Hoofdcommentaar: Den Haag

Geen nieuws uit Den Haag

Of de crisis binnen de Lijst Pim Fortuyn nu wel of niet is bezworen, het vertrouwen in de partij is er door de ordinaire ruzies en misverstanden tussen bestuur en fractie niet groter op geworden. Mensen die dachten dat de LPF vanaf 15 mei alles in het werk zou stellen om de eenheid te bewaren en daarmee de aanvankelijke criticasters te logenstraffen, kwamen de afgelopen week bedrogen uit. Het is niet eerder vertoond dat de op een na grootste politiek vertegenwoordigde partij zich wenst af te scheiden van de rammelende ledenorganisatie. De LPF is «de kluts kwijt geraakt», aldus een mededeling op de steeds weer verrassende website van de partij. Makelaar en televisiepresentator Harry Mens, naar eigen zeggen meer gepokt en gemazeld in het politieke denken dan de LPF-partijtop, moest maandagavond bemiddelen om erger te voorkomen.

Ondanks de grote woorden van vice-fractievoorzitter Ferry Hoogendijk en fractiesecretaris Joost Eerdmans was de LPF-fractie tot vorige week een baken van rust en eenheid. Bij stemmingen in de Tweede Kamer blonken de 26 parlementariërs uit door een opmerkelijke gelijkgestemdheid. De beruchte fractiediscipline van de Partij van de Arbeid onder Melkert was er niets bij, grapten kamerleden de afgelopen weken als de LPF-fractie leden braaf meestemden met de partijleider.

Voor een deel komt dat omdat nog niet alle actuele dossiers nauwgezet zijn bestudeerd en de LPF-fractie nog vaak bij de VVD te rade gaat voor een opportuun standpunt.

Maar ook als de dossiers straks wél bestudeerd zijn en de fractie de beschikking heeft over eigen themaspecialisten is het nog maar de vraag of van het door velen vurig verlangde dualisme veel terechtkomt. Weinig potentiële ministerskandidaten zullen bereid zijn zitting te nemen in een kabinet dat vanuit de eigen achterban in de Kamer al te zwaar onder vuur komt te liggen. Dit geldt vooral voor de kandidaten die de LPF zullen representeren. De topmensen uit het bedrijfsleven waar de partij de laatste tijd mee schermde, zullen zich — als de kans groot is dat een ministerschap aanzienlijk korter kan duren dan vier jaar — nog wel even achter de oren krabben voordat ze hun reguliere carrière opschorten en kleur bekennen aan de LPF.

De beloftes van Fortuyn ten spijt, van de LPF hoeft het nieuwe dualisme dus niet te worden verwacht. Fractievoorzitter Mat Herben zal alles in het werk stellen de boel bijeen te houden om zijn troeven in het kabinet niet al te snel uit te spelen. Slim dualisme, waarbij de Kamer wél iets in de melk te brokkelen heeft maar tegelijkertijd het kabinet niet wezenlijk in gevaar brengt, valt echter ook niet te verwachten van de fracties van CDA en VVD. Beide partijen beginnen met een onervaren leider. Bij het CDA wordt Jan Peter Balkenende premier. Hij zal na lang gesteggel waarschijnlijk worden opgevolgd door de ambitieuze maar niet voor iedereen overtuigende buitenlandwoordvoerder Maxime Verhagen. Bij de VVD blijft Gerrit Zalm voorzitter van de fractie. Zalm is weliswaar een zeer ervaren politicus, maar vooralsnog niet bedreven in het parlementaire handwerk. Hij is een typische paarse bestuurder en het zal nog wel even duren voordat hij zich heeft ontwikkeld tot een debater als Frits Bolke stein, die ondanks VVD-regeringsverantwoordelijkheid onder Paars I wél in staat bleek vanuit de Kamer een ander geluid te laten doorklinken.

Van dualisme komt al met al waarschijnlijk maar weinig terecht. Wat is er dan wél nieuw aan het kabinet-Balkenende?

De «ruk naar rechts» valt op veel terreinen nog te bezien. De hoofdpunten van beleid zijn voor een groot deel gebaseerd op onder Paars tot stand gekomen beleidsadviezen van de Sociaal-Economische Raad (SER). Dat geldt bijvoorbeeld voor het WAO-akkoord en voor het afgesproken nieuwe ziektekostenstelsel. Rechts beleid of politieke vernieuwing kun je dat niet direct noemen. Wel nieuw is de ijverig ingezette ontbureaucratisering. Er is de drie partijen veel aan gelegen op terreinen als onderwijs en zorg de jarenlang ingesleten sociaal-democratische regelzucht krachtig in te dammen. Het aantal (rijks)ambtenaren wordt daartoe fors teruggebracht en «het veld» moet de beschikbare middelen meer naar eigen inzicht kunnen besteden, zolang de door het kabinet gestelde doelen worden gehaald.

En doelen, die zijn er genoeg. Want als de samenwerking tussen CDA, LPF en VVD érgens in uitblinkt, dan is het wel de tomeloze tendens tot het doen van beloften. Zo weinig als Paars II de kiezer in 1998 wilde toezeggen, zoveel denkt het kabinet-Balkenende in korte tijd te kunnen waarmaken. Het aanstaande kabinet, de LPF voorop, wil door de ontevreden kiezer worden afgerekend op de criminaliteit, op de wachtlijsten in de zorg, op de instroom van vluchtelingen. Daar gaat de komende vier jaar écht iets veranderen, zeggen de regeringspartijen. Het curieuze compromis voor het door de LPF verlangde ministerie van Veiligheid is daar een voorbeeld van. Als binnen twee jaar het gevoel van onveiligheid onder de burgers niet minder is geworden, dan komt er alsnog een geïntegreerd departement van Justitie en Binnenlandse Zaken, zo werd dinsdagmiddag duidelijk. Binnen twee jaar moet het land kennelijk een stuk veiliger zijn geworden. Of houden VVD en CDA, verklaarde tegenstanders van een dergelijk ministerie, er rekening mee dat het kabinet na twee jaar alweer is gevallen?