Slechtnieuwsgesprek in de Amerikaanse film

Geen strijkers op de achtergrond

Twee nieuwe films schetsen Amerika in een moeilijke fase. Zowel Up in the Air als The Messenger pleit voor betere communicatie. ‘Als je de behoefte hebt een knuffel te geven: niet doen, je krijgt er alleen maar gezeik mee.’

IN DE AANLOOP naar de Kerstdagen was in vrijwel elk reclameblok bij de publieke omroep de uitzending van Na de pauze aangekondigd, de voorstelling van cabaretier Herman Finkers, de eerste sinds hij met chronische leukemie werd gediagnosticeerd. De reclame toonde één grap:
‘De dokter zei tegen mij: “Meneer Finkers, ik moet u slecht nieuws vertellen.” Nu wist ik dat slechtnieuwsgesprekken vaak het moeilijkste deel van de baan van een arts zijn, dus ik probeerde hém gerust te stellen. Gaat u even zitten, kan ik wat te drinken voor halen?’
Finkers trok 2,4 miljoen kijkers op Tweede Kerstdag. Ongeacht of dat ene fragment de toon van de voorstelling vatte, of de manier waarop Finkers zijn ziekte benadert, toonde het precies wat we willen zien. Het slechtnieuwsgesprek is drama gedestilleerd tot de kern. In de National Book Award-winnaar Let the Great World Spin speelt de Ierse schrijver Colum McCann met de slechtnieuwsboodschap, over een moeder die hoort dat haar zoon in Vietnam is gesneuveld. Keer op keer weet hij het moment uit te stellen, laat hij zijn personage om de misère heen draaien, tot het eenmaal zo ver is, de lezer op het puntje van zijn stoel zit, en eindelijk de emotionele ontlading komt die de moeder zo lang heeft proberen te onderdrukken. Het is de onvermijdelijke waarheid - de aanjager van elk drama.
Finkers’ grap zit op een totaal andere manier in de film The Messenger, die in verschillende categorieën genomineerd was bij de Golden Globes van zondag. Alleen is het hier geen grap, maar de meest menselijke emotie van iemand die mentaal is lamgeslagen. De film draait om twee militairen die werken bij het 'casualty notification team’. Ze gaan huis aan huis, om ouders en echtgenoten in te lichten dat hun dierbare is omgekomen, in Irak of Afghanistan.
Will Montgomery (gespeeld door Ben Foster, bekend van Six Feet Under) speelt een jonge Irak-veteraan, die na een verwonding de laatste maanden van zijn diensttijd moet uitdienen als assistent van de wat losgeslagen kapitein Tony Stone (Woody Harrelson). Stone brengt hem de kneepjes van het vak bij: je licht de 'n.o.k.’ (next of kin) in en blijft zo veel mogelijk op afstand. Zeg niet hoe erg jij het vindt dat je het moet vertellen, het draait niet om jou. Gebruik nooit het woord 'lichaam’, te plastisch; zeg niet 'hij is niet meer bij ons’, er mag geen verwarring ontstaan. We zeiden ooit 'hij is niet meer met ons’ en toen dacht een vrouw dat haar zoon gedeserteerd was. Als je de behoefte hebt een knuffel te geven: niet doen, je krijgt er alleen maar gezeik mee. Je geeft de mensen het slechte nieuws en het is aan hen 'to surf the fucking ocean of grief’.
De boodschap wordt kraakhelder geformuleerd en zodra de vader of echtgenote is geïdentificeerd uitgesproken. Uw zoon kwam om door een bermbom, uw dochter is neergestort in een helikopter. De reacties die Montgomery en Stone treffen zijn divers: van ongecontroleerde huilbuien en ontkenning tot de woedende vader die ze bespuugt en uitscheldt - waarom zitten jullie niet in Irak? Waarom zijn jullie niet dood? En uiteindelijk zit er ook de Finkers-reactie bij. Als Montgomery een jonge vrouw aanbiedt de ouders van haar overleden echtgenoot op te bellen, bedankt ze. 'Nee, dat hoeft niet’, zegt ze bijna voorkomend. 'Ik weet dat dit vast moeilijk voor u moet zijn.’
Misschien is dat nog wel de meest hartverscheurende reactie van allemaal. De dankbaarheid die de vrouw toont, de menselijkheid. Voor Montgomery is het dat in ieder geval wel, en hij begint voorzichtig een relatie met haar - strikt tegen de protocollen in. Toch is de relatie die werkelijk centraal staat in de film de ontluikende vriendschap tussen Foster en Harrelson, die de debuterende regisseur Oren Moverman met nuance in beeld brengt, met momenten van jaloezie en verdachtmaking. Op hun beurt leveren Harrelson en Foster de sterkste prestaties uit hun carrière; Harrelson werd genomineerd voor de Golden Globe voor de beste bijrol.
Toch is niet rouw, of verwerking, het grote thema van The Messenger. Dat is, zoals de titel zegt, communicatie. In kleine zin is het Montgomery die naar woorden zoekt om zijn vriend Stone te vertellen wat hij precies in Irak heeft meegemaakt, hoe hij gewond is geraakt. In grotere zin gaat het om de communicatieve dissonant tussen een maatschappij en haar front. De meeste mensen lezen de krant en voelen de impact van de oorlog in cijfers. Vierduizend gesneuvelde Amerikanen, dertigduizend gewonden. Maar hoe de oorlog echt aanvoelt, en in een maatschappij sluipt, blijft onuitgesproken.
Moverman, zelf een veteraan van het Israëlische leger, houdt een zekere afstand, in zijn camerawerk, maar ook in de toon en de duur van de scènes. Hij blijft niet larmoyant hangen in het verdriet van de familie. Geen strijkers op de achtergrond. De communicatiestoornis verbeeldt Moverman perfect in een korte scène in een bar, waar Montgomery naar een jonge soldaat luistert die tijdens een welkom-thuisfeestje een grappige anekdote vertelt over een oude Irakees. Terwijl iedereen lacht om de clou zegt de jongen tussen neus en lippen door hoe ze het lichaam van de man aantroffen - de jongen lijkt zelf niet eens door te hebben dat hij het zegt, maar meteen valt een pijnlijke stilte tussen de soldaat en zijn vrienden.

