Essay De nieuwe diversiteit

Geen meerderheden meer

In 2025 zullen naar verwachting ‘witte’ Nederlanders een van de vele etnische minderheden zijn geworden. De superdiverse samenleving komt op.

Als forens neem ik zeer regelmatig de trein van Amsterdam naar Den Haag. Meestal een rustig routinereisje. Tot enkele weken geleden. Bij station Schiphol pikt een Marokkaans uitziende jongen, die naast mij in het gangpad onopvallend een krantje had staan lezen, opeens het tasje van een Amerikaanse toeriste die voor me zit, en snelt de trein uit. Het slachtoffer slaakt een kreet van schrik, en net wanneer het tot ons passagiers doordringt wat er is gebeurd, springt een andere Marokkaans uitziende jongen op die eveneens richting uitgang rent.

Het is eruit voor ik er erg in heb: ‘Hé, hoor jij er ook bij?!’ De jongen houdt abrupt halt: ‘Teringwijf! Ik probeer hem juist te pakken!’ Even later keert hij onverrichter zake terug in de wagon en wendt hij zich onmiddellijk weer tot mij – nu om omstandig zijn excuses aan te bieden. Ik voel me minstens zo beschaamd: nee, nee, sorry, het was mijn schuld, ik had dat niet moeten zeggen. Hij ploft naast me neer en tot aan station Hollands Spoor doen we beiden ons uiterste best om de wederzijdse eerste slechte indruk goed te maken.

Zo werd ik geconfronteerd met de volle breedte van wat in die periode het ‘Marokkanenprobleem’ heette. Dat probleem bestaat namelijk niet alleen uit een oververtegenwoordiging van Marokkaans-Nederlandse jongens in de criminaliteitsstatistieken. Het bestaat ook uit het besef van andere Marokkaanse Nederlanders dat zij op het wangedrag van deze jongens worden aangekeken. En uit de ontnuchterende ervaring van andere Nederlanders dat, hoe kritisch we ook zijn op de desastreuze uitwerking van negatieve beeldvorming, we er in onbewaakte ogenblikken toch door blijken beïnvloed.

In deze beeldvorming wordt de andere cultuur (met religie als belangrijk bestanddeel) nogal eens opgevoerd als de onderliggende oorzaak van maatschappelijke problemen als schooluitval, criminaliteit en werkloosheid. Het is een manier van spreken die volgens mij berust op een groot misverstand over wat cultuur eigenlijk is. Dat misverstand toont een treffende gelijkenis met de wijdverbreide visie op psychische stoornissen als adhd of pdd nos. Volgens Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapstheorie in Groningen, worden dergelijke diagnostische labels ten onrechte geïnterpreteerd als benamingen van een onderliggende ziekte, van een ‘dieperliggende’ afwijking waarvan de problematische gedragingen de symptomen zijn. Terwijl het in feite slechts beschrijvingen zijn van een bepaald complex patroon van gedragingen waarvan de deskundigen de oorzaken niet kennen. Deze psychische stoornissen ‘bestaan’ dus alleen voorzover bepaalde gedragspatronen afwijken van de maatschappelijke norm.

Op deze zelfde kritische manier zouden we ook naar cultuur moeten kijken. Ook een cultuur ‘bestaat’ alleen voorzover de opvattingen en praktijken van een bepaalde groep anders zijn dan die van andere groepen. Wat we ‘een cultuur’ noemen is niet de onderliggende oorzaak, maar de samenvattende beschrijving van een complex geheel aan opvattingen en gedragingen van een bepaalde groep. Een geheel dat bovendien alleen ‘bestaat’ voorzover het zich onderscheidt van de opvattingen en gedragingen van andere groepen. Met deze relationele visie op cultuur ontwikkelen we volgens mij meer oog voor de maatschappelijke omstandigheden waarbinnen etnische en religieuze minderheden functioneren.

