Geen onderwerp

Dit stukje gaat niet over de sociale zekerheid. Een columnist heeft immers maar één opdracht: gij zult uw lezers niet vervelen. En de sociale zekerheid is een onderwerp dat vermoeidheid oproept. Organiseer een discussie over de verzorgingsstaat en je hebt gegarandeerd een lege zaal. Als het CTSV (even nadenken, o ja, het Centraal orgaan Toezicht Sociale Verzekeringen, niet te verwarren met het LISV, het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen of de uvi’s, de uitvoeringsinstellingen) een rapport uitbrengt waarin staat dat het beleid is mislukt en we bijna een miljoen arbeidsongeschikten hebben, reageren de betrokkenen met rituele bezweringen. ‘Het valt mee’, of: ‘We moeten de veranderingen juist sneller doorvoeren.’ Een publiek debat ontstaat niet, want het terrein van de sociale zekerheid is allang het Afrika van Holland. We verwachten niet anders dan dat ellende troef is en elk plan smoort in een mengeling van bureaucratie, domheid en noodlotsliefde.

Wetenschappers die sociale bewegingen bestuderen, weten dat mensen in een beroerde positie pas in opstand komen als ze perspectief zien en denken dat protest zin heeft. Zo niet dan beperken ze zich tot overleven. De miljoen arbeids ongeschikten verwachten weinig en de miljoenen die de kans lopen om arbeidsongeschikt te worden halen hun schouders op.
Het Paarse kabinet heeft evenmin behoefte aan een fundamentele discussie over de sociale zekerheid. Dat zou alleen de tegenstellingen tussen de PvdA en de VVD aanwakkeren. De discussie over de toekomst wordt daarom gevoerd door een stuk of honderd deskundigen. Beschermd door de maatschappelijke desinteresse worstelen zij zich door nota’s en rapporten en bedenken hun plannetjes. Ze zijn het onderling niet eens, maar spreken wel een gemeenschappelijke taal. Iedereen is voor activering, voor maatwerk, voor een inte grale aanpak en niemand is principieel tegen marktwerking. Elk goed idee krijgt een kans zonder dat iemand zich bekommert om het geheel.
Het resultaat is een ratjetoe, waarbij steeds de ene maatregel de andere in de weg zit. De ziektewet is geprivatiseerd en wordt uitgevoerd door commerciële Arbo-diensten, maar de WAO door semi-overheidsbedrijven zoals het Gak. Goede samenwerking is dus ver te zoeken.
In Duitsland hebben bedrijven 4,5 procent arbeidsgehandicapten in dienst, veel meer dan de 1,9 procent in Nederland. De harde Duitse sancties doen hun werk. In Nederland komt daar weinig van omdat de instelling die de sancties moet opleggen ook voor de arbeidsbemiddeling zorgt en dus niet met boetes de goede relatie met de bedrijven op het spel wil zetten. Werkgevers klagen dat er geen goed bestand is van de vaardigheden van de 900.000 WAO'ers, maar zijn tegen de centrale organisatie die zo'n gegevensbestand zouden kunnen opzetten. Ze zijn immers voor meer concurrentie. De nieuwe kabinetsplannen zijn al even tweeslachtig. Er moet concurrentie komen tussen de uvi’s, maar de verzekeringsartsen en de arbeidsdeskundigen worden ondergebracht bij de publieke Centra voor Werk en Inkomen.
Juist in het eerste ziektejaar, als de kans op reïntegratie het grootst is, lopen twee instellingen met een totaal andere dynamiek elkaar dus voor de voeten. Voor zowel een marktmodel als voor een publiek model is wat te zeggen, maar helaas niet tegelijkertijd. Er moet gekozen worden. Maar daarvoor is een politiek debat noodzakelijk, waaraan u en ik ook meedoen. Dat kunnen we niet overlaten aan die honderd deskundigen.
Dit stukje gaat niet over sociale zekerheid, het gaat over de noodzaak om je soms met saaie zaken te bemoeien.