Censuur in Rusland

Geen seks of symboliek

Ruslands hedendaagse kunst-scene heet springlevend te zijn. Maar terwijl vooral buitenlanders nieuwe kunstenaars omarmen, domineert in toenemende mate de wil van het Kremlin. Of beter: van de orthodoxe kerk.

‘REFLECTIE IS uit den boze. Een expliciet verbod ontbreekt, maar maatschappelijke reflectie is allerminst welkom’, vat Andrej Erofeev de positie van hedendaagse kunst in Rusland samen. 'We zijn bang onszelf in de ogen te kijken.’ Erofeev spreekt uit ervaring. De kunsthistoricus en curator was tot 2008 hoofd van de afdeling Hedendaagse Kunst van de vermaarde staatsgalerie Tretjakov, het grootste museum voor moderne kunst in Rusland. Een jaar voor zijn ontslag stelde hij de expositie Verboden kunst 2006 samen in het Sacharov Museum, een cultureel centrum ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Goelag en de staatsterreur. Door kleine gaatjes in voorzetwanden konden bezoekers gluren naar onder sovjetcensuur verboden kunst uit de jaren zeventig en tachtig, en naar kunstwerken die om onduidelijke redenen recentelijk niet werden geëxposeerd. Een gekruisigde Lenin, liefkozende soldaten, geld tellende politieagenten, naakte Russinnen.
De expositie moest een debat losmaken over de maatschappelijke positie van kunst in Rusland. In plaats daarvan werd Erofeev samen met de directeur van het Sacharov Museum Joeri Samodoerov beschuldigd wegens het 'promoten van pornografie, haat zaaien en vernedering van de menselijke waardigheid’. De tentoonstelling Sots Art: Political Art in Russia, die Erofeev kort daarop in Parijs organiseerde, was de druppel en kostte hem zijn baan. Hij zou 'Ruslands reputatie schade toebrengen’, stelde minister van Cultuur Alex Sokolov. Het bleef niet bij ontslag. Tegen Erofeev en Samodoerov liep al anderhalf jaar een rechtszaak, aangezwengeld door de orthodox-christelijke organisatie Narodniy Sobor. Drie jaar gevangenisstraf eist het openbaar ministerie. De rechter veroordeelde de beklaagden verleden week tot een geldboete van 350.000 roebel, ruim negenduizend euro. Het vonnis baant de weg voor toekomstige rechtszaken.
Nu is hij aangewezen op private galerieën en debatcentra, vertelt Erofeev kort voordat hij in het Moskouse cultuurcentrum de Garage een lezing over kunst en de kerk gaat geven. Zijn positie is illustratief voor die van kunstenaars in het hedendaagse Rusland. 'De kunstwereld heeft zich de voorbije twintig jaar sterk ontwikkeld. Tijdschriften en kranten ruimen hele katernen in voor kunst, maar tegelijkertijd weten slechts weinig Russen wat er allemaal speelt. Kunst is heel modieus.’
DE GARAGE, een voormalige busremise van achtduizend vierkante meter aan de noordkant van Moskou, geldt als voorbeeld. Het centrum is het culturele hobbyproject van Daria Zjoekova, de vriendin van oligarch en miljardair Roman Abramovich. Het opende in 2008 met als ambitie de Russische evenknie van het Tate Modern in Londen of het MoMa in New York te worden. Vooralsnog valt het succes tegen. Het aantal met machinegeweren bewapende beveiligers evenaart dat van de bezoekers. Erofeev: 'Traditionele kunst kan op brede waardering rekenen, maar wanneer het meer radicale werken betreft voert een negatieve attitude de boventoon. Alleen buitenlanders tonen interesse in zulke werken. Ogenschijnlijk kan er heel veel, maar het aantal kunstenaars dat echt aan de weg timmert is marginaal. Het merendeel van de Russische kunstenaars uit geen kritiek en grijpt terug op een figuratieve stijl, pure folklore.’
De tentoonstelling Russian Utopias in de Garage spreekt boekdelen. Curator Joelia Aksenova toont zich tijdens een rondgang langs de schilderijen en installaties teleurgesteld. Russian Utopias vormt een tweeluik. Voor het eerste deel, Tributes: On the Ruins of Great Utopias, werden kunstenaars gevraagd terug te blikken op de grote utopische visies die zo sterk hun stempel op Rusland hebben gedrukt. Het tweede deel, Future from Here, was bedoeld als een zoektocht naar nieuwe idealen en utopia’s. De verwachtingen over met name het tweede deel waren hoog gespannen. 'Maar de toekomst blijkt niets nieuws te bieden. Het eerste deel is veel positiever. Jonge kunstenaars putten inspiratie uit het verleden, terwijl ouderen er alles aan doen het verleden te vergeten. Na de val van de Sovjet-Unie zijn de grote utopische ideeën failliet verklaard en kleefde aan alles met een totalitair smaakje een negatieve associatie. Deze utopische visies zijn juist hard nodig, want alleen dan zijn mensen in staat tot verandering. De huidige generatie jonge kunstenaars lijkt bevrijd van negatieve associaties met het verleden, maar is tegelijkertijd niet in staat om nieuwe visies voor de toekomst te ontwikkelen.’
