Winst op rechts

Geen meter verder

Anders dan de naam suggereert is het Forum voor Democratie de democratische rechtsstaat niet goed gezind. Hoe moeten andere partijen zich tegenover het FVD opstellen nu de partij van Thierry Baudet in de Eerste Kamer de grootste wordt? Samenwerken zit er niet in, maar de vraag is wel hoever de VVD en CDA meebuigen.

7 maart, Amsterdam. Fractievoorzitters (vlnr) Klaas Dijkhoff (VVD), Rob Jetten (D66), Sybrand Buma (CDA), Lodewijk Asscher (PvdA) en Thierry Baudet (FVD) voorafgaand aan het RTL-verkiezingsdebat in de Rode Hoed © Bart Maat / ANP

Uit het beslissende CDA-congres dat in oktober 2010 de knoop moest doorhakken over samenwerking met de pvv is dit de zin die de tijd heeft overleefd: ‘Doe dit de partij niet aan, doe dit het land niet aan.’ Voor oud-minister van Justitie Hirsch Ballin was het zonneklaar dat de christendemocraten geen politiek verband moesten aangaan met een groepering waarvan ook toen, nog voor leider Geert Wilders over ‘nep-parlement’ en ‘nep-rechters’ begon, vaststond dat ze lak had aan de democratische rechtsstaat.

Fractieleider Sybrand Buma, destijds voorstander van de samenwerking met Wilders in het kabinet-Rutte I, heeft ook na het stranden van de omstreden coalitie pertinent geweigerd zich politiek te verantwoorden voor zijn keuze. Eerder al, toen dat kabinet er nog zat, riep hij kritische partijgenoten op ‘te stoppen met klagen over de pvv’ en zich neer te leggen bij de meerderheid in het cda die het wél met Wilders zag zitten: ‘Sommigen blijven heel lang zeggen dat ze het er niet mee eens zijn.’

Tot dusver doet Buma niet meer dan samenwerking met de pvv op praktische gronden uitsluiten. Zijn argument luidt steevast dat Wilders’ groepering een onbetrouwbare partner is gebleken omdat zij in het voorjaar van 2012 met Rutte I brak. Over een ‘nee’ tegen de rechtspopulisten op principiële gronden hoor je niets van hem. Het kan geen kwaad deze geschiedenis in het achterhoofd te houden nu het fvd van Thierry Baudet als grootste partij uit de provinciale-statenverkiezingen is gekomen. De naam van Baudets partij, Forum voor Democratie, is een wrange grap: met zijn volledige afwezigheid in de wetgevende arbeid van de Tweede Kamer spreidt het fvd hetzelfde dédain tegenover het parlement ten toon als de pvv. Voor Baudet en zijn fractienoot Theo Hiddema houdt het Kamerlidmaatschap in: een showtje maken achter de katheder, wegwezen en de beeldopname van het optreden op Facebook en Twitter zetten.

Baudet staakte zijn deelname aan het jaarlijkse debat over de troonrede en de miljoenennota omdat hij het ‘beneden zijn waardigheid’ vond. Al eerder, vóór hij politiek actief werd, omarmde hij het denkbeeld dat het parlement een tegenstander van het volk is. Met rechtsfilosoof Paul Cliteur schreef hij voor Wilders een nota waarin hij voorstelt periodiek bindende referenda te houden, met het doel het volk toe te rusten als een ‘tegenmacht van het parlement’. Cliteur, tegenwoordig voorzitter van het ‘Renaissance Instituut’, het wetenschappelijk bureau van het fvd, zei over dat doel: ‘Het is tijd dat we onze democratie heroveren.’ Zijn antwoord op de vraag op wie was duidelijk: op het parlement.

Voor het kabinet is politieke samenwerking met fvd en pvv niet aan de orde, ook niet nu de nieuwgekozen provinciale staten straks een Eerste Kamer kiezen zonder meerderheid voor de coalitie van vvd, cda, d66 en ChristenUnie. Voor d66 en ChristenUnie is elke toenadering tot extreem-rechts, ook op ad hoc-basis, uitgesloten. Daarbij komt dat de coalitie het zich dankzij haar meesterzet in het klimaatdebat in de Eerste Kamer gemakkelijker heeft gemaakt, ook als Rutte III straks in de Senaat als minderheidskabinet moet opereren.

