Geen leerlingen, geen school

Eerst was Leszek Kolakowski (1928-2009) de baarlijke duivel van marxisten. Toen niemand meer marxist was, liet hij iedereen koud. Terwijl zijn scepsis eens te meer actueel is.

HET IS LESZEK KOLAKOWSKI precies zo vergaan als de duivel die hij begin jaren zestig ten tonele voerde. De Poolse filosoof liet zijn duivel tijdens een persconferentie in Warschau, begin jaren zestig, zijn beklag doen over het gemak waarmee hij aan de kant is gezet. Niemand interesseert zich nog voor mij, liet hij de duivel jammeren. Mensen vallen massaal van hun geloof. En de eerste die daar het slachtoffer van is, ben ik. ‘Daarna komen de engelen, vervolgens de Heilige Drie-eenheid en ten slotte God.’
Zelfs de kerk, lamenteert de duivel, waagt het niet meer over mij te spreken. Uit angst voor onmodern te worden versleten. ‘De kerk houdt een wedloop met de tijd, wil nieuwerwets, vooruitstrevend, hygiënisch, functioneel, productief, getraind, roekeloos, gemotoriseerd, mediageniek, wetenschappelijk, zuiver en energiek zijn.’ Mij kan het niet schelen, voegt de duivel er berustend aan toe, schaf mij maar af, verban mij uit jullie gedachten, maar jullie zullen nog van mij horen!
De persconferentie staat in Kolakowski’s Gesprekken met de duivel, dat hij in Polen in de jaren zestig schreef. Hij was toen hoogleraar filosofie aan de Warschause universiteit. Jong, briljant en populair. Hij was gepromoveerd op Spinoza en koesterde een excentrieke belangstelling voor geloof en kerkgeschiedenis. Excentriek omdat hij op dat moment marxist was, op de ledenlijst van de partij stond en er ergens nog op vertrouwde dat de Poolse weg naar het socialisme de juiste was.
Maar dat vertrouwen verdween voorgoed toen in maart 1968 de studenten in opstand kwamen tegen het ooit zo liberale bewind van partijleider Wladyslaw Gomulka. De opstand werd onderdrukt en er brak een tijd aan van communistische repressie, onverdraagzaam nationalisme en openlijk antisemitisme. Kolakowski werd eerst uit de partij gezet, vervolgens van zijn hoogleraarsambt beroofd en, toen hij het land had verlaten, zijn Poolse staatsburgerschap ontnomen. Na op enkele grote universiteiten in Noord-Amerika te hebben gedoceerd vestigde hij zich in Oxford, waar hij aan het Allerzielencollege een vaste aanstelling kreeg, die hij tot aan zijn dood behield.
Eenmaal in het Westen ontwikkelde Kolakowski zich tot een gevat criticus van het marxisme. Opmerkelijk genoeg behandelde hij het marxisme als een kerk, compleet met heilsleer, eschatologie, leerstellige dwingelandij en onderwerping van het individu. Zijn onderzoek naar het marxisme leek op dat naar de conflicten in het zeventiende-eeuwse christendom van Nederland en Frankrijk, waar hij zich in de jaren vijftig mee bezighield.
Dat mondde uit in het driedelige Geschiedenis van het marxisme, een meesterwerk over de kerk van Marx, inclusief de Griekse voorlopers en de stalinistische nalopers, up-to-date tot aan 1978, het jaar van verschijnen. In het circa vijftienhonderd pagina’s tellende boekwerk reconstrueert hij alle belangrijke stromingen in het marxisme. Het was geen afrekening met het marxisme maar een kritische geschiedschrijving, met veel inlevingsvermogen geschreven, een werk waar zelfs marxisten hun voordeel mee konden doen. Maar op een kritische behandeling van het marxisme zat men in de ideologisch bevangen jaren zeventig niet te wachten. Kolakowski werd door de linkse intellectuelen van die jaren gezien als de baarlijke duivel, die hen er met mefistofelische list van trachtte te overtuigen dat ze het goede wilden maar het kwade bereikten. Een hoogst onwelkome boodschap in het rode decennium.
En niet alleen de boodschap was onwelkom, ook de boodschapper. Toen collega Jürgen Habermas aan Kolakowski vroeg of hij een leerstoel in Frankfurt am Main wilde komen vervullen, reageerden de linkse studenten furieus. In een open brief maakten ze de Poolse filosoof duidelijk dat ze niet gediend waren van zijn marxistische revisionisme en kleinburgerlijke humanisme. Ik was sowieso niet van plan te komen, liet Kolakowski in een ironische repliek weten, ik wil jullie streven naar de macht niets in de weg leggen.
Geen haar op zijn hoofd dacht eraan zijn luxe positie in Oxford op te geven. Hij had geen leer- en geen onderzoeksopdracht, hij kon zich geheel aan het schrijven wijden, aan het geven van lezingen en interviews, en aan het uitspreken van dankwoorden voor de talloze onderscheidingen die hij kreeg. Het gevolg was wel dat hij geen leerlingen had, geen school vormde, geen stroming veroorzaakte. Maar daar zat hij niet mee. Hij verafschuwde het ‘priesterschap’, hij speelde liever de ‘nar’ – om een geliefd beeld van hemzelf te gebruiken.
Je zou ook kunnen zeggen: hij speelde liever de duivel. Iemand die met diabolisch genoegen op de inconsequenties, ongerijmdheden en tegenstellingen in het denken van anderen wijst. Zonder zelf consequent, gerijmd en stellig te zijn. Integendeel. Het liefste wat hij deed was het onverenigbare verenigen. Hij noemde zich een ‘conservatief-liberaal-socialist’ en verdedigde die positie in een beroemd aforisme, dat neerkomt op de stelling: wie het verleden en de vrijheid niet eert, is de toekomst niet weerd.
En zo begon Kolakowski steeds meer te lijken op zijn duivel van de Warschause persconferentie. Het is niet moeilijk om zich hem voor te stellen op een soortgelijke persconferentie in Oxford. In een lange monoloog doet hij er zijn beklag over dat de critici van het marxisme na de val van het communisme als eersten werden afgeschaft. Uit angst de boot van de nieuwe tijd te missen hebben de marxisten van weleer de fase van de zelfkritiek maar overgeslagen en zich halsoverkop op de nieuwe vormen van zingeving gestort. Het sleutelwoord in de moderne, postmarxistische filosofie luidt inmiddels… religie.
Maar had Kolakowski daar niet ooit uiterst kritische beschouwingen aan gewijd? Opnieuw is hij een onwelkome gast. In een intellectueel milieu dat liever over het leven, het geluk en de deugd filosofeert dan zich in te laten met de grote metafysische vragen is hij slechts een nar die iedereen koud laat. Op die grote vragen had Kolakowski ook niet direct een antwoord. Maar anders dan de spiritueel zo welbespraakte filosofen van nu wist hij wel dat ze gesteld moesten worden. Helaas moet de filosofie het nu zonder zijn consequente scepsis stellen.