Essay De nieuwe held in Borgen

Geen man met een broek aan

In de tv -serie Borgen wordt een vrouwelijke held in een mannenwereld geplaatst: de Deense politiek. Die heldin is tevens moeder van een paar kinderen, en herkenbaar voor een groot vrouwelijk kijkerspubliek, dat worstelt met vergelijkbare dilemma’s.

Het is een veelbesproken internationaal fenomeen: de opmars van de kwalitatief goede tv-serie en de rol van Scandinavische producties daarin. Nederland slaat met de serie Penoza ook geen slecht figuur. Wat mij hier interesseert is de veranderende rol van vrouwen in zulke kwaliteits­series. Vrouwelijke helden komen steeds meer voor en daardoor, zo is mijn stelling, verandert de heldenrol zelf van karakter. Een vrouwelijke held is namelijk geen man met een broek aan. Een vrouwelijke held brengt een ander soort leven mee, andere ervaringen en bindingen, en daarmee nieuwe verhalen, nieuwe dilemma’s, nieuwe vormen van strijd, nieuwe overwinningen en – voor de kijker – nieuwe vormen van kijkplezier.

Zelf werd ik enorm gepakt door zowel Borgen als Penoza. Beide series plaatsen een vrouwelijke held in een mannenwereld: respectievelijk de Deense politiek en de Nederlandse onderwereld. Hoewel dat zeer verschillende contexten zijn, hebben ze toch iets gemeen en dat is de held, die tevens ook moeder van een paar kinderen is. Niet alleen is zij herkenbaar voor een groot vrouwelijk kijkerspubliek, dat worstelt met dilemma’s die lijken op die van dit type personage. Vrouwen, steeds vaker ook moeders, zijn immers in toenemende mate de (voorheen) mannenwereld aan het betreden. De arbeidsparticipatie van vrouwen stijgt niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. In Denemarken is dat proces verder gevorderd dan in Nederland, wat Borgen voor goed opgeleide Nederlandse vrouwen tot een nabij toekomstscenario maakt, voorzover ze al niet door het glazen plafond heen zijn.

Inderdaad, hoe handhaaf je je in een mannenwereld, vragen ambitieuze vrouwen zich af. Hoe kun je er zinvol werken, hoe verwerf je er gezag, hoe voel je je er goed? En hoe combineer je het met geliefde en kinderen? Als vrouwelijke kijkers die dilemma’s niet persoonlijk ervaren, dan zullen die hen misschien toch meer belang inboezemen dan doorsnee mannenavonturen. Het zit de vrouwelijke kijker dichter op de huid. Bovendien voorzien deze series in een behoefte aan kennis: ze onthullen mannenwerelden. Ze laten zien hoe mannen in elkaar zitten. Hoe de old boys networks werken, wat de regels zijn die ze bij elkaar houden en wat er gebeurt als er vrouwen mee gaan doen. In die zin gaan deze twee series misschien nog meer over mannenwerelden dan over de vrouwen die zich erin gaan bewegen. Vrouwelijke helden fungeren in deze series namelijk als spiegel en contrapunt van de mannenzeden en gewoonten. Ze moeten erop reageren, in woord en daad. Hoe doen ze dat? Wat doen mannen dan terug? En wat leren we daarvan?

De openingsaflevering van Borgen legt het worstelperk meteen bloot. Birgitte Nyborg is politiek leider van de ‘Middenpartij’ in Denemarken. Ze is getrouwd met Philip, die voor het huishouden en hun twee kinderen zorgt. Dan is er Birgitte’s spindoctor Kasper Juul, die haar speeches schrijft, en de tv-journaliste Katrine Fønsmark, die haar regelmatig interviewt. De verkiezingen zijn in aantocht. De belangrijkste politieke tegenspelers van Nyborg zijn de zittende minister-president Hesselboe, leider van de Liberalen, en Laugesen, leider van de Arbeiderspartij. Hesselboe komt ten val door een privé-probleem: het gedrag van zijn verwarde, pathologisch koopzieke vrouw. Hesselboe financiert haar absurde aan­kopen met een creditcard van de regering, omdat hij zijn eigen creditcard niet bij zich heeft. De aankoopbonnen komen in handen van zijn rivaal Laugesen, die hem ermee in diskrediet brengt. Dat gebeurt tijdens het lijsttrekkersdebat op televisie, dat Birgitte Nyborg glansrijk wint. Deels omdat Hesselboe woedend en vernederd uit het debat wegloopt terwijl Laugesen vooral zichzelf in diskrediet brengt door de laffe aanval op zijn rivaal. Maar Nyborgs speech geeft de doorslag, met name omdat ze zich noch aan de voor haar geschreven tekst noch aan de regels houdt.

