Geen medelijden met hilversum

De kapitalistische superondernemingen die bezig zijn de plaats van onze omroepen in te nemen, lijken het eindpunt van een lange ontwikkeling te hebben bereikt. Zij bestaan bij de gratie van miljoenen onbezoldigde ‘medewerkers’, veelal voormalige industrie- arbeiders en hun gezinnen. Sport en met name voetbal lokken gigantische kijkersmassa’s, die vervolgens met lijf en ziel aan adverteerders versjacherd worden.

In de verwarrende overgangstijd van industriele naar postindustriele maatschappijtypen leverde het massaritueel in de stadions een explosief mengsel op. De kreet van Rinus Michels uit de beginjaren zeventig ‘Voetbal is oorlog’ sloeg op spelverharding over de hele lijn. In de processen van verruwing en daaropvolgende gewenning weerspiegelde zich de transformatie van een beschermde samenleving met vaste normen, waarden, banen, hierarchieen en saamhorigheden naar een door het principe van de vrije markt gedomineerde, keiharde consumptiemaatschappij.
Het is langzamerhand vanzelfsprekend om de televisie hierbij een hoofdrol toe te kennen. Nederland had en heeft het hier extra moeilijk mee, omdat de werking van dit medium van meet af aan dwars stond op de in onze omroep- en mediawetten vastgelegde uitgangspunten. Het was een illusie te menen dat de 'publieke omroep’ gespaard zou blijven als een politiek en cultureel massacommunicatie-eiland in een radicaal vercommercialiserende mediawereld.
De verzuilde grondslag van Hilversum week sluipenderwijs voor een kapitalistische ondernemingsbasis. Nooit traden landspolitiek en omroepbesturen de veranderende werkelijkheid echter met open vizier tegemoet. Men viste lafhartig achter het net - de ziel van het volk verradend, de informatiemaatschappij die ook ons land inmiddels geworden is, voor miljarden schade berokkenend. Evenmin werd gesnapt dat de combinatie van voetbal en televisie de kurk is waar het massa- entertainment op drijft. Misschien zijn we het ons niet bewust, heeft een Engelse criticus opgemerkt, maar reclame is de religie waar de meesten van ons mee leven, wat ook onze meer bewuste geloofsovertuigingen en kerkelijke opvattingen mogen zijn. Niet de godsdienst, maar de reclame bepaalt nu onze manier van leven.
Vergis u niet in de macht van het consumentengeloof. Jonge generaties - gen next in hedendaagse reclametermen - kopen allang niets meer voor het kaartenhuis van hypocrisie en oubolligheden dat zich in leven houdt met twee kunstgrepen. Ten eerste: een speciale belastingheffing. Ten tweede: het 'natuurrecht’ op voetbal dat het samenwerkingsorgaan van de publieke omroepen, de NOS, zou toevallen onder het motto: 'Voetbal is van ons allemaal.’
Jarenlang hebben de Hilversumse omroepen zich rijk gerekend door hun bijna-monopolie op sport. Achter de op die manier verfraaide kijkcijfers waande men zich veilig. Het samen zoeken naar de essentie van wat een publiek bestel moet inhouden, gevolgd door een navenante herorientering, bleef dan ook achterwege.
Hieraan heeft de KNVB abrupt een einde willen maken. Plotseling lijkt er sprake van een heuse bestuurlijke oorlog. Maar ik zie de burgers nog niet op de barricaden klimmen om een huilende Kees Jansma te redden. Hun manier van leven staat volgzaam in het teken van wat de dag en nacht doordraaiende verkoopmachine in de huiskamer aan zingeving te bieden heeft.
De moderne informatie-economie wordt beheerst door transnationale conglomeraten die slechts een doel kennen: het maken van een zo hoog mogelijke winst op een zo kort mogelijke termijn. Het Angelsaksische ondernemingsmodel rekent ook hier af met de Rijnlandse overlegcultuur. Voor de aanvallers geldt voetbal niet langer als iets wat je zogenaamd cadeau krijgt, maar wat je moet kopen.
Tekenend voor het overgangskarakter van de ene cultuurfase naar de andere is het op de voorgrond treden, in de op 10 februari 1996 ontketende godenschemering, van ex-burgemeesters of van gemeentebestuurders die er een speciale taak bij hebben op het terrein van nieuwe media. De paleisrevolutie op dit gebied wordt geleid door een spijkerharde manager uit het bedrijfsleven, mr. A. A. F. M. Staatsen. Hij vervulde in de stad Groningen eerder het ambt van wethouder namens D66, maar hij zwaaide om naar de PvdA toen zijn partij in 1974 de kiezersgunst verloor. Als directeur-generaal Binnenlands Bestuur op het departement van Binnenlandse Zaken adviseerde hij vervolgens minister Rietkerk over de burgemeestersbenoemingen. Prompt werd hij zelf - ofschoon outsider in de race - benoemd tot burgemeester van de stad Groningen.
Voor Jos Staatsen is het voorzitterschap van de KNVB een vrijwillige job van twee dagen in de week, naast zijn activiteiten als interim-manager - samen met Amsterdams ex-burgemeester Ed. van Thijn ruimt hij momenteel puin in de gemeente Emmen. Het patroon lijkt zich te herhalen. Onder zijn leiding schrijft de KNVB een openbare aanbesteding uit; hij gunt die vervolgens aan zichzelf.
De KNVB beschouwt voetbal voortaan als het eigen produkt. Samen met het grootkapitaal gaat de Bond het rechtstreeks aan de man brengen. In de pers werd Jos Staatsen al vergeleken met de Romeinse keizer Caligula ('Laat ze mij maar haten, als ze me maar vrezen’) en met de Amerikaanse bendeleider Al Capone. Geen wonder dat Paul Witteman hem 'de meest geplaagde man van Nederland’ en Kees van Kooten hem 'staatsvijand numero een’ noemde. Weer anderen spreken van 'foute versus goede burgemeesters in vredestijd’. Aan de fronten staan ook mensen als Bas Eenhoorn, burgemeester van Voorburg, die als voorzitter van de Vecai zei niet van plan te zijn de kabelabonnees op kosten te jagen. En last but not least Andre van der Louw, ex-burgemeester van Rotterdam, ex- voorzitter van de KNVB, thans voorzitter van de NOS. Aan welke kant staat deze eens zo gedreven socialistische manager?
Het blijkt dat de NOS al verregaand over de voetbalrechten aan het konkelefoezen was met commerciele partners als Filmnet, RTL en Veronica. De publieke omroep heeft daarmee het recht op morele verontwaardiging verspeeld.
Of wij het willen of niet, een andere tijd breekt aan. In een wereld vol emoties zal de kille, zakelijke benadering zegevieren.
Bij de huiselijke haard staat een voetbalschoen. Vul hem alvast tot de rand met poen.