De 'utopische’ werken in de Garage missen daarmee een cruciaal element. Utopia is in essentie immers tweeledig. Een visie op de perfecte samenleving dient zich tegelijkertijd als een aanklacht tegen het bestaande maatschappelijke bestel te laten lezen. Beide aspecten lijken in de hedendaagse Russische kunst onverenigbaar. Kritiek en visie sluiten elkaar twintig jaar na de val van de Sovjet-Unie nog steeds uit. Brachten constructivisten en socialistisch realisten vroeger een positieve, toekomstgerichte maar kritiekloze boodschap, nu overheerst slechts gematigde kritiek.
De video-installatie Shiva van kunstenaarscollectief PG stelt, omringd door beelden van naakte vrouwen en copulerende zebra’s, de perversiteit van naïef vertier en massatoerisme aan de kaak. Videokunstenaar Dmitri Boelnygin richt zijn pijlen met de projectie Spring eveneens op het consumentisme: onder angstaanjagend gejoel exploderen non-stop etensresten. De weinige werken met enig toekomstperspectief - drie stadsgezichten die teruggrijpen naar het Russische constructivisme - ontberen elke vorm van kritiek.
Het smaakt naar een mengsel van zelfcensuur en apathie. Aksenova: 'We leven in een crisis van de toekomst. Iedereen zoekt naar stabiliteit, niet naar verandering. Tegelijk is die gewenste stabiliteit ver te zoeken. We zitten eerder in een neerwaartse spiraal.’ Ideeën voor de toekomst van Rusland komen slechts van extreem-rechtse of extreem-linkse organisaties. Hun werken zijn vaak echt radicaal, vindt Aksenova: 'Het probleem is alleen dat elke referentie aan de realiteit ontbreekt. Deze groepen leven al volledig in de toekomst.’
De manifestatie van extreem-rechtse en nationalistische groepen in de kunstwereld is van recente datum en laat zich plaatsen in een bredere ontwikkeling. Zij willen de oude sovjetgrenzen herstellen en hangen een sterk imperiale ideologie aan. 'Het zijn alleen geen communisten maar eerder fascisten’, aldus Erofeev. Meer zorgen maakt hij zich over de inmenging van het Kremlin. Zijn ontslag bij de staatsgalerie Tretjakov laat zich hierin plaatsen. 'Kritiekloze kunstenaars, zoals Konstantin Batinkov, kunnen op overheidssteun rekenen en krijgen mogelijkheden om Rusland in het buitenland te vertegenwoordigen.’ De meeste invloed oefent het Kremlin echter uit via de orthodoxe kerk. Terwijl religieuzen in de Sovjet-Unie gebukt gingen onder repressie vormt de kerk nu een trouwe bondgenoot van de overheid. Erofeev: 'De kerk geniet overheidssteun, omdat religie een middel is om de mensen weer te herenigen. Het gaat het Kremlin helemaal niet om het geloof, maar om het benadrukken van het contrast tussen Rusland en het Westen. De waarden van de orthodoxe kerk passen feilloos in het programma van de regering. Eigenlijk zijn het de oude waarden van de Sovjet-Unie: isolationisme, morele superioriteit, paternalisme en onderschikking. Ze sluiten keurig aan bij het politieke programma en de kerk is welwillend om deze boodschap uit te dragen. De orthodoxe kerk is in principe wars van elke vorm van hedendaagse kunst en probeert er daarom greep op te krijgen. De kerk organiseert nu voor het eerst een eigen expositie met hedendaagse werken van onder anderen Alexey Beliyaev-Gintovt.’ Naar eigen zeggen vormt deze kunstenaar 'het epicentrum van een conservatief revolutionaire beweging’. Orthodoxe symboliek en verheerlijking van Stalin gaan in zijn werk hand in hand.
Tegelijkertijd tracht de orthodoxe kerk via diverse gelieerde organisaties invloed uit te oefenen op hetgeen galerieën en musea exposeren, stelt Erofeev. 'Dit gebeurt heel subtiel en nooit expliciet. Een museumdirecteur of galeriehouder lijkt volledig vrij in het samenstellen van een tentoonstelling. Maar schuine teksten, erotische elementen, karikaturen en uiteraard godslastering zijn uit den boze. Ook hier in de Garage, een private galerie. Wanneer er bepaalde stukken aan de muur hangen die de kerk liever niet had gezien, volgen maatregelen. Meestal manifesteert dit zich in een brede lastercampagne, waarin collega’s het je kwalijk nemen. Als dit niet helpt, is een rechtszaak niet uitgesloten.’
De orthodoxe kerk treedt kortom op als boodschapper van het Kremlin, meent Erofeev: 'Deze ontwikkeling is echt nieuw en heeft zich drie, vier jaar geleden ingezet. Het laat zich uitleggen als een heropleving van censuur.’

