De Monica Lewinsky-affaire

Geen monkey business

Hoe moeten we de affaire tussen president Bill Clinton en stagiaire Monica Lewinsky duiden in de context van #MeToo? De documentaireserie The Clinton Affair en de podcast Slow Burn kijken terug.

Monica Lewinsky omhelst president Clinton op een bijeenkomst van de Democraten. Washington, 23 oktober 1996 © Dirck Halstead / Getty

Het idee was dat Bill Clinton bij de tussentijdse verkiezingen van 1998 van de kiezer een ongenadig pak op zijn sodemieter zou krijgen.

Eindelijk, dachten de Republikeinen. Al sinds het begin van zijn presidentschap leefde hij in een giftige wolk van geruchten, over een al dan niet corrupte vastgoeddeal in Arkansas, over hoe hij zijn militaire dienstplicht had ontdoken en zo aan Vietnam ontsnapte, over verschillende seksuele affaires. Tijdens de verkiezingscampagne van 1992 was zangeres en model Gennifer Flowers naar voren gekomen met de mededeling dat ze twaalf jaar lang een geheime verhouding met Clinton had gehad.

Voor iedere andere kandidaat zou dit einde oefening betekenen, maar Bill en Hillary draaiden het om. Ze verschenen samen bij het actualiteitenprogramma 60 minutes, op Super Bowl Sunday, de dag waarop heel Amerika voor de tv zit. Hij ging niet op Flowers in, maar zei dat hij erkende dat hij fouten had gemaakt: ‘Ik heb erkend dat ik voor pijn in mijn huwelijk heb gezorgd. Ik denk dat de meeste Amerikanen die vanavond kijken, weten wat we zeggen, ze zullen het snappen, en begrijpen dat we meer dan openhartig zijn geweest.’ Wie er daarna nog over doorging, was heiliger dan de paus.

Hij hoefde niet eens openhartig te zijn, schreef Joan Didion in de New York Review of Books. ‘Niemand die op een Amerikaanse high school heeft gezeten kon de huidige president van de Verenigde Staten tijdens zijn verkiezingscampagne zien zonder de overbekende, roofzuchtige seksualiteit te herkennen van de provinciale adolescent.’ Het kon niemand ontgaan hoe zijn zelfmedelijden altijd op de loer lag, hoe snel hij anderen de schuld gaf, hoe zijn ogen vernauwden, als in een natuurdocumentaire, wanneer dingen niet gingen zoals hij wilde. Didion citeerde Jesse Jackson: ‘That man ain’t nothing but an appetite.’

Seks en het huwelijk zijn heilige huisjes bij politici omdat dat nu eenmaal heilige huisjes horen te zijn, schreef Didion. In het beeld dat keurig Amerika graag van zichzelf heeft, is huwelijkse ontrouw het grootste taboe. Maar: de werkelijkheid was dat zes van de tien huwelijken in de VS in een scheiding eindigden. De kiezers waren heus niet geshockeerd. Clinton speelde saxofoon in late-nightshows, gaf toe wel eens geblowd te hebben – met de beroemde kanttekening dat hij niet inhaleerde – en hamerde op de economie. It’s the economy, stupid. Zoals een krant in Illinois schreef in zijn hoofdredactionele aanbeveling om op Clinton te stemmen: ‘Met zestien miljoen Amerikanen werkloos, veertig miljoen Amerikanen zonder gezondheidszorg, en drie miljoen Amerikanen dakloos, is dit wat we te zeggen hebben over de aantijgingen van huwelijkse ontrouw van de presidentskandidaat: so what?’

Bovendien nam hij het op tegen George W.H. Bush, de zittende president die ongeveer net zoveel levenslust uitstraalde als een vergeten archiefkast op zolder. Tijdens de Golfoorlog had hij nog een approval rating van tachtig procent, maar sindsdien maakte die een snoekduik naar beneden. Zijn continu herhaalde oneliner ‘Read my lips: no new taxes’ werd Bush’ ondergang toen er wél een belastingverhoging kwam.

