Geen ophef over Uruzgan

Canberra - Weinigen van de tientallen bezoekers aan het nationaal oorlogsmonument in Canberra zullen zaterdag de Nederlandse regering in gedachten hebben gehad, die op die dag viel. Het monument lijkt van buitenaf nog het meest op een Romeinse tempel en binnen zijn er fresco’s van militairen en verpleegsters: geen graf, maar een mausoleum voor de onbekende soldaat. De drukte illustreert de grote publieke belangstelling voor Australië’s militaire activiteit - bijvoorbeeld voor de Australische missie in Uruzgan, onder leading nation Nederland.
Toch veroorzaakte de bevestiging van de Nederlandse terugtrekking uit Afghanistan nauwelijks beroering. Het werd genoemd in de journaals en wat binnenpaginastukjes, maar belangrijk commentaar bleef uit. Al heeft het wegvallen van de Nederlandse Isaf-troepen wel degelijk gevolgen voor de Australiërs, die in Uruzgan afhankelijk zijn van Nederlandse logistiek en medische voorzieningen.
In Australië geldt het nu vaststaande Nederlandse vertrek helemaal niet als nieuws. Militair beleidsadviesbureau Australian Strategic Policy Institute (ASPI) schreef afgelopen najaar in een rapport over de Australische militaire betrokkenheid in Uruzgan: ‘Het partnerschap tussen Australië en Nederland komt ten einde in augustus 2010. (…) De Australische regering heeft aangegeven dat ze niet in staat is om de leidende rol in Uruzgan op zich te nemen. (…) Verwacht wordt dat de VS het stokje zullen overnemen.’ Deze positie bevestigde de Australische minister van Buitenlandse Zaken afgelopen zondag opnieuw.
Uiteraard zou het de Australische regering beter uitkomen als Nederland zich niet helemaal zou terugtrekken, zegt Raspal Khosa, de opsteller van het ASPI-rapport. Daarin schreef hij: 'Er bestaat enige hoop dat Nederland de burgercomponent van zijn Provinciale Reconstructie Team in Uruzgan zal behouden.’ Die hoop werd gevoed, zegt Khosa nu, doordat het leek alsof er nog volop discussie was binnen de Nederlandse regering. Toch zegt hij, desgevraagd, dat hij niet verwacht dat de Nederlandse terugtrekking zal leiden tot een vroegtijdig einde van de Australische missie: 'De premier heeft gezegd dat Australië voor de lange termijn in Afghanistan zit, en het trainen van het Afghaanse leger zal zo'n drie tot vijf jaar duren.’
Ondanks een campagne van Australië’s grootste krant, The Australian, die consequent hamert op een grotere troepenbijdrage, voelt de regering van Rudd weinig druk uit de samenleving om de inzet uit te breiden: eind vorig jaar bleek ruim de helft van de Australiërs tegen een grotere rol in Afghanistan. Omdat Australië altijd beweerd heeft niet zonder leidende bondgenoot in Uruzgan te kunnen zijn, ligt de bal opnieuw bij de VS. Maar daar lag hij eigenlijk al de hele tijd.