Geen paniek, prins!

Ik heb nooit het idee gehad dat Nederlanders als aanhangers van de permanente rebellie tegen het gezag gekenmerkt konden worden. Vaker is bij mij de indruk ontstaan dat het tegendeel waar was. Dat dit volk een grote mate van gezagsgetrouwheid bezat die het behoedde voor schokkende en radicale omwentelingen, oproeren, revoluties of andere vormen van gewelddadige protesten.

Dat men die loyaliteit jegens de autoriteiten betreurt of toejuicht verandert niets aan het feit dat mede daardoor Nederland tot één van de meest welvarende landen op de aardbol is uitgegroeid. En waarschijnlijk ook een van de saaiste, maar dat is de tol die voor sociale rust, welzijn en poldermodelisme betaald moet worden. Je kunt als buitenlandse investeerder rustig een paar fabrieken in Nederland neerzetten zonder met stakingsperikelen rekening te hoeven houden. En als je na een tijdje de boel geheel dichtgooit en je werknemers op straat kwakt, geen paniek. Er zal hooguit wat gemompel te horen zijn bij de fabriekspoort, voor een lege straat, ten overstaan van de aangerukte televisiecamera’s van het journaal.
Dat men het schoppen tegen het gezag in dit land niet tot nationale sport heeft verheven maakt de hetze, de campagne vol sarcasme, cynisme en spot die de arme kroonprins van Oranje al een tijdje treft nogal verbazingwekkend en, wat mij betreft, verdacht. Ik kan namelijk niet zonder argwaan aanzien hoe plotsklaps een kikker zich in een pauw transformeert of een geboren jaknikker in een anarchist. In iedere paradox schuilt of een echt mysterie of een staaltje van charlatanerie. In het geval waarin sommige doorgaans tamme opiniemakers prins Willem-Alexander sinds een tijdje furieus bejegenen, neig ik naar dat laatste.
Het jongste interview met de prins vond ik een openbaring. Althans als men de grootschalige desinformatiecampagne mee laat wegen die hieraan voorafging, een campagne waarin zijn vermeende gebrek aan intellectuele bagage aan de kaak werd gesteld. Van die domoor vol met gist en schuim die niets anders dan wat keelklanken op een sportveld kan brabbelen, heb ik verleden week op de tv niets gezien. Met zijn zinnige, goed geformuleerde en soms, door het harnas heen, geestige antwoorden, heeft Alex ondanks zijn zenuwachtigheid het imago dat men hem had aangenaaid gelogenstraft. En dat is de mening van een geharde republikein die een gefascineerde bewondering koestert voor zijn jeugdhelden Danton, Robespierre en Camille Desmoulins.
Dat Alex het er verre van slecht had afgebracht werd weliswaar in de reacties erkend, maar snel hervond de natuur haar loop. Hier en daar werd nog zijn bijnaam ‘Prins Pils’ in ere hersteld en verder werd er benadrukt hoe 'onbeholpen’, 'saai’ en 'clichématig’ dit mannetje was. (Maar als dit land een structureel gebrek aan opwinding vertoont en als staatsvorm een royaal gedateerd cliché heeft gekozen, dan is juist deze Willem-Alexander toch een waardig en representatief toekomstig staatshoofd?) Het geheel culmineerde twee dagen later in de humorloze column van de onvermijdelijke en gemankeerde clown met bril, Youp van ’t Hek, specialist in het raak ratelen voor open doel. Hij betreurde dat zijn geliefde bron van inspiratie en dus van inkomsten probeerde af te komen van zijn 'imago als studentikoze zuipschuit’, in plaats van er trots op te zijn 'zijn marionettenbestaan een beetje weg te drinken’. Ah, ah, kijk me leuk zijn! Maar doe het toch maar snel want als dat joch straks koning wordt, kruip ik weer aan de voet van zijn troon en recht ik mijn rug, alleen om mijn nieuwe lintje te halen.
En zo zal het de anderen pseudo-criticasters ook vergaan. In gezagsgetrouw Nederland buigt men diep voor de functie, niet voor de man die de functie moet bekleden. Verder wordt het gezag gerespecteerd en het imponeert alleen wanneer het zich conformeert aan de geldende normen en waarden die door de onderdanen worden herkend. Het moet afstandelijk zijn, een tikkeltje hautain, ontoegankelijk, moraliserend, zeker van zichzelf, bijna verheven boven de doodgewone stervelingen. Zie Beatrix.
Willem-Alexander is in de ogen van velen de zwakke schakel van de Oranjes. Hij heeft moeite om in zijn kunstmatige rol te kruipen. Hij is de vorst die dicht bij het volk wil polonaisen, het liefst in bermuda met een pils in zijn vuist. Hierdoor verliest hij zijn harnas en kan er op hem rijkelijk worden geschoten. Maar het gekke is dat wanneer hij hekelaars in een interview tegemoetkomt en zijn traditionele kleren aantrekt, het ook weer niet goed is. Dan is hij saai, stijf, onbeholpen. Het zal je maar gebeuren dat je een schizofrene natie moet vertegenwoordigen. Maar, prins, geen paniek. Over enkele jaren, met een kroon erbij, eten ze allemaal uit uw hand. Ook die gebrilde hofnar.