Geen rechten voor EU-arbeiders in Nederland, en geen prik

Hoeveel arbeidsmigranten uit de Europese Unie wonen er in Nederland? Het is een simpele vraag waarop het antwoord een stuk ingewikkelder is. Overheidsinstanties weten in ieder geval van niets, blijkt uit onderzoek dat De Groene Amsterdammer en Investico deze week publiceren. Dat komt doordat migranten uit vooral Oost- en Zuid-Europa ondanks een wettelijke plicht vaak niet zijn ingeschreven bij de gemeente waarin ze wonen. De flexwerkers zelf kennen de regels en hun rechten vaak niet, en veel gemeenten en uitzendbureaus werken de wettelijke verplichting actief tegen. Het zijn maar vervelende regels, vinden ze, die bijvoorbeeld huisvesting van veel mensen in een vakantiepark opeens lastig maken.

De onderzoeksjournalisten van De Groene en Investico kregen echter van bronnen die zich zorgen maken over de onzekere woonsituatie van migranten de beschikking over de huisvestingsdata van uitzendbureau OTTO Workforce, een van de grootste arbeidsbemiddelaars in deze sector. Ze kregen zo een onthullend inzicht in de woongeschiedenis van 24.000 arbeidsmigranten. Minimaal zeventig procent van deze mensen werkt langer dan vier maanden in ons land en moet dus ingeschreven staan bij hun gemeenten. In veel gevallen is dat echter niet het geval. In bijvoorbeeld Sevenum hadden volgens de OTTO-cijfers negenhonderd werknemers ingeschreven moeten zijn, het bleken er dertig. Ook in Waalwijk, Boskoop, Beuningen en Venray stonden veel minder mensen ingeschreven dan zou moeten, of men kon niet eens achterhalen hoeveel mensen op een bepaald adres stonden ingeschreven.

De onderzoekers komen op basis van deze unieke cijfers tot de conclusie dat Nederland bijna 250.000 onzichtbare extra burgers heeft. EU-burgers die hier legaal werken, maar die zonder inschrijving geen toegang hebben tot adequate zorg en niet beschermd zijn als ze hun baan verliezen, niet mogen stemmen bij lokale verkiezingen. Tweederangs werknemers, waaraan uitzendbureaus, huisvesters, boeren, distributiecentra, slachterijen en supermarkten goud geld verdienen. De moderne nomaden switchen voortdurend van werkplek en woonplaats, blijkt uit de cijfers. Nergens kunnen ze zich wortelen, ook omdat ze vaak samen met andere migranten buiten de woonkernen gehuisvest zijn.

Zodra ermee verdiend wordt, nemen we een ­loopje met wettelijke bepalingen

Nederland verkeert in een toezichtscrisis. Op papier is alles meestal goed geregeld, maar zodra ermee verdiend kan worden nemen we een loopje met wettelijke bepalingen, terwijl het toezicht faalt door de combinatie van te weinig menskracht en te grote sympathie met ondernemers die ‘het toch ook niet gemakkelijk hebben’. Of het nu industrieën zijn die meer gif en zware metalen uitstoten, boeren die met ammoniak de natuur vernietigen of uitzendbureaus die de regels ontduiken, er vindt nauwelijks controle plaats, en mocht een frauderende ondernemer tegen de lamp lopen, dan zijn de straffen mild.

Deze week nog berichtte Pointer van kro-ncrvdat er bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in twee jaar tijd 4098 meldingen over malafide uitzendbureaus binnenkwamen. Daarvan werden er ruim 3500 niet onderzocht en slechts in 48 gevallen constateerde de Inspectie een overtreding. Het is een coulance waar vooral zwakkeren in de maatschappij de dupe van zijn, en die gezien corona ook nog eens volstrekt onverantwoordelijk is.

Toen in 2020 in Noord-Brabant covid van de ene naar de andere nertsenfarm oversprong, vermoedden onderzoekers dat dit kwam door Oost-Europese flexwerkers die op verschillende boerderijen werkten en bij elkaar gehuisvest waren. Het ontbrak hun echter aan gegevens om deze hypothese te onderzoeken. We weten inmiddels hoe dat komt.

Nu dreigen 250.000 migranten niet ingeënt te worden omdat ze geen toegang hebben tot medische zorg. Mensen die een essentiële functie vervullen in onze economie en tegelijkertijd wonen, werken en vervoerd worden op manieren waarbij de kans op besmetting groot is, lopen de beschermende prikken mis. Dat is een risico dat overheden en toezichthoudende instanties niet moeten nemen.