In de aanloop tot het debat zijn we getuige van haar huiselijke worsteling voor de spiegel met een mooi afkledend zwart pakje dat niet meer past. Dan maar een jurk die nog wel past. Met dat soort beelden van het thuisfront wordt Birgitte gepresenteerd als een vrouw van vlees en bloed, met een lichaam, humoristisch, met behoefte aan warmte en seks met haar man Philip, met liefde voor haar kinderen die op hun beurt ook met hun moeder meeleven. Ze kijken naar Birgitte’s verpletterende toespraak op tv. Die is spannend door het anarchistische begin – ze vertelt dat ze haar toespraak niet zal voorlezen, en dat ze wat dikker is geworden waardoor ze haar mooie pak niet meer aan kon krijgen – maar vervolgens overtuigt ze met een gepassioneerd pleidooi voor een nieuwe binding van de Deense maatschappij en haar visie op een andere politiek, die weer over mensen moet gaan. Het lijken vaagheden, maar haar presence is enorm en door haar onverwoestbare naturel wint ze glansrijk. Ze wordt premier.

In dezelfde eerste aflevering wordt haar principiële opstelling in ethische en politieke kwesties uitgelicht. Ze houdt haar rug recht in het immigratiedebat, ook al maakt haar coalitiepartner Laugesen kort voor de verkiezingen een opportunistische draai en kost het kiezers als ze daar niet in meegaat. Maar: principes gaan voor. Ook had ze Hesselboe zelf kunnen chanteren aangezien spindoctor Kasper haar de gewraakte aankoopbonnen eerst aanbood, maar ze peinst er niet over: ‘Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik op die manier premier was geworden.’ Na het dramatische lijsttrekkersdebat vraagt Birgitte aan Kasper meteen of hij dan degene is geweest die de bonnen aan Laugesen heeft doorgegeven. Dat blijkt zo te zijn. Ze ontslaat hem op staande voet. Ze is glashelder in waar bij haar de ethische grens ligt.

De afleveringen die volgen herhalen al deze motieven. Nyborg is capabel maar wordt bedreigd door het machtsspel dat rondom haar gespeeld wordt. Laugesen is daarvan het prototype – hij fungeert als de schurk in de serie. Hij is weliswaar socialist (van de Arbeiderspartij) maar hij minacht het volk, gedraagt zich seksistisch (tot en met klappen tegen de kont van jonge vrouwen) en kent geen enkele scrupule als het om de macht gaat. De ontslagen Kasper Juul keert weer terug als Nyborgs adviseur en hij is steeds de strateeg en de realist, die Nyborg aanspoort water bij de wijn te doen om de macht te behouden. Birgitte’s tv-performances houden de naturel kwaliteit van haar speech tijdens het lijsttrekkersdebat. Ze toont waarvoor ze staat: voor recht door zee, voor eerlijkheid, voor humaan sociaal beleid zonder strategisch gedraai.

Maar je ziet ook hoe die idealistische opstelling wordt aangeknaagd. Ze wordt gedwongen compromissen te sluiten. Ze verliest sommige van haar getrouwen. Ze wint weliswaar nog steeds vaak op spectaculaire wijze, door haar eigen feilloze intuïtie te volgen, maar het lukt haar niet altijd. Elke aflevering worden haar dilemma’s moeilijker. Niet alleen op het werk begint haar machtsbasis af te kalven, maar ook thuis stort alles langzaam in. Vooral echtgenoot Philip mist zijn eigen carrière. Hij kan zijn ondersteunende rol niet meer aan, begint te flirten met een ander en neemt tegen de afspraak in een drukke baan aan. Als Birgitte hem dwingt die op te geven omdat het bedrijf waar hij voor gaat werken overheidssteun heeft gekregen – wat de schijn van bevoordeling zou kunnen wekken – vertrekt hij. En zo blijft Birgitte achter, uitgeput, gehavend, alleen.

Het is prachtig om te hebben mogen meemaken hoe Nyborg zich telkens weer briljant uit de politieke nesten werkt, maar op den duur wordt het ook kwellend, verschrikkelijk eigenlijk, om te ervaren hoe ze telkens een kopje kleiner wordt gemaakt en uiteindelijk aan het kortste eind trekt, hoe sterk ze ook is. De tegenkrachten zijn te groot. Hoe werkt dat voor vrouwelijke kijkers? Het doet pijn. En wat gebeurt hier eigenlijk? Worden we er langzaam van overtuigd dat je het als vrouw, hoe goed je ook bent, niet zult redden? Dat zelfs een krachtpatser als Nyborg er niet tegenop kan?