De zesdelige documentaire The Clinton Affair van regisseur Blair Foster laat het stijlverschil tussen de twee kandidaten duidelijk zien. Tijdens een verkiezingsdebat vraagt een vrouw de kandidaten of zij zelf persoonlijk geraakt zijn door de economische depressie waar het land in zit, en zo nee, ‘hoe weet je dan waar je het over hebt?’ Bush zegt dat die vraag niet fair is, want ‘ook als je zelf nooit kanker hebt gehad, kun je je voorstellen hoe erg het is’. Fout. Clinton kijkt de vrouw aan, met zijn druipende ogen, en zegt dat hij voor de verkiezingen nu al dertien maanden door het land reist en overal met mensen spreekt die hun baan zijn kwijtgeraakt en dat hij dus precies weet hoe ze zich voelt. Goed. De vrouw die de vraagt stelde krijgt tranen in haar ogen.

Maar, zullen de Republikeinen gedacht hebben, dat was toen. Nu was het 1998. Ze hadden in jaren niet zo veel zetels in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden gehad. Al jaren was speciaal aanklager Kenneth Starr de Clintons aan het onderzoeken, en hoewel hij geen smoking gun kon vinden aangaande eventuele corruptie rond hun investering in de Whitewater-deal, had hij de tip gekregen dat een stagiaire op het Witte Huis onder ede zou hebben gelogen. De vraag was of ze ooit seks met de president had gehad. De naam van de stagiaire was Monica Lewinsky, 24 jaar oud.

In de dagen en weken nadat Amerika haar naam leerde kennen, speculeerde elke columnist en elk praatprogramma over de toekomst van Clintons presidentschap. Was hij nog geloofwaardig? Zou hij aangeklaagd worden, ge-impeached? Tijdens een live uitgezonden verklaring in augustus dat jaar gaf Clinton toe dat hij met ms. Lewinsky een verhouding had ‘that was not appropriate’. Nu ging de kiezer hem toch zeker afstraffen?

Niet dus. De Democraten verloren in 1998 geen zetel in de Senaat en wonnen in het Huis van Afgevaardigden. In The Clinton Affair is dat de vraag die steeds op de achtergrond speelt, een vraag die door alle veranderende mores van #MeToo urgenter is geworden: waarom werd het een 54-jarige president nauwelijks kwalijk genomen en waarom werd een 24-jarige stagiaire de nationale kop van jut?

Het punt van seks is dat we het sommige mensen gunnen en andere mensen kwalijk nemen. In het geval van mannen en vrouwen is dat evident. Het is de bekende hypocriete dubbele standaard, waarbij een man die met veel vrouwen naar bed gaat een held is, en een vrouw die met veel mannen naar bed gaat een slet.

Maar het zit dieper dan dat. Het verschilt per persoon. Laten we zeggen dat we het bijvoorbeeld allicht een zekere charme vinden hebben als een Franse president er een minnares op nahoudt, maar dat we het vreselijk vinden als onze gortdroge manager dat doet. Het is niet makkelijk uit te leggen, het zal met persoonlijkheid te maken hebben. Van sommige mensen pik je simpelweg meer dan van anderen. Misschien moet je het zien zoals met geld; als een veel scorende Braziliaanse spits in zijn lipstickrode sportwagen komt aanrijden vind je dat vrolijk, als een chagrijnige verdediger uit West-Friesland dat doet vind je hem al snel een patser.

In het geval van Clinton was het duidelijk. Hij kwam over als een levensgenieter, die werd kort gehouden door zijn professionele (lees: strenge) vrouw. Hij was president, maar straalde uit dat hij het liefst een beetje wilde dollen. Zijn tekortkomingen als mens waren, zoals Didion schreef, niet te missen, maar daardoor ook openbaar, niet afgeschermd, eerlijk. Voor een groot deel zal Clinton het soort man zijn dat je zijn verzetje wel gunde, een man die je niet te hard moest aanvallen.

Een van de interessantste afleveringen van het tweede seizoen van Slow Burn, de populaire podcastserie van het internettijdschrift Slate, gaat over iets soortgelijks. Het seizoen verscheen vorig jaar en ging toevallig ook over de Lewinsky-zaak. In tegenstelling tot The Clinton Affair kreeg Slow Burn Lewinsky niet te spreken, maar sprak dan wel weer Linda Tripp, ‘de meest gehate vrouw van Amerika’, die zich voordeed als Lewinsky’s vriendin maar stiekem hun telefoongesprekken opnam en haar geheim zo openbaarde.

