Geen plek voor een whitey, ’s avonds

Johannesburg - Wat doe je als je om negen uur ‘s avonds bij een stoplicht op Jan Smuts Avenue een huilend kind ziet?

Je stopt en informeert wat er aan de hand is. Het kind komt de auto in en vertelt tussen zijn gesnik door dat hij uit Pretoria komt en bij zijn tante in Johannesburg op bezoek was, maar dat die zijn reisgeld heeft verdronken en dat hij nu niet genoeg heeft om met een taxi terug naar huis te gaan. ‘Alcohol is very bad, sir.’ Als ik zeg dat ik het ontbrekende bedrag, vijftien euro, ook niet op zak heb gaat hij snikkend de auto weer uit. Ik rij weg, maar zie hem in mijn spiegel op zijn knieën jankend op straat. Dus, hup, in z'n achteruit, en het kind klimt weer in de auto. Het plan is nu dat ik hem naar de taxi zal brengen, hem mijn tien euro zal geven en dat we de taxichauffeur zullen proberen te overreden om het kind voor dertien euro naar Pretoria te brengen.

De taxistandplaats is op Empire Road, zegt hij. Dat is niet ver. We rijden. Tembo heet hij. Hij is dertien. Hij stinkt een beetje, de geur van armoede. Op Empire Road maant hij me linksaf te gaan. Een paar blokken verder begint Hillbrow, de beruchte hoogbouwjungle met zijn prostituees, Nigeriaanse drugsmaffia, gangsters, lijmsnuivers, zwerfvuil, de hele handel. ‘I heard Hillbrow bad place’, zegt het joch en dirigeert me verder. Langs het politiebureau en dan linksaf, rechtsaf en weer linksaf. Ineens zitten we diep in het hart van ‘the Brow’. Het is een chaos van taxi’s, voetgangers, neonlicht en herrie. Dit is geen plek voor een whitey om half tien ‘s avonds. Het lijf maakt fluks adrenaline aan. 'Linksaf’, gebiedt het ventje. Linksaf, weet ik, zijn donkere straten en afbraakpanden. Linksaf is een erg slecht idee. ‘Eruit’, roep ik. ‘Eruit.’

Tembo gaat de auto uit. Maakt goddank geen scène. Gaat niet iets roepen in de geest van ‘deze blanke heeft me aangerand’. En ik spurt weg, dwars door Hillbrow naar de relatieve veiligheid van Louis Botha Avenue.

Als ik mijn verhaal een paar dagen later aan wat kennissen vertel, kijkt niemand vreemd op. ‘Dat is mij ook overkomen’, zegt Robyn. ‘Ik heb de politie gebeld.’ Gill knikt en stuurt me later een rondzendmail van de politie: ‘Als u een huilend kind op de weg tegenkomt dat u zijn/haar adres laat zien en u vraagt hem/haar naar dat adres te brengen, ga dan onmiddellijk met dat kind naar het politiebureau en breng het alstublieft NIET naar het adres dat hij/zij vraagt! Dit is een nieuwe manier to gang rape vrouwen en meisjes, en rob and kill mannen en jongens.’

Rob and kill. Oef.