Hoe zien mannelijke kijkers dat? Zie je wel, ze redt het niet? De vrouw die de handschoen opneemt tegen de arrogantie van de macht, tegen de Realpolitik en de corruptie, eindigt in een ontredderd hoopje mens? En wat is dan het verschil tussen deze 21ste-eeuwse schijnbaar feministische serie en de negentiende-eeuwse roman? Daarin stierf elke heldin die het waagde van het rechte pad af te dwalen aan het eind. Als het ‘goed’ afliep, eindigde ze in de veilige haven van het huwelijk – wat de dood voor haar eigen persoonlijkheid betekende, waardoor er dus meteen ook geen verhaal meer was. Maar nee: zo simpel is het hier niet. Hier begint het verhaal bijvoorbeeld pas als de heldin al lang en breed is getrouwd.

De figuur van Birgitte Nyborg representeert een nieuw soort held. Zij valt niet in enige tot hier toe bekende categorie van prototypisch mannelijk heldendom. Zij is geen Hercules, geen Reinaert de Vos, geen Klein Duimpje. Hercules doet zijn zeven werken, onmenselijk zwaar, maar hij wint altijd. Nyborg delft in toenemende mate het onderspit. We moeten toezien hoe ze compromissen sluit, haar glans verliest. Valt ze dan in de categorie antiheld, al lange tijd de dominante figuur in de literaire geschiedenis van mannelijk heldendom? Nee, daarvoor blijft ze weer te sterk en te vechtlustig.

Cruciaal voor Nyborgs heldendom is haar multitaskende bestaan. Deze vrouw moet op verschillende fronten heel verschillende gevechten leveren. Ze heeft een man en kinderen. Dat maakt haar tot een meer­dimensionale held, die uit elkaar wordt getrokken. Dat evenaart niet zelden een middeleeuwse marteling op het rad, wat meteen ook de vraag oproept waarom we daar zo graag naar kijken.

Het is het verschil tussen simpel en complex. Een moeder-held moet haar aandacht verdelen tussen de strijd in de publieke ruimte en een heel andere wereld: haar kinderen. Dat maakt haar strijd moeilijker, haar heldendom interessanter, haar overwinningen zwaarder bevochten, haar nederlagen tragischer. Het gaat bij deze held nooit alleen om haarzelf en/of om één zaak. Het is zijzelf en de publieke zaak waarvoor zij vecht én de kwetsbare kinderen die van haar afhankelijk zijn tegen de rest van de wereld. Moederschap is vaak het moeten zorgen onder onmogelijke condities. Dat is kenmerkend voor deze nieuwe helden, waarvan ik Birgitte Nyborg en Carmen in Penoza als prototypes zie. Ze zijn niet alleen sterk en slim en dapper, ze hebben ook lief en dat compliceert de zaak.

Mannelijke helden hebben hun oplossingen voor dit dilemma. Zij offeren hun geliefde. Zie bijvoorbeeld Rick (Humphrey Bogart) in Casablanca. De herleving van zijn heldendom wordt mogelijk doordat hij zijn geliefde afstaat en van kinderen is al helemaal geen sprake. Hij heeft de handen vrij. Vrouwen kunnen hun kinderen niet offeren, dat zou hen tot monsters maken. Ze doen dat dus ook niet. Als leeuwinnen vechten ze ervoor. Als mannen kinderen hebben zijn die ondergebracht, uitbesteed. Dat geeft de mannelijke helden iets vlaks. Het maakt ze misschien wel structureel tot ‘flat characters’.

In Borgen hebben mannen ook privé-levens, maar ze gaan er anders mee om. Hesselboe heeft een vrouw met problemen en hij faalt onmiddellijk als multitasker. Zijn thuisfront is niet prototypisch dienend, en dat kan hij niet aan. Borgen onthult daarmee dat veel mannelijke helden zich als held kunnen ontplooien omdat hun thuisfront ofwel afwezig, ofwel een comfortabele leunstoel is. Maar juist omdat dat thuisfront zo afwezig is, zijn sommige mannen machtswellustige konkelaars, losgeslagen van elk ethisch anker. Daarmee bedoel ik het besef dat elke politieke keuze altijd een keuze is voor het mindere kwaad. Politiek is nooit vlekkeloos of perfect en de zorg voor kwetsbare geliefden is dat evenmin. Je doet het nooit helemaal goed – maar ‘goed genoeg’ is voldoende. Het besef van feilbaarheid, van het tekort dat altijd in de liefde zit, het is een wapen tegen radicalisme en de hoogmoed van de snelle oplossingen. Van dat anker hebben de lonesome heroes zich afgesneden.