Die interessante Slow Burn-aflevering heet ‘Cred’, oftewel ‘creditibility’, geloofwaardigheid. Dat verwijst naar Paula Jones, een van de eerste vrouwen die Clinton betichtte van seksueel wangedrag. Hij zou haar vóór zijn presidentschap in een hotelkamer in Little Rock, Arkansas om orale seks hebben gevraagd; ze bedankte voor de eer. In 1994 meldde ze zich, en klaagde Clinton aan voor 750.000 dollar.

Jones had geen ‘credibility’. Het was niet zo dat ze ongeloofwaardige dingen zei, maar dat niets aan haar verhaal authentiek leek: ze werd gechaperonneerd door Republikeinen, liet zich interviewen in conservatieve media. Jones was zelf misschien wel oprecht – ze had duidelijk geen idee in welke politieke arena ze zich bevond, zei zelf niet te weten wat termen als ‘conservative’ en ‘liberal’ betekenden – maar werd onmiskenbaar gebruikt door vijanden van Clinton. Als je haar geloofde, deed je precies wat die vijanden wilden dat je deden. Dus geloofde je haar liever niet, zegt Slow Burn-presentator Leon Neyfakh.

Daarnaast: Jones was religieus opgegroeid, maar had zich losgemaakt van het geloof. Dat ging, zoals bij zovelen, niet zachtjes. Ze forceerde een breuk. Uitgaan, drank, seks. De verhalen over haar losbandige jongere jaren werden in de media opgediept en uitgesmeerd. Het ondermijnde haar verhaal, haar aanklacht, in de categorie ‘als ze zo easy is, waarom doet ze dan moeilijk over Clinton in een hotelkamer?’

‘Mijn god, de manier waarop er toen over Lewinsky werd gepraat, hoe we haar behandelden, hoe blind we waren voor de machtsdynamiek’

De dubbele standaard: Clinton loog over seks, uit politiek gewin, uit de behoefte te redden wat er te redden viel. Door de jaren heen had hij verschillende beschuldigingen glashard ontkend, om ze jaren later te moeten toegeven. Clinton werd het niet kwalijk genomen. Sterker nog, opiniepeilingen wezen uit dat mensen het zijn aanklagers verweten dat ze hem in een positie drukten waarin hij moest liegen. Zoals een openbaar aanklager in de Los Angeles Times het indertijd duidde: ‘Het Amerikaanse publiek heeft begrepen – en beter dan de politici, de advocaten en de media – dat als het om seks gaat, het eigenlijk niemand echt aangaat. Er bestaan acceptabele leugens en onacceptabele leugens. En liegen over je seksleven is een van de acceptabele leugens.’

Het is interessant de podcast naast de documentaireserie te leggen. The Clinton Affair zit vol mensen die een beetje ingehouden smalend hun eigen rol aandikken; in Slow Burn komen politici, journalisten en advocaten aan het woord die de zaak al terugblikkend als het morele dieptepunt van hun carrière zien. In The Clinton Affair zegt speciaal aanklager Kenneth Starr schijnheilig dat het enige wat voor hem van betekenis was, de grondwet was; in Slow Burn zegt Linda Tripp hoezeer ze zich schaamt dat ze een jong meisje aan de fbi en de media uitleverde. The Clinton Affair besteedt meer aandacht aan hoe de verschillende participanten zich toen voelden; Slow Burn meer aan hoe de media hun eigen hypes creëerden, dingen opbliezen en andere dingen totaal over het hoofd zagen.

Maar The Clinton Affair heeft Monica Lewinsky, nu 46 jaar oud, de ster van de show. Het is misschien ongepast om te zeggen, maar ze ziet er geweldig uit. Het is een godswonder dat iemand die zoveel bagger over zich heen heeft gehad met zoveel levensvreugde vertelt. En dat doet ze zonder aan te dikken, zonder stemming te maken, zonder rancune. Ze is de enige in de documentaire die het niet over ‘Clinton’ of ‘de president’ heeft. Ze heeft het over ‘Bill’.

