Geen oogst van het Maagdenhuis

In februari 2015 forceren studenten de deur van het Maagdenhuis, bestuurszetel van de Universiteit van Amsterdam. Daarmee begint een wekenlange bezetting als protest tegen top-down-bestuur en rendementsdenken in het hoger onderwijs.

Medium groenew commentaar bestuur 20univer 20sitei 20ten

In februari 2016 stemt de Tweede Kamer in met een wetswijziging die docenten en studenten meer inspraak geeft. Het is makkelijk om een verband te leggen: academici zijn ontevreden, politici zetten grieven om in beleid.

De werkelijkheid is ingewikkelder. De aanloop naar de Wet versterking bestuurskracht bij onderwijsinstellingen, die deze week werd aangenomen, begon in het voorjaar van 2013. Directe aanleiding was toen het failliet van megaschool Amarantis. ‘Het gaat erom de praktijk van tegenspraak in de onderwijssectoren te versterken’, schreef de minister van Onderwijs destijds. Toen daadwerkelijk tegenspraak klonk vanuit een bezet Maagdenhuis bleek dat toch minder gewenst. En dat is tekenend voor de bestuurscultuur in Nederland. Tegenspreken mag, maar dan wel op een vooraf aangewezen plaats en tijd.

Dat er jaren zit tussen de constatering dat onderwijsmanagers meer naar de werkvloer moeten luisteren en concrete politieke actie is ook veelzeggend. Eerst moet er in Den Haag in verschillende rondes worden gedebatteerd over ‘sturingsmodellen’ en ‘governance-systemen’. In de tussenliggende jaren ging het ROC Leiden bijna ten onder aan megalomane nieuwbouw en stak de Universiteit van Amsterdam zich vanwege vastgoedplannen voor honderden miljoenen in de schuld. Dan is het niet vreemd als studenten en docenten uiteindelijk overgaan tot zoiets radicaals als een bezetting.

De slotfase van het proces, dat moest leiden tot meer zeggenschap van studenten en docenten over hun eigen onderwijsinstelling, sleepte zich voort. Kamerleden buitelden over elkaar heen met moties en aanpassingsvoorstellen die strak moesten inkaderen welke onderwerpen des bestuurders zijn en waar studenten en docenten ook eventueel wat over te zeggen krijgen. De voorgestelde meldplicht voor toezichthouders die wanbestuur vermoeden haalde het niet. Het plan om bestuurders via verkiezingen te benoemen, een wens van de Maagdenhuisbezetters, evenmin. Wel mogen opleidingscommissies in het vervolg meebeslissen over de inhoud van het onderwijs. Ook nemen voortaan één docent en één student plaats in de sollicitatiecommissie voor universiteitsbestuurders. Dat dit in onderwijsland wordt gevierd als een overwinning laat zien hoe strak de teugels worden gehouden. De wetswijziging is dan ook geen oogst van de Maagdenhuisbezetting. Die was een symbool van de maatschappelijke onvrede over hoe publieke instellingen worden bestuurd als bedrijf en verwikkeld zijn in onderlinge concurrentie. De politieke vertaling van dat sentiment laat nog op zich wachten.

‘Ik heb niets aangepast vanwege de studentenprotesten’, zei minister Bussemaker in een interview met Folia, de universiteitskrant van de UvA, na afloop van de Maagdenhuisbezetting. Op die uitspraak hoeft ze niet terug te komen. Studenten mogen zich verheugen op iets meer inspraak, maar de fundamenten van de universiteit blijven onveranderd. Den Haag zit het hoger onderwijs dicht op de huid. Bestuur wordt via politieke kanalen benoemd en onderzoeksgelden gaan naar prioriteiten die op het ministerie worden aangewezen. De vraag is waarom, als universiteiten een vrijplaats van onafhankelijk denken moeten zijn. De oudste universiteit van Nederland bestaat 441 jaar. Een kabinet zit vier jaar in het zadel, als het meezit. Wat meer bescheidenheid in Den Haag zou op z’n plaats zijn.