Geen lelijk eendje

Geschokt, afkerig, bang: zo reageren de mensen als ze August Pullman (10) voor het eerst zien. Zijn gezicht is door een zeldzame combinatie van genetische afwijkingen ernstig misvormd. Ook Augusts klasgenoten vinden hem een freak. Zijn uiterlijk doet hun denken aan het verbrande gezicht van slechterik Darth Sidious uit Star Wars III.

R.J. Palacio, Wonder, € 16,95 e-book, € 11,99

Medium 9789021447001

De mismaakte leent zich van oudsher goed voor fantasievolle griezellectuur (Frankenstein), persoonlijke drama’s (Joseph Merrick alias de olifantman), of (vooral in kinderboekenland) kommer-en-kwel-boeken. Vaak met een tragisch verloop: de meesten van ons hebben nu eenmaal moeite zich te hechten aan monsters. Dus worden ze bespot, beschimpt en uitgestoten, waarna ze veranderen in kwaadaardige wezens, of wegkwijnen in eenzaamheid.

August Pullman laat het echter niet zover komen, dankzij zijn geestelijk moeder, de Amerikaanse schrijfster R.J. Palacio. Zij is er in Wonder (haar debuut) in geslaagd om haar freak een – het klinkt tegenstrijdig – menselijk gezicht te geven door hem als een geestig, bijdehand en dus normaal schooljochie te portretteren, met als resultaat dat gaandeweg het ongewone schijnbaar steeds gewoner wordt.

Let wel, schijnbaar. Sprookjes bestaan niet. Niemand kan August omtoveren van lelijk eendje tot mooie zwaan. En hij realiseert zich heel goed wat dat betekent: ‘Ik weet dat gewone kinderen andere gewone kinderen niet zo bang maken dat ze gillend de speelplaats af rennen. Ik weet dat gewone kinderen niet overal waar ze komen aangegaapt worden. (…) Ik denk dat ik de enige persoon op de wereld ben die weet hoe gewoon ik ben.’

Auggie, zoals zijn vader, moeder en zusje Via (15) hem noemen, ziet er daarom na jaren thuisonderwijs als een berg tegenop om naar junior high school te gaan en zijn veilige thuishaven te verruilen voor de boze buitenwereld. Ondanks de voorbereidingen van Auggie’s zeldzaam invoelende en toegenegen ouders en de humorvolle rector Aarsman, wordt zijn vrees natuurlijk – want hoe geloofwaardig was Wonder anders nog geweest – bewaarheid. Eerst stellen zijn klasgenoten zich terughoudend op, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik volgt al snel meedogenloos vijandig pestgedrag.

Of Auggie nu gewoon of ongewoon is, dat klinkt toch als een recept voor een standaard melodrama. Wonder is dat echter geenszins. Ja, het boek kent voldoende pijnlijke momenten. Zo wordt afgesproken dat wie August aanraakt snel zijn handen moet wassen omdat je anders ‘de Pest’ krijgt. Zo vinden enkele ouders dat Auggie nooit toegelaten had mogen worden op de school van hun kinderen en wordt hij digitaal weggepoetst op de klassenfoto. En wrang is de scène waarin klasgenoot Jack hun ontluikende vriendschap verraadt. Maar, August heeft een wapen: zelfspot. Daarmee voorziet hij het verhaal van een aangenaam lichtvoetige toon. ‘Wist je dat die vent die de Uglydolls bedacht zich door mij heeft laten inspireren?’ vraagt Auggie bijvoorbeeld twee schoolmeisjes wanneer hij ze ziet schrijven op het populaire ‘Uglydoll-briefpapier’.

Nog belangrijker voor de overtuigingskracht van Wonder is misschien wel dat het Palacio niet alleen om August gaat, maar veel meer om wat zijn afschrikwekkende verschijning teweegbrengt. Het is de wisselwerking tussen August en de wereld rondom hem die Palacio centraal stelt. Daartoe geeft ze behalve August ook andere kinderen het woord. In korte delen vertellen zij over hun leven en Augusts rol daarin.

Ontroerend is het verhaaldeel van zus Via, die beschrijft hoe August ‘de zon is’ waar de rest van de familie omheen draait. Mooi ook zijn de verhalen van Via’s vriendje Justin die worstelt met de willekeur van het lot (‘de kosmos is niet aardig geweest voor Auggie Pullman’) en klasgenoot Summer die August bewonderenswaardig als ‘gewoon een jongen’ ziet. En pijnlijk is het deel waarin Jack merkt hoe zijn vriendschapsgevoelens voor Auggie ten koste gaan van andere vriendschappen en hij met zichzelf in conflict raakt.

Dat Auggie’s ouders en de grootste pestkop van de klas geen eigen stem hebben is wel enigszins jammer. Daardoor leest Wonder soms net te veel als een promotieboek voor een warm gezinsleven en een les in gelukskunde. Toch is dat Palacio vergeven: het meervoudig perspectief maakt uitstekend inzichtelijk dat pestgedrag nauw is verweven met schaamte, onzekerheid en spanning en de dynamiek van groepsvorming. Opvallend is hoe tijdens het jaarlijkse schoolreisje de officiële kampen (verdedigers, pestkoppen, meelopers, en neutralen) uiteenvallen en zich verenigen op het moment dat buitenstaanders Auggie en (dus) de groep agressief bejegenen. Het rollenspel wordt doorbroken en Auggie zegeviert.

Door de wat zoetsappige, goede afloop riskeert Wonder door somberend, cynisch Nederland te worden weggezet als feel good story met een te opzichtige moraal_._ Dat zou onterecht zijn. Het slot van Wonder moet worden gezien als een solidariteitsverklaring met ‘de Auggies’ van deze wereld die hun leven lang geconfronteerd zullen worden met die pijnlijke maar begrijpelijke reactie van anderen: geschokt, afkerig, bang. Een boodschap van hoop, zoals Palacio je die meegeeft, is meer dan gerechtvaardigd.

R.J. Palacio

Wonder

Vertaald door Esther Ottens, Querido, 351 blz., € 16,95