Aanvankelijk wilde ze geen stage lopen op het Witte Huis, maar een master ging niet door. Ze was 22 jaar oud. Ze vertelt dat ze vooraf geen oogje op Bill had – oud! – maar het toch opwindend vond om bij hem in de buurt te zijn. Hij maakte een keer een opmerking over een pak dat ze droeg, en zij zorgde dat zij het pak de volgende keer dat er een presidentieel evenement was weer droeg zodat hij zich haar zou herinneren. Doorslaggevend was de shut down van de federale overheid in november 1995, toen de president en het Congres het niet eens werden over de begroting. Alle ‘non-essential’ ambtenaren werden naar huis gestuurd, waardoor er in plaats van 450 mensen nu misschien negentig mensen op het Witte Huis overbleven. Waaronder de stagiairs, want die werden niet betaald en stonden dus los van de begroting.

Hier zucht Lewinsky tijdens haar verhaal, opgelaten. Tijdens de shut down was er een verjaardagsfeestje waar Bill ook kwam. Hij stond iets achter haar en ze voelde dat haar string boven haar broek uit kwam. Normaal gesproken zou ze haar broek optrekken, maar ze wist dat alleen hij haar ondergoed kon zien. Ze liet het zo. Later die middag sprak ze hem alleen, voor het eerst, ze gingen een kamertje in, ze zoenden wat.

Lewinsky onderstreept dat er nooit ‘monkey business’ plaatsvond in het oval office – alsof ze wil zeggen: die plek blijft heilig.

Het voelt ongemakkelijk om de intieme details te horen. Flirten is als een goede grap: als je het gaat ontleden, wordt het er niet leuker op. Lewinsky heeft een verdekte manier gevonden om over seks te praten. ‘Eerst besteedde hij aandacht aan mij, toen gaf ik hem die aandacht terug’, zegt ze. Die gênante details zijn nodig voor wat Lewinsky wil vertellen. Het was geen simpel seksding, zegt ze eigenlijk, ze was niet de ontlading van een gespannen president. Het kwam van twee kanten, er waren gevoelens over en weer. Ze belden, hij luisterde naar haar wissewasjes, hij gaf haar een bijzonder exemplaar van Whitmans Leaves of Grass, zij kocht dassen voor hem, hij zong Try a Little Tenderness voor haar.

‘Niet dat ik er niet bij stilstond dat hij de president was’, zegt Lewinsky nu. ‘Natuurlijk wel. Maar zodra we voor het eerst in dat kamertje waren, telde voor mij vooral dat iemand die zo begeerd werd, nu mij begeerde.’

Monica Lewinsky volgt advocaat Judy Smith naar haar kantoor. Washington, 28 juli 1998 © Ron Sachs / Polaris / HH

Waarom nu een documentaire over Clinton? Het antwoord ligt voor de hand. Vanwege #MeToo, omdat de tijden veranderd zijn, omdat we nu anders kijken naar seks tussen machtige mannen en jonge vrouwen, omdat we machtshiërarchieën, en de dwang die daaruit voortkomt, scherper zijn gaan bevragen.

Nu valt het ons op hoe oneerlijk het was dat Clinton Lewinsky kon bellen, maar nooit omgekeerd. Dat zij haar ongebonden jaren als twintiger aan haar bureau zat te wachten, hopend dat hij langs zou lopen, terwijl hij kon gaan en staan waar hij wilde. Dat toen het schandaal uitlekte, hij nog steeds president was en bleef, hij daarna bestsellers schreef, miljoenen verdiende met lezingen, terwijl zij voor de rest van haar leven synoniem is geworden met een aantal seksuele handelingen. (Toen iemand laatst tweette ‘Wie is Monica Lewinsky?’ antwoordde ze zelf: ‘Die vrouw uit 125 rapliedjes.’)

De asymmetrie zat in de positie tussen de president en zijn stagiaire, en in de consequenties. Eerder dit jaar werd Lewinsky geïnterviewd door John Oliver van de Amerikaanse komische talkshow Last Week Tonight over public shaming. Opnieuw maakte Lewinsky grapjes, zonder af te doen aan de ‘shitstorm, een lawine van pijn en vernedering’ die over haar heen kwam. Nadat ze in 2005 haar master afrondde, dacht ze eindelijk haar leven te kunnen beginnen, maar geen bedrijf dat haar wilde aannemen. Ze kreeg alleen aanbiedingen van bedrijven die goede sier met haar wilden maken, als bekend persoon. Een bedrijf vroeg of ze geen ‘aanbevelingsbrief van de Clintons had’.

