Cultuurkloofje tussen Amerika en Nederland

Geen retoriek

Zijn Republikeinen nog wel goed voor het bedrijfsleven? ABN Amro, dat de campagne van Bush hielp, krabt zich achter de oren. Shell niet. De recente zucht naar veiligheid en controle doorkruist oude scenario’s.

WASHINGTON – Tijdens de presidentsverkiezingen van 2004 doneerde het Nederlandse bedrijfsleven meer dan drie keer zo veel aan de verkiezingscampagne van Bush als aan die van de Democraat Kerry. De Nederlandse volksvertegenwoordigers in het parlement mochten dan in meerderheid hopen op een overwinning van Kerry, de enige noemenswaardige contributie van Nederland – zo’n tien miljoen dollar – ging naar kandidaat George W. Bush.

Dat is niet onbegrijpelijk. Een Republikein in het Witte Huis is aantrekkelijk voor ondernemingsgezinde buitenlanders. Het levert meer bedrijfsvriendelijke subsidies en be las ting voordeeltjes op, de vakbond wordt eronder gehouden en de controle op de milieu wetgeving is dun.

Toch blijkt deze redenering inmiddels te eenvoudig. Want sinds de aanslagen van 11 september en bedrijfsschandalen als die bij Enron en Worldcom is de zucht naar veiligheid en controle gegroeid. Die heeft geleid tot nieuwe wetgeving, zoals de Sarbanes-Oxley-wet van 2002 en de strengere controle op internationaal geldverkeer. Geen bedrijf laveert hier omheen, want iedere financiële instelling die in Amerika zaken wil doen zal wereldwijd aan de Amerikaanse wetgeving moeten voldoen. Alleen de grote accountantskantoren knijpen zich in de handen, omdat grote bedrijven de implementatie van de nieuwe regelgeving noodgedwongen aan hen uitbesteden. De rest zit met de gebakken peren.

Dat het Amerika menens is, ondervond ABN Amro in de afgelopen weken. De bank kreeg twee recordboetes. Eentje omdat de instelling obscure bankjes uit voormalige sovjet republieken hun meestal crimineel verworven geld hielp wit te wassen via dekmantelorganisaties in bedrijfsvriendelijke uithoeken van de Verenigde Staten. De tweede boete werd uitgedeeld vanwege valsheid in geschrifte. Hypotheekverstrekkers van de bank lieten de overheid ten onrechte opdraaien voor leners met te weinig armslag om de hypotheekrente of -aflossing ook daadwerkelijk te kunnen betalen.

Natuurlijk hebben bestuursvoorzitter Rijkman Groenink, volgens Elsevier «man van het jaar», en zijn bank het helemaal aan zichzelf te danken. Al voor de aanslagen in 2001 hadden de «Feds», de Amerikaanse overheidscontroleurs, de bank op de vingers getikt. Maar Groenink en de zijnen meenden kennelijk dat het niet zo’n vaart zou lopen in het als bedrijfsvriendelijk veronderstelde Amerika. Wellicht dacht de ABN Amro-top dat de oorlog tegen het terrorisme slechts uit retoriek bestond. Maar hoe je ook denkt over de efficiëntie van de regels die als onderdeel van die oorlog in het leven zijn geroepen, de regels zelf doen er wel toe. Daar wordt op toegezien.

Het moet gezegd: multinational Shell maakte deze analyse al eerder. Om zijn strategie te bepalen, houdt de oliegigant er een afdeling «scenarioplanning» op na. Die publiceerde vorig jaar het rapport Shell Global Scenarios to 2025. De kerngedachte daarvan is dat landen wereldwijd niet alleen gevangen zijn in de spanning tussen de ontwrichtende centrifugale krachten van de vrije markt en de zucht naar gemeenschapszin, maar dat ook de toegenomen dwang en regulering belangrijke factoren zijn in de verkenningen van de toekomst. Shell-topman Jeroen van der Veer: «De gevoelens van onzekerheid en wantrouwen die gegroeid zijn in het licht van deze evenementen (11 september en bedrijfsschandalen – pvo) hebben geleid tot nieuwe barrières tegen het vrije verkeer van mensen, goederen en kapitaal, als ook tot een sterkere rol van de staat, zowel in de verdediging van de nationale veiligheid als in het herstellen van vertrouwen in de markt.» In het opvallend helder geformuleerde 250 pagina’s tellende rapport heet dat: «De wisselwerking en spanning tussen marktefficiëntie en verlangen naar gemeenschap (of in EU-taal: sociale cohesie) heeft niet zijn kracht verloren, maar er moet een derde dimensie worden erkend als minstens zo belangrijk – die van dwang en regelgeving door de staat.»

De toekomst, wat die ook brengen mag, is daardoor als een driehoek te tekenen, wat de scenarioschrijvers van Shell ook doen. In de hoeken – de uitersten – staan economische efficiëntie (niets ontziend vrijemarktdenken), gemeenschapszin (sociale cohesie) en veiligheid. Amerika zoekt steeds meer een plaats op de as tussen vrije markt en veiligheid – wat Shell «low trust globalisering» noemt; vooral goed voor advocaten en accountants, niet voor burgers of consumenten – terwijl Shell hoopt op een toekomst (die ook hogere groei realiseert, zo rekent het bedrijf voor) dichter bij de as met de uitersten gemeenschapszin- economische efficiëntie.

Een van de grote verdiensten van het rapport is dat het laat zien dat de Amerikaanse obsessie met veiligheid, die ook al voor 11 september bestond, met meer dan zeven per duizend inwoners in de gevangenis – een wereldwijd record – niet een culturele eigenaardigheid is die het zakendoen nooit in de weg zal staan. Inmiddels loopt de melk over. En net als in andere buitenlanden, zoals Nigeria, Zuid-Afrika of Congo, dienen multinationals zich voor hun succes rekenschap te geven van maatschappelijke ontwikkelingen in de landen waar zij pogen winst te genereren.

De eenvoudige boodschap van de huidige Republikeinse partij – sterke nationale veiligheid, een kleine overheid en een vrije markt – klinkt steeds holler. Toch is het maar de vraag of er in de komende verkiezingsdebatten voor het Congres, komend najaar, genoeg tegenstand komt. De meeste Democratische politici zijn voornamelijk behartigers van zeer uiteenlopende belangen, waardoor zij meestal een weinig conceptuele opvatting van politiek hebben. Wellicht staan er enkelen op die niet alleen zullen opmerken dat de overheidsuitgaven in de afgelopen jaren explosief zijn gegroeid, maar ook dat er een keuze moet worden gemaakt tussen een dichtgetimmerd land en een vrije markt. En als het iets daartussenin moet zijn, een keuze voor waar de grens ligt.

Eén ding is zeker: die grens ligt ergens anders dan waar het Nederlandse ABN Amro hem trok.