Geen schaamhaar

‘Manga verovert Nederland!’ schreeuwt de kop van het kersverse blad Mangazine ons toe. Manga? Het blijkt te gaan om reclame voor een nieuw soort Japanse tekenfilms, ‘waarmee voorgoed wordt afgerekend met de westerse misvatting dat Japanse animatie slechts bestaat uit stijf bewegende poppetjes met veel te grote ogen’, zoals we die gewend waren uit de ‘flauwe Japanse bewerkingen van jeugdverhalen als Alleen op de wereld en Heidi’.

Manga daarentegen biedt als opwindende ingredienten ‘snelle actie en onvoorstelbare wreedheden, afgewisseld met humor en romantiek. Wie bijvoorbeeld een blik werpt op de sexy maar o zo dodelijke katvrouwtjes van Dominion Tank Police weet dat die verre van kinderachtig zijn.’
Letterlijk betekent 'manga’: onfatsoenlijke plaatjes. Nieuw is het allerminst, het woord werd reeds in 1815 verzonnen door de befaamde pornografische tekenaar Hokusai. Na de Tweede Wereldoorlog stond de term voor de telefoonboekdikke strips vol oorlogsmisdaden en gewelddadige seks waar de Japanners in korte tijd enorm verzot op raakten. Stap een metro in Tokio binnen en de helft van de opeengeperste reizigers staat aandachtig een plaatje van een gruwelijk geweldsdelict te bestuderen.
Volgens sociologen zorgt deze uitlaatklep er mede voor dat criminaliteit en rebellie marginale verschijnselen zijn binnen de oververhitte Japanse samenleving. De inwoners verdragen de overbevolking en werkdruk door af en toe weg te dromen in een schijnwereld waarin ze hun landgenoten met kettingzagen en drilboor-dildo’s te lijf kunnen gaan. Behalve het enige Japanse seksuele taboe - schaamhaar - is werkelijk alles mogelijk in Manga-land.
In 1988 werd de eerste, inmiddels legendarische manga-film uitgebracht: Akira, een onwaarschijnlijk knap en vloeiend getekend verhaal vol mutanten en gedrochten die slag leveren in het Tokio van na de nucleaire apocalyps. De film was het begin van een revolutie in de Japanse bioscoopwereld, die inmiddels voornamelijk draait op manga. Een paar jaar later was Akira ook in Europese en Amerikaanse filmhuizen een groot succes, wat voor het videolabel Polygram nu de aanleiding is om Nederland te gaan overspoelen met manga-films. V&D en de Free Record Shop fungeren als verkooppunten.
'Ze lopen nu al als een trein’, meldt een woordvoerder van Polygram. 'Vooral de films die volgens de keuring alleen geschikt zijn voor boven de achttien, zoals Legend of the Overfiend.’ Deze rolprent draait om een met meerdere fallus-achtige tentakels uitgeruste demon die schoolmeisjes hardhandig tracht te penetreren. 'Onze doelgroep bestaat uit jongens tussen de vijftien en de vijfentwintig.’
Volgens Jan Willem Peters van de Amsterdamse Cult Videotheek, die al jaren manga-films importeert, kan het allemaal nog veel harder. 'Naast splatter-manga, verhuren wij ook een serie keiharde porno-manga’s.’ De wat ouderwets getekende plaatjes op de hoezen van deze banden, close-ups van beffende, pijpende en penetrerende poppetjes met grote ogen, doen vermoeden dat het taboe op schaamhaar meer zegt over de Japanse lustbeleving dan over de Japanse censuur. Als dit geen tekenfilms waren, was de Nederlandse zedenpolitie allang over deze onvervalste kinderporno gevallen.
Overigens zijn er ook meisjes die van manga houden. Peters: 'We hebben ook een soort soap-achtige Manga’s, met wat minder seks en wat meer romantiek. Ik heb een klant die laatst dreigde hier de boel kort en klein te slaan als we niet snel deel zes van Crying Freeman voor haar bestelden.’