Geen onschuldig gesprek meer

Aan het tafeltje naast je drinkt Andre van Duin een pilsje. Op een bank in het plantsoen ligt Herman Brood languit z'n songteksten te leren. Bij de sigarenboer sta je achter Pierre Bokma, en je stapt uit de tram samen met Serge-Henri Valcke. En jij maar achteloos wegkijken als ze in jouw richting kijken. Alsof je hen niet herkent. Want in Amsterdam is dat doodgewoon, al jaren. Bekend van radio en tv en toch je buurman.

Maar tegenwoordig kan het ook omgekeerd. Bekend uit de buurt en toch op radio en tv. Naarmate de zenders toenemen, worden de onderwerpen trivialer en de helden lokaler. Granny’s tv heette het zendstation waarover een tijd geleden een mediaprogramma op televisie berichtte. In een Amerikaanse plattelandsgemeente had een ondernemende oma een dorpsomroep gesticht. De studio was haar huiskamer, waar heel de buurt dagelijks op bezoek kwam om een familielid te feliciteren, een zojuist behaald diploma te laten zien of een schuine mop te vertellen.
Mijn Granny’s tv is RTL4. Op dit onvolprezen dorpskanaal zag ik in de afgelopen maanden twee keer de buren voorbijkomen. De eerste keer was het een overbuurvrouw. Die zag ik langsfietsen in Kijk nou eens, het programma waarmee RTL4 de loze uurtjes dagtelevisie vult. De cameraman van deze venster-tv, die urenlang zwijgend de zomerse voorbijgangers registreert, stond die bewuste dag opgesteld bij de ingang van het Vondelpark, en dat is bij mij om de hoek. Daar kwam ze voorbij met haar zoontje voorop. Via dat zoontje leerde ik haar kennen. Hij zwaaide uit het raam aan de overkant naar mij, en zijn ouders deden mee. Op televisie zwaaiden ze niet. Ze hadden niks in de gaten.
De andere buurman die plotseling op tv verscheen, leerde ik kennen via zijn hondje. Een stokoud beestje dat zo langzaam liep dat zijn baas wel om zich heen moest kijken. En zo ontmoetten onze blikken elkaar, we wisselden een groet uit en heel soms enkele woorden. Over het hondje, over het weer en of hij mooie muziek op z'n walkman had. Dat hij een mooie snor had, heb ik hem niet gezegd. Het lag in de lijn der verwachting dat dit zou gebeuren, maar er is iets tussen gekomen. Hij verscheen op mijn Granny’s tv en wel bij tante Catherine van het pastoraat. Bij een aflevering over impotentie.
Daar zat hij, onmiskenbaar, zonder hondje maar met snor. Het programma liep al ten einde, zijn biecht heb ik niet gehoord, maar er waren vragen bij het publiek en welwillende adviezen. Ik begreep onmiddellijk dat hij het nog nooit had gedaan en dat zijn Probleem hem belemmerde bij zijn contacten met vrouwen. Klein en schichtig was hij vergeleken bij de brutale kleerkast die naast hem zat te snateren.
En klein en schichtig was hij toen ik hem weken later weer zag lopen. Ik schrok toen ik hem zag. Geknikt heb ik nog wel, maar zo kortaf dat een praatje er van toen af aan niet meer in zat. Binnenkort kan ik achteloos wegkijken.
Het is geen bewuste afstraffing. Ik veroordeel hem niet vanwege zijn optreden bij Catherine - integendeel, hij heeft meegewerkt aan een van mijn favoriete programma’s. Maar ik weet me geen houding meer te geven. Ben bang dat mijn ogen of mijn woorden verraden wat ik over hem weet. Alsof hij niet mag weten dat ik het weet. Alsof hij zelf geen aandeel heeft gehad in het onthullen van zijn geheim, alsof het een kwaadaardige roddel is die iemand anders in de buurt over hem heeft verspreid. Zijn optreden heeft me de kans ontnomen hem langzamerhand te leren kennen.
We hebben ook geen onderwerp meer voor een onschuldig gesprek. Het hondje is weg, gestorven waarschijnlijk, en zijn mooie snor heeft hij afgeschoren.