Een week voor de verkiezingen doorbrak het kabinet de ongunstige beeldvorming over mogelijke maatregelen ter beteugeling van de klimaatcrisis – de burgers betalen het gelag en grote bedrijven worden ontzien – door de gas- en lichtrekening te verlagen en alsnog in te stemmen met een CO2-heffing voor ondernemingen. In het Kamerdebat een dag later incasseerden GroenLinks en pvda deze concessies en toonden ze zich bereid het kabinet in voorkomende gevallen bij te staan, in ruil voor meer invloed op het beleid. De politieke winst, naast de continuïteit van het landsbestuur: Rutte III doorbrak met een krachtig gebaar het beeld van een krachteloze ‘kibbelcoalitie’ (Lodewijk Asscher), apaiseerde GroenLinks en pvda, en drong de twee partijen die de klimaatcrisis afdoen als een afwijkende opvatting van ‘milieugekkies’ (Wilders) in het isolement.

Vanuit het oogpunt van GroenLinks en pvda is de politieke winst dat Rutte niet over rechts kán regeren, dankzij hun coöperatieve houding en dat isolement van fvd en pvv. Zo werkt een politiek stelsel, zoals het Nederlandse, dat op samenwerking tussen partijen is aangewezen, maar waarin het politieke krachtenveld gefragmenteerd raakt: dat zet het licht steeds meer op het onderscheid tussen partijen die verantwoordelijkheidsbesef tonen en groeperingen die het parlement als een decor voor de eigen show gebruiken. Met een beetje goede wil kun je de vorming van zo’n nieuw midden van partijen die bereid zijn tot compromisvorming als het voordeel zien van die fragmentatie.

Het nadeel, naast de complicaties die de versplintering met zich meebrengt voor de vorming van stabiele regeringscoalities, is dat zij politieke partijen onzeker maakt. Door het kleiner worden van de trouwe aanhang kan stemmenwinst die ze boeken al weer zijn weggevaagd bij volgende verkiezingen. Hoe groter die onzekerheid, hoe buigzamer partijen zullen zijn naar de kant waarvan zij de meeste concurrentie vrezen. Een uitslag die in het nadeel van vvd en cda uitpakt en in het voordeel van fvd en pvv zet dan onherroepelijk spanning op de coalitie.

‘Hoe kunnen we onze producten zo goed mogelijk communiceren naar de kiezers?’

Dat geldt zeker voor het vervolg van het klimaatdebat. Hoewel nu een richtinggevend besluit is gevallen over de lastenverdeling tussen burgers en bedrijven wachten de coalitie nog ingewikkelde politieke beslissingen over de ‘grootste verbouwing van Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog’ (vvd’er Ed Nijpels). De dichtregels die Ester Naomi Perquin schreef over een echtscheiding – ‘De formule voor een eerlijke verdeling van huisraad,/ herinneringen en geweckt fruit (uit eigen voorraad)/ bevat diverse malen een variabel getal’ – zijn ook van toepassing op het beraad over het klimaat: er ligt nog van alles open.

In die onderhandelingen zal de principiële vraag die als een slagschaduw over het klimaatbeleid hangt onherroepelijk weer aan de orde komen: hoe ver mag de overheid gaan in het ontmoedigen, terugdringen of mogelijk zelfs financieel belasten van individuele keuzes die het milieu en daarmee andere mensen schaden? Alleen al de suggestie dat maatregelen zijn geboden om vlees eten en vliegreizen te beknotten staat garant voor dramakoppen in De Telegraaf en het Algemeen Dagblad, kranten die voor vvd en cda richtinggevend zijn in het peilen van het gemoed van de kiezers.

De vvd reageert vanouds allergisch op overheidsbemoeienis met individuele keuzes, zeker op het terrein van het milieubeleid. De eerste kabinetscrisis met dat beleid als inzet staat op naam van de liberalen. In 1989 brak de ‘vroem-vroempartij’ – grap van Rutte – met het tweede kabinet-Lubbers. Zij kon het voorstel om de automobilist zwaarder te belasten niet voor haar rekening nemen. Ook toen bleek de gevoeligheid van de vvd voor de rechtse persstemmen: aan die kabinetsbreuk was een ouderwets staaltje campagnejournalistiek van De Telegraaf voorafgegaan.

