Geen scenario

Oorspronkelijk was Felice… Felice… een filmscenario. De film, van Peter Delpeut, ging in februari 1998 in première. Delpeut heeft het experiment aangedurfd om hetzelfde verhaal nog een keer te vertellen, en wel als novelle. Een regisseur die kan schrijven, daar zijn er weinig van. Meestal moet men blij zijn als het scenario enigszins redelijk overeind blijft, laat staan dat er literatuur van gemaakt kan worden. Toch heeft Peter Delpeut het gewaagd. En zeker niet onverdienstelijk.

Felice… Felice… is het verhaal van de Italiaanse fotograaf en wereldreiziger Felice Beato, die als een van de eerste fotojournalisten in China werkte. Aan het begin van de vertelling keert de fotograaf terug naar Japan om zijn geliefde O-Kiku terug te vinden. Jaren eerder is hij bij haar vandaan gevlucht. In Japan trekt Felice van Nagasaki naar Tokio, te voet. De tocht door het land van de rijzende zon is natuurlijk tegelijkertijd een tocht naar zijn diepste zelf, en als zodanig louterend of minstens verhelderend.
Het knappe van de novelle is dat de schrijver precies dat doet wat in een scenario niet kan: de gevoelens en de innerlijke strijd verbeelden van het hoofdpersonage. Waar het scenario alleen de uiterlijk waarneembare handeling neerzet, beschrijft de novelle juist de troebelen in Felices geest, de vertwijfeling, de woede en de berusting. En natuurlijk zijn voortdurende nostalgie, de herinneringen aan de tijd die hij met O-Kiku doorbracht.
Dé manier voor Felice Beato om zijn herinneringen te ordenen, en ze levend te houden, is natuurlijk de fotografie. Hij draagt op zijn reis door Japan een verzameling dia’s met zich mee - waarvan er een het omslag van het boek siert. Er is echter geen afbeelding van O-Kiku.
Peter Delpeut weet zeer treffend het Japan van 1895 vanaf de eerste bladzijde neer te zetten. De cineast toont zich: hij karakteriseert zijn personages in enkele woorden, ze krijgen gestalte door een klein gebaar of een geringe beweging. ‘De zachte huid van haar enkel glansde onschuldig in het schijnsel van de lamp. Ik hoorde haar ademhaling, zwaar maar ontspannen. Ze sliep. Haar hoofd leek van haar romp getuimeld, bungelde aan een paar dunne spiertjes boven het tafelblad. O-Kiku had daar ook zo kunnen zitten, vermoeid van het reizen en het snijden van groente. In de tuin scheurde de storm een lampion aan flarden. Snel doofde de regen de opvlammende olie. Wat was er misgegaan?’