Geen oorlog

Vorige week had ik de griep en mijn tv was kapot. Wat kun je dan zoal doen zo ’s avonds in je grieproes? Iets weinig interactiefs in ieder geval en de computer is het enige bewegende beeld.

Documentaires op YouTube kijken dan maar. Lange documentaires want griep duurt wel een paar avonden.
In dit geval de docu The Great War van de BBC. Over de Eerste Wereldoorlog dus.
De aanloop, het slachtveld, de patstelling. Het lijden.
Maar vooral over die aanloop wil ik het hebben. De strijdende partijen waren met handen en voeten aan elkaar verbonden door verdragen. De klunzig uitgevoerde moord op de Habsburgse troonopvolger leidde tot een oorlog tussen twee clusters van koninkrijken, keizerrijken en republieken. Miljoenen Europeanen vlogen elkaar tot de tanden bewapend in de haren en een groot deel van hen eindigde als gebeente in de modder.
Het was dan misschien het web van verdragen dat het domino-effect had om de dodelijke trein te laten rollen, de brandstof was het nationalisme. Een ‘kinderziekte’ van de mensheid, noemde Einstein het ooit. Kamagurka tekende ooit een boze man die boos op de armleuning van zijn fauteuil sloeg en zei: ‘Ik ben een Vlaming en daar ben ik fier op!’ Eronder schreef hij: ‘Hadden ze het hem nooit verteld, dan had hij het nooit geweten.’
Voor dat Vlaming kun je even zo goed Fransman, Turk of Serviër invullen.
Waar het om gaat is dat nationalisme een gevaarlijke vorm van collectivisme is. Zoals fascisme, communisme of islamisme dat ook is, maar het gaat nu even over het collectivisme met de grote N. Die van Nation. (Dit mag je van mij op z’n Frans uitspreken. Klinkt beter.)
Zo vaak toeteren Euroblije politici: nooit meer oorlog door de EU. Zou het?
Maar ik begrijp het sentiment erachter.
Zeker voelde ik dat diep in mijn snothoofd tijdens die griepavonden toen ik naar die documentaire zat te kijken. Een oneindige reeks van veldslagen, zeeslagen, terugtrekken, flankaanvallen, ingraven en suïcidale uitvallen richting de kanonnen en mitrailleurs van een andere ‘Nation’.
Een vredig Europa waarin men samenwerkt en elkaar niet te lijf gaat. Wie wil dat niet? En speelt de EU daar een rol in? Welbeschouwd ja.
Maar de EU is een gemankeerd instituut en ik ben wel een Eurofiel maar nog steeds bepaald geen EU-fiel.
Ik vertrouw de bijna religieuze roes niet van al die afgestudeerden die de Eurocommune vormen. Het gaat me allemaal te makkelijk.
Ik heb me dan ook sterk gemaakt voor het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne.
En als het er eenmaal komt zal ik er wellicht vóór stemmen. Dat wel. Ik loop niet voorop in het demoniseren van Poetin en ik wil ook niet voor wat goedkoper gas met ouderwets Koude-Oorlogdenken een gewapend conflict met de Russen ingesjoemeld worden.
Maar daarnaast begrijp ik een bloedland als Oekraïne. Met een geschiedenis waar Babi Jar en de miljoenenvoudige moord op lokale boeren door Stalin deel van uitmaakte.
Oekraïne wil niets met Poetin te maken hebben en die wens is legitiem.
Dat heeft met zelfbeschikking te maken. Dezelfde zelfbeschikking die Polen, de Baltische Staten en Georgië hebben.
Maar de EU-fanboys moeten maar even zweten. Niet alles kan zomaar aan de bevolking opgediend worden. Misschien waren er betere testcases te vinden dan deze, misschien zaken die met het Turkije van Erdogan te maken hebben, maar het is tijd om een punt te maken.
Een Europa zonder oorlog. Dat willen we allemaal. We hebben zoveel grote Europese oorlogen gehad.
En samenwerking willen we. De bloei van handel tussen Europese landen en gezamenlijke producten verkopen aan landen daar buiten. Prima. Dat alles willen we.
Maar velen willen een bond van staten en geen statenbond. Maar vooral geen ongrijpbaar orgaan dat met voldongen feiten komt. Ik wil best voor een EU zijn. Maar die moet dan minder arrogant en elitair zijn, nuchterder en minder voortgedreven door ideologische hysterie en vooral democratischer.