Geen roman

… maar dan is er eindelijk een debuut dat wél iets verder gaat, verder wíl gaan dan en-toen-en toen-en-toen, en dat keurig een lineair verhaaltje vertelt over een of ander saai leven in een overigens interessante tijd, en dat dan afgewisseld met jeugdherinneringen. Met De blindganger probéért Peter Drehmanns tenminste iets.

De roman van Drehmanns (1960) wijkt aangenaam af van de modderige berg autobioproza en magere verhaaltjes die de debutenstapel van de afgelopen tijd vormen. De blindganger is ambitieus: ‘Dit is geen roman. Het is meer’, wil het achterplat. Het is 'een mozaïek met vele figuren, een partituur met vele ritmes, een contrastrijke zoektocht en een reis met telkens onverwachte bestemmingen’. Als je het zo zegt, lijkt het heel wat. Maar De blindganger is erg aardig. Drehmanns heeft het zich zowel moeilijk gemaakt als gemakkelijk. Moeilijk omdat hij afziet van een plot, van een toegankelijke structuur. Makkelijk omdat hij te snel tevreden is met wat hij bij elkaar raapt. Petr Pert werkt op afroepbasis voor de Antonius Associatie, het Instituut voor Gevonden Voorwerpen en Getraceerde Bezitters. Petr Pert 'is een man van twaalf voornemens en dertien uitvluchten’. Petr Pert wacht tot er een boodschap komt die hem tot handelen aanzet. Maar: 'Van de ene op de andere dag had hij bedacht dat het omgekeerde wellicht ook heel heilzaam kon zijn, dat het misschien heel boeiend was als de boodschap af en toe eens in dienst van hém zou staan. Toen was hij begonnen krabbeltjes te maken. Over van alles en nog niks. Hij noteerde invallen, kopieerde gedachtegoed, becommentarieerde faits divers, verzamelde mooie woorden, schreef speeches, verzon uitnodigingen die hij nooit verstuurde, maakte dagboekaantekeningen’ en zo voort. Peter Drehmanns’ debuut bestaat uit invallen, aan- en opzetjes, brieven en briefjes, dagboekschetsen en zo voort. Vaak erg onderhoudend, soms heel grappig, af en toe langdradig. En ook wel eens té gefragmenteerd. Want de kracht van De blindganger, het niet-lineaire, het verbrokkelde, is tegelijk de zwakte ervan: het is alsof werkelijk elke inval de 'roman’ in mocht. En dat gaat fout. Ook een 'mozaïek’ van een roman moet hecht gestructureerd zijn, op een meta-niveau. Maar goed, in ieder geval heeft Drehmanns iets gedaan wat weinig andere debutanten durven. Alleen daarom al hulde.