GEEN NEE ZEGGEN

SASKIA DE COSTER
DIT IS VAN MIJ
Prometheus, 288 blz., € 18,95

Saskia de Coster, Dit is van mij . € 18,95

Medium downloadedfile

Saskia de Coster wordt nogal eens het schrijvende equivalent van René Magritte genoemd. Een paar jaar terug deed de Volkskrant dat al, vorige week maakte een critica in NRC Handelsblad dezelfde vergelijking. In essentie klopt het, want a) De Coster komt uit België, net als Magritte, en b) beiden bedienen zich van absurdistische beelden. Dit is het type vergelijkingen waar grote geesten lang over nadenken en waar, indien nodig, vakgroepen voor moeten worden opgericht. Want welke vergelijkingen zouden nog meer mogelijk zijn? Moet een goeie prijsvraag in zitten. Zou de ingetogen symboliek van Johannes Vermeer, en het goddelijke licht waarmee hij zijn portretten overspoelt, gelijkstaan aan het proza van Jan Siebelink? Zou het oeuvre van A.F.Th. van der Heijden verdeeld kunnen worden onder de vrolijke drinkebroers van Frans Hals en onder de onaantastbare regenten van Rembrandt? Is Arnon Grunberg de literaire Philip Akkerman, die uitsluitend zelfportretten schildert, elk net iets anders dan het vorige? Of is de zelfportrettenmanie gereserveerd voor Herman Brusselmans? Zijn de platte, korte zinnen van Hans Münstermann de blokjes en vakjes van Piet Mondriaan? Is de gecontroleerde kalmte van Hella S. Haasse die van Jacob van Ruisdael? Wie zou Connie Palmen zijn, wie Marja Brouwers? Zou Harry Mulisch liever een beeldhouwer zijn, omdat beelden meer monumentaal aanvoelen?
Maar eerst terug naar Saskia de Coster, want haar nieuwste roman, Dit is van mij, is waarschijnlijk het minst absurdistische boek in haar nog jonge oeuvre tot nu toe – wat een goed teken is, want veel van Magritte’s collega’s vonden dat hij uiteindelijk bleef steken in commerciële zelfherhaling.
Haar eerste romans – Vrije val (2002) en Jeuk (2004) – laten zich niet makkelijk navertellen, het waren boeken zonder duidelijke plot of besef van tijd en locatie, sprookjes bijna, die dreven op de schrijfkracht van De Coster. Haar twee boeken daarna, Eeuwige roem (200) en Held (2007), waren al meer toegankelijk. Nu dan een redelijk concreet verhaal. Het begint als de eindtwintiger Jakob bedenkt dat hij nu eens en voor altijd een punt zet achter zijn relatie met Jade. Jade is een hyperactieve maar ongefocuste kunstfotografe, Jakob is een slungelige aartstwijfelaar die achter haar aan zeult en haar rommel opruimt. Maar niet langer, beslist hij. Met de daadkrachtigheid van de 21ste-eeuwse man stuurt hij haar een sms dat ze elkaar beter even niet kunnen zien; prompt loopt hij tegen Jade aan en legt het nog eens aan haar uit. Jade reageert begrijpend: ‘Goed Jakob! Jij moet inderdaad meer opkomen voor jezelf. Jij laat je te veel doen en dat wreekt zich. Ik ga je daarin helpen. Maar eerst mijn project.’
Jakob kan geen nee zeggen. Wat betekent dat Jakob de zorg op zich krijgt van een achtjarig Roemeens jongetje, Will, dat Jade ‘besteld’ had bij een programma dat kinderen uit armere landen een paar weken onderbrengt bij vrijwilligers in het rijke Westen, terwijl Jade haar fotoproject heropstart.
Dit is van mij volgt Jakob en Will bij hun – avonturen is een te groot woord – beslommeringen. Jakob versiert een paar meisjes, hij gaat met Will naar het museum, naar de dokter, naar de familie van Jade. Jade komt zelf op onverwachte momenten voorbij en lijkt wat te ontsporen. Al snel krijgen Jakob en Will gezelschap van de geestgestalte Elise, de overleden tante van Jade, die vervolgens Jakob adviseert hoe hij met Jade om moet gaan en hoe hij zijn besluiteloosheid moet overwinnen. De Coster schrijft opvallend goed vanuit het perspectief van een man die constant memoreert hoe zeer hij afstand van Jade moet nemen, maar tegelijk steeds zijn telefoon controleert om te zien of ze hem niet toevallig gesms’t heeft.
Het beeld dat van Saskia de Coster naar voren komt is dat van een schrijfster die een grondtoon zoekt, en van daaruit werkt. Het lijkt me stug dat ze met een schema werkt, of met van tevoren duidelijk geformuleerde thematiek; het schrijven zelf staat centraal in haar romans. Dat geldt zeker voor Dit is van mij: op een aanstekelijke, lichtvoetige manier geeft De Coster een beeld van twee mensen die elkaars gedoemde tegenbeelden zijn en toch niet zonder elkaar kunnen – en dat laat ze tot een verrassende ontploffing komen. De taal is zuiver, de zinnen zijn simpel en trefzeker. Het lijkt o zo gemakkelijk hoe ze het doet, maar die grondtoon creëert een sfeer die volkomen origineel is.
Maar met dat gemak is misschien ook enige gemakzuchtigheid de roman ingeslopen. De Coster permitteert zich soms te veel: een stoet bijfiguren, vaag poëtische metaforiek (‘Een na een regenen haar kleren van haar af’) en flauwe grappen (‘Hij is nu officieel “muziekconsulent”. Mijn achterwerk ook’). Met ruim 280 pagina’s voelt het boek aan de lange kant. Will is een voorbeeldig kind voor een schrijfster die zich niet te veel wil bezighouden met de logistieke verplichtingen die aan een kind vastzitten. Will hobbelt overal achteraan, zwijgzaam. Het is niet echt duidelijk wat hij toevoegt aan het verhaal.
Toch neem je dat op de koop toe. Dit is van mij is een volgroeide literaire entiteit, de losse eindjes zorgen ervoor dat het verhaal een levend iets is. Dat is in ieder geval wat Jade zegt: dat echte kunst niet in een kooitje moet blijven zitten. De Coster demonstreert het zelf.