H.J.A. Hofland

Geen oorlog tegen Iran

Een aanval op Iran is «belachelijk», zei George W. Bush op zijn persconferentie vorige week in Brussel. Maar hij kon niets uitsluiten, voegde hij eraan toe. De president heeft gelijk. Het is nooit uitgesloten dat een oorlog als «belachelijk» in de geschiedenis zal worden opgenomen. Maar dat bedoelde hij niet. Er zijn omstandigheden denkbaar waaronder het belachelijke van nu binnen afzienbare tijd een onontkoombaar besluit wordt. De vraag was trouwens evenmin belachelijk.

In Europa zijn we weer ongerust geworden, door berichten in de Amerikaanse pers over een oorlog tegen Iran. De laatste keer dat dit gebeurde was omstreeks juni 2003, nadat Washington ervan overtuigd was de oorlog in Irak te hebben gewonnen. Het land maakte in grote trekken de indruk te zijn bevrijd. Wederopbouw was een kwestie van tijd. En daar stond een leger van 150.000 man, klaar voor de volgende slag. Al jaren wordt Teheran ervan verdacht de bouw van een centrale voor kernenergie te gebruiken als dekmantel voor de ontwikkeling van een eigen atoombom. De tijd leek rijp voor het volgende doortastende optreden.

Of er toen serieuze plannen zijn geweest, zullen we misschien later weten. Maar kort daarna begon het verzet in Irak zich te organiseren. Voor een groot deel van het Iraakse volk veranderden de bevrijders in bezetters. Terroristen deden hun intrede. De chaos nam toe en het Amerikaanse leger heeft vanaf die tijd zijn handen vol gehad met het bewaren van een minimum aan orde. Van een militair optreden tegen Iran werd niets meer gehoord. Dat is trouwens niet louter een gevolg van de verslechtering van de toestand in Irak.

Een nieuwe kernmacht in het Midden-Oosten, in handen van een conservatief moslimbewind, zou op de uiterst labiele verhoudingen in de hele regio een onvoorspelbare invloed hebben. Vandaar dat Engeland, Duitsland en Frankrijk al jaren met vreedzame middelen proberen de heren in Teheran op vreedzame gedachten te brengen. Eind 2003 leek dat resultaat te hebben. Op 18 december van dat jaar tekende Iran in Wenen een overeenkomst met het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), die de organisatie machtigde zijn nucleaire installaties zonder vooraankondiging en indringend te inspecteren. In Washington werd het «een nuttige stap in de goede richting» genoemd. In Iran «een historisch akkoord». Maar, werd erbij gezegd, het zou nog jaren kunnen duren voor de wereld er zeker van kan zijn dat Iran over zijn atoomprogramma de waarheid spreekt. De Amerikanen hebben zich toen niet met de Europese politiek verenigd.

Volgens Seymour Hersh willen de VS niet wachten tot Iran zijn bom heeft. In The New Yorker van 24 januari schrijft hij dat special forces al een maand of tien verkenningen uitvoeren in Iran. De nucleaire installaties worden onderzocht op al hun kwetsbaarheden, opdat die vanuit de lucht, of op de grond door commando’s kunnen worden vernietigd als naar het inzicht van Washington de nood aan de man is gekomen. De Europeanen zagen hierin een nieuwe bevestiging dat Amerika doel bewust afstand had genomen van de onderhande lingen met Teheran, om de handen tegenover dit lid van de «As van het Kwaad» vrij te houden.

Met het besluit tot het leveren van splijtstof voor vreedzaam gebruik heeft Moskou zondag zijn entree gemaakt in de Iraanse kwestie. Na gebruik moet het materiaal terug naar Rusland zodat het geen militair doel kan dienen. De Russen zullen bovendien geen kernmacht aan hun zuidgrens willen. Ze hebben er alle belang bij dat het in Iran rustig blijft, en als de ontwikkeling van vreedzame kern energie daarbij zal helpen terwijl ze er ook nog iets aan verdienen, des te beter.

In Washington heeft het Russische besluit in eerste instantie woede gewekt, maar niet bij de regering. De Republikeinse senator McCain, veiligheidsexpert, wilde Rusland verwijderen uit de G8, het gezelschap van de grote industrielanden. In de omgeving van de president is die suggestie nog niet gevolgd. Volgens de International Herald Tribune van dinsdag overweegt de president om voorlopig de vreedzame weg van de grote Europese landen te blijven volgen. Dat zou dan een van de belangrijkste resultaten zijn van zijn grote reis. Geen frase over de mondiale verbreiding van de democratie, maar het verder volgen van een moeilijke maar concrete politiek die niet per se hoeft te mislukken.

Geen illusies. Iran blijft ingewikkeld diplomatiek frontgebied. En we moeten niet vergeten dat de Iraniërs ook enig recht van spreken hebben. Hun democratische revolutie in het begin van de jaren vijftig bracht met zich mee dat de bezittingen van de westelijke oliemaatschappijen werden genationaliseerd. Met Amerikaanse steun werd de contrarevolutie uitgevoerd en de sjah weer op de troon gezet. De revolutionaire premier Mossadeq maakte zich voor het westerse publiek onvergetelijk door gekleed in pyjama, huilend voor zijn rechters te verschijnen. Hij kreeg levenslang huisarrest.

In 1977 werd de sjah toch per revolutie afgezet. Toen begon het bewind van Khomeini. Volgde de gijzeling van de hele Amerikaanse ambassade, de mislukte poging tot bevrijding en de gruwelijke acht jaar oorlog tussen Iran en Irak, waarbij de Amerikanen de bond genoot van dictator Saddam Hoessein waren. Uit die tijd dateert de vriendschap tussen Saddam en Rumsfeld. Zo is er meer gebeurd wat de verhouding tussen Washington en Teheran zo ingewikkeld maakt.

De Amerikanen hebben nog een goede reden om voorlopig niet ten strijde te trekken. De indruk ontstaat dat «het Midden-Oosten in beweging is». In Libië, Palestina, Libanon, Egypte lijkt het plotseling, op uiteenlopende manieren, de goede kant op te gaan. Onder die omstandigheden, met alle lasten van Irak, ook nog eens gewapenderhand in Iran ingrijpen?

«Don’t rock the boat again», zullen ze in Washington denken. De president heeft deze keer goed op Europa gelet. Voorlopig.