van een verkrachtingszaak. Na de groepsverkrachting van een studente eind december in de hoofdstad, was deze keer een vijfjarig meisje het slachtoffer van een grof seksueel misdrijf. Ze was door twee mannen misbruikt en daarna voor dood achtergelaten in een woning in het oosten van de stad. Veertig uur later werd het kind door haar moeder gevonden. Er waren kaarsen en plastic flessen in haar vagina geduwd. Een agent had de ouders tweeduizend roepies aangeboden als ze zouden afzien van aangifte.

In Delhi stak ook deze keer een storm van woede op. Demonstranten kwamen met een eisenpakket dat er niet om loog: dood aan de verkrachters, ontslag voor de hoofd­commissaris van politie en weg met de regering die het endemische geweld tegen vrouwen niet weet in te dammen. Bij India Gate, een monumentale triomfboog vlak bij het parlement, verzamelden zich boze studenten. Bij de Jantar Mantar, een achttiende-eeuwse sterrenwacht, demonstreerde de 16 December Kranti, een beweging die daar al maandenlang kampeert als protest tegen seksueel geweld. Voor het All India Institute of Medical Sciences, het ziekenhuis waar het slachtoffer wordt behandeld, werden doodskisten van kinderformaat neergezet, een macabere onderstreping van het feit dat ook jonge kinderen niet veilig zijn voor verkrachtings­geweld.

Het was een gruwelijk voorval dat de massa op de been bracht, maar de bom had net zo goed op een ander moment kunnen barsten. In de 24 uur nadat het jonge meisje was gevonden, werd een vierjarig kind verkracht door een veertien­jarige buurjongen in de deelstaat Haryana. In Madhya Pradesh werd een meisje van vijf slachtoffer van verkrachting, in Uttar Pradesh trof een zesjarige hetzelfde lot. Vanuit Andhra Pradesh werd een verkrachtingszaak gemeld waarbij een dertienjarig meisje het slachtoffer was. ‘No country for minor girls,’ kopte nieuwswebsite Firstpost.

Inmiddels schieten de verklaringen voor het geweld tegen vrouwen heen en weer als ballen in een flipperkast. De misogyne samenleving, porno­grafie, lakse politie, slappe regels, collectieve psychopathologie, alle honken worden aangetikt. Maar ondertussen ligt de meest interessante analyse van seksuele misdaad in India te verstoffen in een la van een ministerieel bureau.

Report of the Committee on Amendments to Criminal Law luidt de zakelijke titel van het document dat verscheen in de nasleep van de verkrachtingszaak in Delhi, eind december. De studie – een kloeke zeshonderd pagina’s – werd geschreven door een groep vooraanstaande juristen onder leiding van oud-opperrechter Jagdish Sharan Verma. In tegenstelling tot de gemakkelijke verklaringen die uit de kelen van de demonstranten komen, zet het werk van deze commissie aan tot denken. Van de Indiase grondwet tot aan het kiesstelsel, van school­pleinen tot en met het politiebureau, het rapport is een vivisectie van de Indiase samenleving. Het geeft de onbevredigende maar enige zinvolle verklaring die er op dit punt bestaat: voor het bestrijden van verkrachting bestaan geen kant-en-klare oplossingen.

Het rapport van de commissie-Verma behandelt uitvoerig de precaire positie van de Indiase jeugd. ‘Ieder uur verdwijnen er in India zeven kinderen’, zo stelt de preambule. Veel van hen worden ontvoerd en eindigen als werkkracht of prostituee. Soms worden ze gebruikt als gedwongen orgaandonor, in andere gevallen worden ze verkocht aan kinderloze stellen. De child protection homes waar kinderen worden opgevangen doen weinig om ze te beschermen. Ook daar zijn kinderen het slachtoffer van misbruik.