Birgitte’s succes als politicus staat dus ook niet los van haar band met het thuisfront. Haar persoonlijke leven houdt haar gewoon, naturel, een echt mens. Juist omdat haar wereld meer dimensies heeft, is ze resistent tegen de machtswellust en het verlies aan idealen van de mannen om haar heen. Birgitte heeft iets te verliezen, dat verbindt haar met de kwetsbaarheid van het leven, met het belang menselijke waarden te verdedigen, met een in de sociale realiteit gegronde politiek. Dát willen we in deze tijd blijkbaar massaal zien – de serie is een internationaal succes. Daarom representeert Borgen niet alleen een visie op de herverdeling van werk en zorg en de inrichting van de maatschappij, maar ook een visie op politiek.

Rond moederschap bestaat een verbeeldingstekort, zoals gender­onderzoekers als Marianne Hirsch en Rosemarie Buikema hebben laten zien. Moeders werden veelal gereduceerd tot hun moederschap. Het was een alles opslokkende identiteit, waarachter elke subjectiviteit verdween. Deze kale verbeelding van moederschap functioneerde lang als onzichtbare voorwaarde voor mannelijk heldendom. Dit verbeeldingstekort wordt zowel in Borgen als in Penoza opgeheven. Birgitte is het allebei: zowel ten volle minister-president, als geliefde en moeder. Het is de mix van werk en privé die deze serie zo pregnant maakt.

Nu is het privé-leven als thema al geruime tijd aan het oprukken in politieseries en detectives, maar toch niet in zodanige mate dat het de op te lossen misdaad al serieus beconcurreert. Voor het privé-leven hebben we sinds jaar en dag de soap, waar werk juist een marginale plaats inneemt en alle ruimte wordt gegeven aan emoties en privé-­verwikkelingen. ­Borgen en Penoza doorbreken die genrescheidingen en creëren een nieuw genre, waarvan Borgen overigens maatschappelijk en politiek relevanter is. Het heldhaftige moederschap maakt Penoza hoogst interessant, maar toch staat de serie dichter bij entertainment: de harde misdaad is nu eenmaal een exotischer wereld.

Waar het mij om gaat is dat de in deze vrouwelijke helden opgestapelde spanning tussen de gelijke domeinen van werk en privé een totaal nieuw verhaal creëert. Het maakt zichtbaar dat veel verhalen en zelfs hele genres dreven op een half lege held. Die volgt een verhaallijn waarvan het einde misschien in zicht is. Er is behoefte aan meer complexe helden, aan nieuwe verhalen. Borgen brengt vaak in beeld hoe belangrijk tegenwoordig de televisie is in de politieke arena. Maar ook voor het denken over maatschappelijke transformatie is televisie van cruciaal belang geworden. Je zou de serie Borgen kunnen zien als een inter­nationaal discussieforum, als een ruimte om na te denken over hoe deze maatschappij werk en privé-leven gaat combineren, voor zowel mannen als vrouwen. Want hoewel Nyborg de held is en de focus bij haar overwinningen en beproevingen ligt, is de serie niet alleen relevant voor de representatie van een nieuw type vrouw. Mannen worden op vergelijkbare wijze getransformeerd tot volle helden. Kaspar Juul is niet alleen een briljante strateeg, maar ook een man met een getroebleerd seks- en relatie­leven en een complex karakter. Hij heeft geheimen, hult zich in leugens en wat daarachter vandaan komt is het seksuele misbruik door zijn vader – dat is in zekere zin ook een genderomkering.

Wat Borgen aan de orde stelt, is dat het privé-leven niet langer kan ­worden uitbesteed aan alleen vrouwen. Er moet een nieuwe openbaarheid komen waaraan zowel mannen en vrouwen ten volle kunnen deelnemen en een privé-sfeer waarin dat ook mogelijk is. Borgen tracht dat in beeld te krijgen, interessant genoeg zonder te weten waar we uitkomen. Want het gaat hier om het proces, vandaar de ­meanderende verhaallijn die eigen is aan soap. Soap eindigt nimmer, zoals het leven zelf. Maar daar houdt de vergelijking met de soap ook meteen weer op. Er wordt geweldig gespeeld, het verhaal is spannend, complex, ­geloofwaardig en hoogst maatschappelijk en politiek relevant.

Dit is televisie als analyse van politieke cultuur, maar ook als sociologie van de intieme sfeer, als filosofie, als denken over de nabije toekomst. Birgitte Nyborg is geen half lege held, maar een volle held, die haar privé-leven niet volledig kan offeren aan haar baan, terwijl die baan eigenlijk niet mogelijk is met een privé-leven. Dit hoogst actuele dilemma is het dat Borgen pijnlijk en precies etaleert. Maar het loont de moeite deze serie tot het nog onbekende einde te verdragen. Het stellen van het probleem betekent immers het begin van een oplossing.

Maaike Meijer is hoogleraar gender en diversiteit aan de Universiteit van Maastricht