Economie

Geen ruggengraat

Kunnen we nog bezuinigen in Nederland? In theorie zeker. We weten precies hoe de landen aan de zuidkant van het eurogebied het mes in de uitgaven moeten zetten. De salarissen van Griekse, Spaanse en Portugese ambtenaren kunnen makkelijk met vijf procent omlaag. En de dertiende en veertiende maand die velen van hen ontvangen, mogen er ook af. Een jaar telt toch maar twaalf maanden. Ook het vakantiegeld kan fors omlaag.
Daarnaast werken de overheden in het zuiden inefficiënt. Iedere politicus deelt nutteloze baantjes uit aan familie en vrienden. Ontslag op staande voet voor iedere neuspeuterende ambtenaar! Gepensioneerden kunnen de komende jaren best zonder prijscompensatie. Werknemers stoppen in Zuid-Europa sowieso veel te vroeg met werken. Pas op hun 67ste mogen ze straks met pensioen. Eventuele stakingen en demonstraties moeten de regeringen gewoon negeren. De sociale onrust waait op den duur wel over.
Zo moeilijk is dat niet, bezuinigen. Met een kaasschaaf in de ene hand en een botte bijl in de andere kom je een heel eind. Tenzij je in het eigen vlees moet snijden. Bezuinigen binnen de landsgrenzen blijkt een stuk lastiger dan erbuiten. De eerste de beste kans die Nederland kreeg om te laten zien dat we ook hier de broekriem aan kunnen trekken, mislukte faliekant.
De strijd liep binnen de kortste keren vast in hopen afval op Damrak en Rokin. 150 ton huisvuil was genoeg om de gemeentes op de knieën te dwingen. Gingen de Nederlandse gemeentes dan met zulke extreme bezuinigingsvoorstellen de cao-onderhandelingen met de vakbond in? Welnee. De nullijn was alles wat ze wilden. Geen nominale loonstijging, maar ook geen daling. Die inzet past bij de aanpak van de economische crisis van het kabinet. Lonen in de publieke sector mogen niet stijgen. Op die manier kunnen ontslagen worden beperkt. De gemeentes stelden zich achter deze lijn.
Totdat de steden begonnen te stinken. Bezuinigen is een keuze, zo bleek. Als het vervelend wordt, kun je het ook gewoon niet doen. Het moet wel leuk blijven in de koopgoot. De Grieken moeten volhouden, ook al vallen er doden. Nederlanders mogen bij het eerste onaangename geurtje de handdoek in de ring gooien. Vergis u niet, ik gun de schoonmakers heus wel een paar dubbeltjes extra, maar de nu afgesproken loonstijging geldt niet alleen voor vuilnismannen en -vrouwen, maar voor bijna alle 180.000 gemeenteambtenaren, inclusief de dertienduizend managers. Het gemiddelde bruto inkomen van een voltijds gemeenteambtenaar bedroeg in 2008 ongeveer 3100 euro per maand, zo blijkt uit de meest recente Monitor Gemeenten. Daar moet in crisistijd toch van rond te komen zijn.
Als we deze groep al niet op de nullijn kunnen houden, belooft dat weinig goeds voor de komende bezuinigingsoperaties. Nederland moet bezuinigen op een schaal die we nog nooit meemaakten. De problemen zijn minder urgent dan in Zuid-Europa, maar we moeten de komende vier jaar minimaal vijftien miljard zien te bezuinigen en op langere termijn het dubbele. Vergeet Bestek ‘81 van Van Agt, de saneringen van Lubbers en de ombuigingen van Balkenende. Dat waren gemoedelijke wandelingen in het park vergeleken met de strafexpeditie die ons nu te wachten staat. Dat vergt politici met een ruggengraat van roestvrij staal.
Tijdens de volgende kabinetsperiode zal zo ongeveer iedere Nederlandse belangengroep redenen vinden om te protesteren tegen het bezuinigingsbeleid. Het gras op het Malieveld en het Museumplein krijgt het de komende vier jaar buitengewoon zwaar. Huiseigenaren die hun renteaftrek in gevaar zien komen, huisvrouwen die hun aanrechtsubsidie kwijtraken en patiëntenverenigingen die klagen over aantasting door de verhoging van de eigen bijdrage, trekken eensgezind op tegen het regeringsbeleid. Woedende studenten die voortaan zelf moeten lenen voor hun eigen studie (het idee alleen al!) strijden schouder aan schouder met de werknemers die langer moeten doorwerken en gepensioneerden die AOW-premie moeten gaan betalen. De werklozen die al binnen een jaar weer serieus op zoek moeten naar werk, vormen een woedende coalitie met re-integratiebureaus die geen budget meer krijgen voor hun sollicitatietrainingen, industriëlen die de subsidiepot zien slinken en rijksambtenaren die hun baan dreigen te verliezen - of hun dertiende maand.
Een dagje demonstreren door deze groepen zorgt al voor meer afval op het Binnenhof dan zes weken stakende vuilnismannen. Het wordt een hete, stinkende herfst dit jaar.