TOCH ZIJN ER ook interessante, veelal radicaal linkse initiatieven aanwijsbaar die erin slagen zich aan deze repressie of zelfcensuur te onttrekken. Het eerder genoemde kunstenaarscollectief PG is hier een voorbeeld van. Met manifestaties, posters en performances proberen zij Rusland een spiegel voor te houden. De radicale groep Voina (Russisch voor 'oorlog’) heeft vergelijkbare initiatieven. Erofeev leeft op: 'Hun werk is heel interessant.’ De groep organiseerde de dag voordat Medvedev tot president werd verkozen in Timirjazev Staatsmuseum voor Biologie een orgie. Een spandoek meldde: 'Neuk voor het nageslacht van het berenwelpje!’ Video-opnamen van de actie waren direct een hit op internet. Erofeev: 'Voina heeft echt een duidelijke politieke en maatschappelijke boodschap. Kunst is voor hen een middel om de maatschappij te bekritiseren.’
Het bereik van groepen als Voina is echter beperkt, ze staan nagenoeg volledig buiten de maatschappij. Alleen een deel van de culturele elite waardeert de maatschappijkritische werken, zodat de invloed beperkt is. De culturele elite heeft haar invloedrijke positie bovendien verloren, doordat ze eigenhandig een hoge muur heeft opgetrokken. Ze wil zich niet mengen met machthebbers of de kerk. Maar belangrijker is de schrijnende afwezigheid van een visie. Een inspirerende blik voorwaarts ontbreekt: ze weten duidelijk wat er aan Rusland anno 2010 schort, maar zien geen alternatief.

De auteurs zijn leden van de Danube Foundation, een netwerk dat de uitwisseling van ideeën binnen Europa wil verbeteren. www.danube-foundation.eu