De apathie waarmee India met haar jeugd omspringt, legt de basis voor een rape culture, stellen de auteurs. Wie opgroeit met onder­voeding, armoede, misbruik en gebrek aan fysieke bescherming loopt een groot risico om als volwassene betrokken te zijn bij seksueel geweld, als slachtoffer of als dader. Algeheel gebrek verdringt al snel het respect voor de menselijkheid van anderen, luidt de conclusie van het rapport.

De commissie wijst ook op het gevaar dat iets wat klein begint, groot eindigt. Op scholen en in de opvoeding wordt het lastigvallen of begluren van meisjes afgedaan als relatief onschuldige eve-teasing. Dit soort kleine vergrijpen moeten in de kiem worden gesmoord, willen ze niet uitgroeien tot grove seksuele delinquentie, menen de juristen. Hun opmerkingen gelden in het bijzonder voor jongetjes. Vaak groeien ze op in een cultuur die leert dat gedwongen penetratie een middel is om status te verwerven en anderen te onderwerpen, of het nu meisjes of seksegenoten zijn.

De commissie deed persoonlijk onderzoek naar de verwaarlozing waar het rapport over spreekt. Ze bezochten opvangtehuizen en ze interviewden misdeelde kinderen. In een geste die ongewoon is voor een academische commissie namen ze de verantwoordelijkheid op zich voor een van hen. Ze bezorgden het meisje terug bij haar ouders, betalen voor haar verzorging en zorgen ervoor dat ze onderwijs kan volgen.

‘We wilden een voorbeeld stellen’, legt top­advocaat Gopal Subramanium uit. Hij was een van de leden van Verma-commissie en geldt als het intellectuele brein achter het rapport. ‘Zoals dit meisje zijn er duizenden en het is de taak van de staat om te zorgen dat ze uit de ellende worden gehaald.’ Subramanium is een flamboyante Indiër van halverwege de vijftig, met een voorliefde voor opvallende dassen en een gedragen dictie. In een gesprek dat plaatsvindt tijdens de thee op zondagmiddag in zijn witte bungalow die door de Britten werd gebouwd, blikt hij terug op het rapport.

De studie verscheen eind januari en dat is lang geleden in een samenleving waarin de grote gebeurtenissen elkaar in rap tempo opvolgen. Hoofdauteur Sharan Verma overleed op 22 april op negentigjarige leeftijd. In de necrologieën werd het rapport genoemd als zijn erfenis, maar, zo merkt Gopal Subramanium op, helaas is het voor een groot deel alweer vergeten. ‘De Indiase regering was er weliswaar als de kippen bij om de straffen voor verkrachting te verzwaren, met de rest van het rapport is weinig gedaan.’

Hoewel Subramanian begrip heeft voor de roep om vergelding is hij ervan overtuigd dat straf slechts een klein radertje in de machine is. ‘De meeste mensen, juristen inclusief, zien het recht als een instrument om delinquent gedrag te ontmoedigen en te bestraffen. Maar het gaat om de context waarin het recht opereert’, stelt hij. ‘In het geval van India is dat er een van asymmetrie van macht. India is een enorm heterogeen land. Sommige mensen hebben veel middelen tot hun beschikking, anderen nauwelijks. Sommigen hebben toegang tot het recht, anderen niet. Voordat je kunt gaan praten over welke wetten helpen om verkrachting te beteugelen moet je je realiseren dat de wet in de praktijk niet voor iedereen hetzelfde betekent.’

Verkrachting is een misdaad die per land anders beoordeeld moet worden, vindt hij. ‘Het is erger om verkracht te worden in India dan in Nederland, bijvoorbeeld. Hier gebeurt weinig om het slachtoffer, bijna altijd een vrouw, op te vangen. Geen therapie, en vaak ook geen morele steun.’ Zijn commissie drong er vergeefs op aan om verkrachting te definiëren als een misdaad gepleegd door mannen. ‘Natuurlijk zou het beter zijn om verkrachting te beschouwen vanuit een sekse-neutraal perspectief, maar dat staat erg ver af van de praktijk.’