Bovendien is er in alle grote steden in Europa een demografische ontwikkeling gaande waardoor de focus op meerderheids- en minderheidsculturen achterhaald raakt. In 2025 bestaat naar verwachting een kwart van de jeugdige ‘autochtone’ stadsbevolking in Amsterdam en Rotterdam uit kleinkinderen van niet-westerse migranten, en zijn ‘witte’ Nederlanders een van de vele etnische minderheden geworden. Hoewel ook vandaag de dag officieel iemands uiterlijk of huidskleur niets zegt over ‘allochtoon’ of ‘autochtoon’ zijn – de drie blonde dochters van onze aanstaande koning zijn volgens de criteria van het cbs ‘niet-westers allochtoon’ – moeten we ons instellen op een samenleving waarin ook burgers met ‘een kleurtje’ autochtoon, dus: helemaal ‘van hier’, zijn.

Deze ontwikkeling typeer ik, in navolging van de antropoloog Steven Vertovec, als een ontwikkeling naar een ‘superdiverse’ samenleving, waarin etnische en culturele achtergrond een steeds minder goede indicatie zijn van het vermogen tot integratie, (nazaten van) immigranten onderling steeds meer van elkaar verschillen qua opleiding, werk en inkomen, en groepen steeds meer met elkaar mengen. De samenstelling van de bevolking van de grote steden wijst ook op de ontwikkeling van zo’n superdiverse samenleving. Steeds meer stadsbewoners groeien op in gemengde buurten, gaan naar een gemengde school, en werken met collega’s en cliënten met uiteenlopende etnische en religieuze achtergronden. Op grond van vergelijkend onderzoek in vijftien grote steden in acht Europese landen constateerde ook Maurice Crul dat we een nieuwe visie op integratie moeten ontwikkelen. Een visie die zich rekenschap geeft van de superdiversiteit van de grootstedelijke samenlevingen, waarin binnenkort geen sprake meer is van een dominante etnische meerderheid.

Toch bevindt deze superdiverse wereld zich nog grotendeels onder de radar van onderzoekers en beleidsmakers. Het recente cpb-rapport Dichter bij elkaar? berichtte bijvoorbeeld dat de afgelopen vijftien jaar in Nederland de interetnische contacten eerder zijn af- dan toegenomen. Maar de onderzoekers rekenden alleen contacten tussen ‘allochtonen’ en ‘autochtonen’ tot ‘interetnische’ contacten, en er was alleen gevraagd naar contacten in de vrije tijd. Daarmee bleven de relaties tussen leden van minderheidsgroepen onderling onzichtbaar, evenals de toch steeds frequentere crossculturele ontmoetingen op de werkvloer, in het onderwijs, en in de grootstedelijke openbare ruimte.

Superdiversiteit is niet hetzelfde als super-multiculturaliteit. Een superdiverse samenleving bestaat niet primair uit afzonderlijke culturen en groepen waartussen vervolgens moeizaam bruggen moeten worden geslagen. Het is een samenleving waarin individuen met elkaar in aanraking komen en relaties onderhouden over de grenzen van hun ‘eigen’ gemeenschap heen.

Bij zowel critici als aanhangers leidde het multiculturalisme tot een eenzijdige focus op cultuur: als onderliggende oorzaak van achterstanden en misstanden, of als stimulans voor het ontwikkelen van interculturele competenties. En ook na het failliet van het multiculturalisme bleef cultuur centraal staan: immigranten moesten afstand doen van hun cultuur, autochtone Nederlanders werden verplicht tot een duidelijker verhaal over hun eigen cultuur. Deze culturalisering van de integratie­problematiek is een heilloze weg gebleken. Het wordt hoog tijd om de tweedeling allochtoon versus autochtoon te vervangen door een denken in termen van superdiversiteit.


Baukje Prins is filosoof, lector aan De Haagse Hogeschool en mede-auteur van Superdivers! Alledaagse omgangsvormen in de grootstedelijke samenleving (Eburon/De Haagse Hogeschool, 2013)