Geen mensen, slechts rollen televisie

Bij de programmatips wilde ik vorige week KRO’s dramaserie Wij Alexander van een ± voorzien, maar de min viel weg en zo las ik dat ik Alexander prachtig vind. Niet dus. De ‘plus’ was bedoeld voor het lef van de KRO de nek uit te steken: historisch drama is moeilijk en duur; en de themakeus voor de donkere zijde van het Oranjehuis is niet eerder vertoond. De ‘min’ is voor het resultaat.

De serie draait om de vraag wie de psychiatrische patiënt is die beweert Willem III’s overleden zoon Alexander te zijn; en of er een kistje met documenten bestaat waaruit blijkt dat Wilhelmina niet ’s konings dochter kan zijn gezien een venerische ziekte die verdere voortplanting uit zou sluiten. Historisch is dat geruchten over kistje en steriliteit de ronde deden; patiënt ‘Alexander’ is gefantaseerd door scenarist Tomas Ross.
Hoofdpersoon is de jonge psychiater Jan Giltay, die geboeid raakt door genoemde patiënt. Hij gaat naar de Haagse bibliotheek om naspeuring te doen naar de overleden Alexander. De bibliothecaris wijst op een dame in de leeszaal die, o toeval, alles over de Oranjetelg juist opgevraagd heeft. Wij weten dat zij freule Roll is (anarchiste, proletarische minnaar net gedood in treffen met politie) op zoek naar compromitterend materiaal over het koningshuis. Giltay vraagt dan naar een boek over vlinders. In het volgende shot moet de bibliothecaris verbazing tonen over deze verrassende switch van prins naar vlinder. Hij doet dat zo nadrukkelijk dat wij ons bij de jaarlijkse toneeluitvoering van het 'Nut’ te Twisk waanden en het lachen niet konden houden.
De scène toont uitvergroot waar Wij Alexander aan mank gaat: nadrukkelijkheid en matig acteren. Die malaise treft ook acteurs van wie we beter gewend zijn (Tom Jansen is hier geen schaduw van zijn rol in Bentinck) - wat tot de conclusie leidt dat de spelregie van regisseur Rinko Haanstra zwak is. En dat auteur Ross weinig boeiende karakters heeft geschapen. Als zelfs Scholten van Asschat in een bijrol niet overtuigt, is er iets mis.
Altijd doet zich in historisch drama de vraag naar authenticiteit voor. Ik behoor niet tot het gilde dat een prachtversie van Oorlog en vrede verwerpt omdat de snorren een millimeter te kort zijn. Maar anachronismen naar de tijdgeest zijn hinderlijk. Legio voorbeelden in Nederlands drama: de deerne die bij het vrijen aan Van Oranje vraagt wanneer die zijn zoveelste huwelijk aankondigt: 'Maar wij dan Willem?’; het shot waarmee de jongens in Bij nader inzien zwierig door de Oudemanhuispoort lopen, armen om schouders alsof het Zuid-Europese mannenvriendschappen betreft en niet de harkerige Hollandse jaren vijftig (Voskuil nota bene). Hier omhelzen Giltay en zijn verloofde elkaar op het stationsplein als gelieven van een eeuw later. Zoals ook het taalgebruik nu eens archaïsch, dan eigentijds is.
Erger is dat Giltay dodelijk braaf is en zijn fiancée onuitstaanbaar, qua karakter en qua spel. In een subplotje ontdekt Giltay dat een meisje niet geestesziek maar doof is, neemt haar in huis als dienstbode en ontwerpt een systeem waardoor ze kan zien of er gebeld wordt. Al zou de historische Giltay dit op zijn conto hebben, in de serie betreft het een dubbeldik cliché - inderdaad geheel in de sfeer van een larmoyante roman van rond 1900. Wij Alexander bestaat uit rollen, niet uit mensen. Zo verdwijnt de nieuwsgierigheid naar de plot - hoe controversieel die ook lijkt - al snel.

  • Zaai. Een hek, een weiland, twee boers pratende meisjes en een postbode. De kinderen spelen het eeuwige spel om de macht maar winden samen de PTT'er om hun vinger. Misschien leuker voor volwassenen dan voor kinderen die het wel eens 'zaai’ zouden kunnen vinden. VPRO, Villa Achterwerk, zondag 18.05 uur, Nederland 3.