Popmuziek - David Bowie

Geen popster meer

Als de vorige week overleden Lemmy Kilmister van Motörhead geroemd werd vanwege het feit dat hij nooit probeerde zijn identiteit te veranderen, dan is David Bowie in de popmuziek zijn tegenbeeld.

Medium the archer station to station tour 2c 1976   ef bf bd john robert rowlands

De fraaie tentoonstelling die het Groninger Museum aan hem wijdt, is een ode aan de kameleon. In uiterlijk, in mode, in muziek: de Bowie van de jaren tachtig die in glitterpakken over uitverkochte stadions vloog, klonk wezenlijk anders dan de Bowie van de jaren zeventig en de Bowie die in de jaren negentig experimenteerde met het jungle-genre. Die laatste periode kostte hem een deel van zijn publiek, maar leverde wel twee spannende albums en tournees op. Aan dat laatste doet Bowie al jaren niet meer.

Bowie, man van symboliek, kent zijn beeldcultuur. Dus was The Next Day (2013) wat de hoes al aankondigde: dat album verpakt in een expliciete verwijzing naar de platenhoes van Heroes klonk inderdaad als een verwijzing naar zijn verleden. Het was alsof Bowie op zijn eerste album in een decennium door zijn eigen discografie slalomde, met veel energie.

Medium muziek

Op de hoes van opvolger Blackstar staan sterren. Geen titel, geen David Bowie. Is Blackstar daarmee het album van een schim? Dat niet. Maar het bijna tien minuten lange openings- en titelnummer, begeleid door een al even mysterieuze clip, maakt duidelijk dat Bowie zich hier niet al te gemakkelijk blootgeeft. De zeven meest midtempo nummers klokken vaak rond de vijf minuten, ontberen een klassieke popstructuur, soms zelfs een refrein. Bowie’s stem staat geregeld onder invloed van een effect (ook dan blijft hij uit duizenden herkenbaar, en in Lazarus klinken zijn uithalen huiveringwekkend mooi), en onder de instrumenten is de hoofdrol voor de saxofoon van Donny McCaslin, een met drie Grammy-nominaties onderscheiden jazzmuzikant.

Het album straalt jazz uit. Niet als genre-duiding, maar als gevoel van vrijheid, van experiment, van nummers die niet per se een kop en een staart behoeven. Gelukkig staan de teksten in het fraaie boekje, want ze behoeven herlezing, en ze schikken zich ook niet naar de muziek.

Is Blackstar een monumentaal album, een drager van nieuwe Bowie-klassiekers? Nee. Maar bij een artiest met een oeuvre zo imposant is iedere toevoeging daaraan hoogstens een fraaie voetnoot. Blackstar is hoorbaar ook niet geschreven met een tournee in het achterhoofd: deze nummers zouden in de stadions waar Bowie speelt verdrinken. Het zijn jazzclubnummers, levendig en eigenzinnig, en vooral vitaal. Geschreven door een man die in het openingsnummer al aangeeft wat hij niet (meer) is (‘I’m not a filmstar’, ‘I’m not a popstar’, ‘I’m not a marvel star’) en wat wel: ‘I’m a blackstar.’

In De Groene van afgelopen week verscheen deze recensie over David Bowies laatste album Blackstar. Morgen zal er een in memoriam geplaatst worden van Leon Verdonschot.


David Bowie, Blackstar (Sony Music). De tentoonstelling David Bowie is t/m 13 maart in het Groninger Museum, groningermuseum.nl

Beeld: (1) The-Archer-Station-to-Station-tour,-1976. Foto: John-Robert-Rowlands ;(2) David Bowie, collage van gemanipuleerde filmstills uit The Man Who Fell to Earth. Foto: STUDIOCANAL Films Ltd Image / V&A Images / Groninger Museum