Maar ook voor het cda is overheidsbeleid dat individuele keuzes inperkt om wille van het milieu moeilijk te verkroppen. Daags na het Kamerdebat over het klimaatakkoord van het kabinet liet Buma openlijk blijken dat hij, mocht dat in het vervolg nodig zijn, slechts met grote tegenzin zal aanschuiven bij GroenLinks, de partij waarvoor dat akkoord nog maar het begin is. Buma aan één tafel met Jesse Klaver, dat combineert niet: bij Pauw & Jinek etaleerde hij alleen maar afkeer van de GroenLinks-leider. Eerder sprak Buma de vrees uit dat klimaatmaatregelen een electorale opstand kunnen uitlokken, ‘een herhaling van de Fortuyn-revolte’, en gaf hij af op ‘prosecco drinkende Tesla-rijders’.

Enkele jaren voor zijn vroegtijdig overlijden (2007) analyseerde politicoloog Bart Tromp al hoe de achteruitgang van de volkspartijen, in combinatie met de versplintering van het politieke krachtenveld, de politiek onzeker maakt en gevoelig voor invloeden van buiten, bijvoorbeeld die van de media. pvda, cda en vvd, tot ver in de vorige eeuw redelijk stabiele krachten in de politiek, verloren door hun neergang het houvast dat ze ooit ontleenden aan hun beginselen, programma’s en ledenorganisaties. Het verband in de partijprogramma’s wordt nu eerder gevormd door ‘de nietjes die de bladzijden bijeenhouden’, schreef Tromp, dan door programmatische uitgangspunten en principes. En waren de volkspartijen, ook via hun leden, vroeger stevig maatschappelijk geworteld, nu bestaat hun contact met het electoraat vooral uit wat ze opsnuiven uit krant, tv en sociale media. Volgens Tromp zou deze trend culmineren in de opkomst van de ‘campagnepartij’. Meer dan waarden en idealen bepalen politiek-strategische beslissingen om een zo groot mogelijke aanhang te verwerven hoe zo’n partij handelt en spreekt.

De banden die de volkspartijen vroeger met maatschappelijke groepen hadden worden daardoor losser: de politieke sfeer zelf – de wereld van campagnestrategen en spindoctors rond de partijleider – wordt hun habitat. De logische vervolgstap is dat partijen zich ontwikkelen tot ‘bewegingen’: permanent campagne voerende organisaties onder aanvoering van een leider die de koers bepaalt en de keuzes maakt.

De populistische partijen zijn het prototype van zo’n campagnepartij. In het klimaatbeleid bijvoorbeeld hoeven fvd en pvv zich in hun jacht op de stemmen niets aan te trekken van de dilemma’s waarvoor de andere partijen staan: zij ontkennen gewoon dat er een probleem is.

In deze constellatie zijn de volkspartijen gevoeliger dan ooit voor adviezen uit de marketingwereld. De pvda laat zich door ‘merkstrateeg’ Marc Oosterhout, eigenaar van reclamebureau N=5, bijstaan in de herformulering van haar politieke boodschap. De campagneslogan ‘Gewoon. Doen’ van de vvd komt uit de koker van reclamebureau xxs. Het cda heeft een communicatiemanager, Nelleke Weltevrede, tot campagneleider gepromoveerd. Een artikel van haar in Christen Democratische Verkenningen is tekenend voor hoe de marketingwereld aankijkt tegen de politiek. Onder meer dankzij kiezersonderzoek heeft het cda volgens haar nu een ‘compleet assortiment aan christendemocratische beleidsstandpunten’, door haar ook aangeduid als ‘producten’. En dit is wat zij ermee doet: ‘Na het kiezen van de producten begint ons marketingwerk: hoe kunnen we onze antwoorden zo goed mogelijk communiceren naar de kiezers, opdat we op datum X zo veel mogelijk zetels halen?’

Ergens in de jaren tachtig formuleerde cda’er Jan de Koning wat volgens hem de belangrijkste taak van de politiek was: mensen ‘een meter verder laten springen’ dan zij uit zichzelf geneigd zijn te doen. Politieke partijen moesten mensen overtuigen van de noodzaak bij hun keuzes ook de belangen van anderen in acht te nemen, desnoods tegen hun eigen individuele belang in. Met de adviezen uit de marketingwereld zullen partijen nu eerder geneigd zijn kiezers naar de mond te praten dan een meter verder te laten springen, zeker als zij de hete adem van Wilders en Baudet in de nek voelen.


In de online versie van dit artikel zijn enkele zinnen licht aangepast om de uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen accuraat te reflecteren.