Ook zou ons zijn opgevallen hoe schaamteloos misogyn de duizenden grappen waren die door komieken in hun late-nightshows voor een miljoenenpubliek werden gemaakt en hoe hypocriet de media waren die over een schandaal spraken, terwijl ze ieder smeuïg detail uit dat schandaal gebruikten voor sensationalistische verslaggeving. Nu zouden feministen moord en brand schreeuwen, terecht, dat toen Lewinsky in januari 1998 door een fbi-team werd opgepakt, ze urenlang in een afgesloten hotelkamer werd verhoord over seks – door alleen maar mannelijke agenten. We zouden nu hopelijk zien hoe glashard vrouwen als Lewinsky, Jones en Flowers gebruikt werden voor politieke doeleinden, waarbij de opererende politici zich alleen bekommerden om de uitwerking die het op Clinton had, en niet om hoe het de levens van de vrouwen vernietigde.

In de Slow Burn-podcast spreekt presentator Neyfakh op een gegeven moment met gerenommeerd journaliste Hanna Rosin, van The New Republic. Het is onbegrijpelijk dat Clinton deed wat hij deed, zegt ze, met alle onderzoeken die er al naar hem werden gedaan. Rosin lacht en schrikt daarvan. Het is niet grappig, zegt ze, en zucht: vroeger werden er zoveel grappen over de zaak gemaakt. ‘We denken er nu zo anders over. Ik denk dat het Monica Lewinsky-schandaal een kantelpunt was in “feminist shame”. Mijn god, de manier waarop er toen over haar werd gepraat, hoe we haar behandelden, hoe blind we waren voor de machtsdynamiek.’

In die zin heeft The Clinton Affair op een wrange manier iets zelffeliciterends, omdat ernaar kijken bijna als doel heeft om als kijker steeds te kunnen denken: o, maar nu weten we wel beter, nu hebben we #MeToo! Maar ook dan kun je je afvragen of dat wel echt het verhaal van Monica en Bill is, of dat dat ook maar een manier is om het verhaal te framen. Een paar jaar terug wilden de producenten van de gelauwerde tv-serie American Crime Story een seizoen maken over de Lewinsky-zaak – zoals ze dat eerder deden over de moord op Gianni Versace en de O.J. Simpsonzaak. Ze bedachten zich omdat, vonden ze, het niet hun verhaal was om te vertellen. Het verhaal behoorde aan Lewinsky toe.

Als je goed luistert naar wat Lewinsky in The Clinton Affair vertelt, wordt het veel complexer dan #MeToo. Clinton komt in haar verhaal niet over als glad, of macho. Hij is wat onhandig, belt haar op zo’n manier dat iedereen het kan zien, spreekt haar aan waar mensen bij zijn terwijl de president een random stagiair toch echt niet hoort te kennen. Ze moest hem terugfluiten. Toen ze voor het eerst zoenden vroeg hij eerst toestemming aan haar. Toen hij het wilde uitmaken en zij boos werd, bond hij direct in, kwam op zijn woorden terug.

Het neemt niet weg dat een president vergat afstand te bewaren tot een ondergeschikte, dat hij een jonge vrouw in een gevaarlijke positie bracht, dat hij door gebrekkige zelfbeheersing haar leven op zo’n manier verwoestte dat ze dat nooit heeft kunnen terugkrijgen. ‘Zonder Clinton was ik nu vast getrouwd en had ik kinderen gehad’, zei Lewinsky eens – waarop komiek Jay Leno zei: ‘Niet zoals jij het deed!’ Wat een goedkope grap om als rijke, succesvolle komiek te maken over een jonge vrouw, wat een misogynie.

Maar het is Lewinsky die al deze etiketten voorbijgaat. Ze heeft het niet over misogynie, niet over machtsmisbruik of asymmetrie, ze verheerlijkt niets. In de documentaire is zij ongeveer de enige die niet in jargon of structuren denkt. Ze heeft het over twee mensen die onhandig verliefd werden. Los van de politiek, los van de geschiedenis.


The Clinton Affairis te zien via NPO Start of Uitzending gemist. Leon Neyfakh van Slow Burn is 10 september te gast bij het John Adams Institute in Amsterdam*