Een tweede punt dat India anders maakt, is een culturele kwestie. ‘In Europa is instemming de basis voor elke volwassen relatie’, aldus Gopal Subramanium. ‘De hele samenleving stoelt op het principe van een wederzijds akkoord. Dat is het resultaat van een lang beschavings­proces. Hier wordt de vraag of de ander ergens mee instemt lang niet altijd gesteld. India is een democratie, maar geen liberale democratie. Autonomie en vrije wil worden niet zonder meer verondersteld.’

Het zijn, zo weet Subramanium, rechts­filosofische bespiegelingen. Ze zijn het voorrecht van de klasse die zich aan de goede kant van de machtsbalans bevindt. Maar deze analyse vormt het noodzakelijke voetstuk waar zijn pleidooi voor hervormingen op stoelt. ‘Alles waar wij op aandringen is bedoeld om de machts­asymmetrie in dit land te corrigeren. Het inperken van seksuele delinquentie begint daar mee.’

Voor die hervormingen, keurig gerangschikt in het Report of the Committee on Amendments to Criminal Law is het woord ‘waslijst’ uitgevonden. Zo gaat het rapport uitgebreid in op de rol van politie en justitie die, zoals ook de recente verkrachtingszaak laat zien, vaak weinig alert reageert op seksueel geweld tegen vrouwen. Als het aan Subramanium en zijn collega’s ligt, worden agenten en magistraten die weigeren aangiftes van verkrachting serieus te nemen bestraft. Ook moeten er meer vrouwen in het politiecorps worden opgenomen, luidt het advies.

Het rapport dringt aan op electorale hervormingen. Wie voor een seksueel misdrijf is veroordeeld, of tegen wie een strafrechtelijk onderzoek loopt, zou niet verkiesbaar mogen zijn. Volgens het rapport rust er op dit moment op zes leden van het parlement de verdenking van verkrachting. Tegen nog eens 36 is aangifte gedaan vanwege seksuele intimidatie. De kiesraad moet scherper letten op de achtergrond van volksvertegenwoordigers. Zoals voor veel aanbevelingen geldt hier: een nieuwe wet is niet nodig. Bestaande regels moeten simpelweg worden uitgevoerd.

Ook de maatschappelijke infrastructuur moet worden verstevigd, stellen de auteurs. Speciale opvangcentra voor verkrachtingsslachtoffers zijn nodig, op de werkvloer moet er een betrouwbaar meldpunt voor seksuele intimidatie komen en de straten kunnen wel wat meer verlichting gebruiken. Een ander verlanglijstje gaat vooral over het onderwijs. Kinderen moeten worden voorgelicht over seks en een curriculum voorgeschoteld krijgen dat gender-stereotypen ontkracht in plaats van bevestigt. Schoolbesturen zouden niet louter uit mannen moeten bestaan. De lange lijst van aanbevelingen zijn het spiegel­beeld van waar het in India aan ontbreekt.

Trouw aan de Indiase traditie eindigen de auteurs met een verwijzing naar de founding fathers van de natie. In dit geval werd de onafhankelijkheidstoespraak van Jawarharlal Nehru erop nageslagen. ‘India dienen betekent dienstbaar zijn aan die miljoenen die gebrek hebben. Het betekent een eind maken aan armoede, onwetendheid, ziekte en ongelijkheid van kansen.’ Om India’s rape culture te bestrijden vonden de juristen dit een passend motto.

‘Het is heel veel’, verzucht Gopal Subramanium. ‘Misschien zijn we ons mandaat om het strafrecht tegen het licht te houden enigszins te buiten gegaan,’ vervolgt hij met een glimlach. ‘Maar het idee dat enkel zwaarder straffen voldoende is om verkrachters tegen te houden, is naïef.’


Foto: Xinhua / eyevine / HH

Bijschrift: Demonstratie tegen de recente verkrachting van een vijf jarig meisje door twee mannen, Nieuw Delhi, India