DE SCÈNE WAARIN kapitein Stone aan Montgomery uitlegt hoe je een n.o.k. inlicht doet denken aan een scène uit Up in the Air van regisseur Jason Reitman. De protagonist is Ryan Bingham (George Clooney), een soort corporate massamoordenaar, met de officiële titel 'career transition counselor’. Hij wordt door bedrijven in dienst genomen om mensen te ontslaan. Aan een jonge werknemer legt hij het proces van een ontslaggesprek uit. Regel één: zeg nooit hoe erg je het vindt, dit draait niet om jou.
Up in the Air was in vrijwel alle categorieën genomineerd bij de Golden Globes en heeft hoge verwachtingen bij de Oscars. Het is in alle opzichten een volmaakte film, of liever, een gelikte film: de soundtrack klopt, het camerawerk is prachtig, en het personage Ryan Bingham is een niet te missen symbool voor deze tijd - hij communiceert met mobieltjes, BlackBerry’s, sms en e-mail, en tegelijk heeft hij met niemand echt contact. Zijn zussen kennen hem amper, en zelf verkiest hij luchthavens en hotels boven een echt huis (zijn appartement lijkt nog het meest op een hotelkamer). Reitmans script, naar de roman van Walter Kirn, is helder: de dramatiek komt als een ambitieuze, jonge collega (Anna Kendrick) voorstelt ontslagen voortaan via de webcam te doen - Bingham is erop tegen; hij vindt, o ironie, dat mensen ontslaan zonder persoonlijk contact onfatsoenlijk is - en Bingham iets krijgt met de slimme, sarcastische Alex (Vera Farmiga), waardoor hij gaat twijfelen aan zijn hyperindividualistische levensstijl.
En dan zijn daar ondertussen de acteurs. In zijn beste rollen is Clooney een van de weinige acteurs uit de kaste van supersterren die op het doek hun status achter zich kunnen laten, wier geloofwaardigheid niet alleen bestaat dankzij de bereidheid van de kijkers in fictie te geloven (Kijk, Johnny Depp is een piraat! Hé, Brad Pitt doet net alsof hij een casino berooft!). We geloven Clooney omdat hij in elk personage een warmte en een zwaarte weet te leggen. De sfinxachtige charme van Vera Farmiga complementeert zijn uitstraling, terwijl de jonge, opvliegende Anna Kendrick nog maar eens accentueert hoe suave Clooney en Farmiga écht zijn (maar ondertussen steelt ze wel een paar scènes).
Hoeveel kijkplezier Up in the Air ook heeft, er wringt iets als je hem naast The Messenger legt. Beide films willen iets zeggen over de kloof in Amerika, tussen arm en rijk, succes en ellende, tussen het front en het thuisland. Reitman is niet te bescheiden om de film te presenteren als een doorsnede van deze tijd. Om een gevoel van authenticiteit te geven, begint hij met beelden van 'echte’ Amerikanen die vertellen hoe zij reageerden toen ze ontslagen werden. De film eindigt weer met de ontslagen Amerikanen (ze vertellen hoe ze hoop houden, dankzij de steun van hun families) en bij de aftiteling klinkt een nummer dat een werkloze muzikant heeft gemaakt.
Dat is allemaal sympathiek van Reitman, natuurlijk, maar uiteindelijk draait Up in the Air niet écht om werkloosheid; zijn helden zijn de mensen 'up in the air’, niet de mensen aan de grond. Zelfs in de verlaten kantoorburelen houden ze hun glamour, zitten hun maatpakken als gegoten. Zo heeft Up in the Air iets van een hit and run; Reitman gebruikt de werkloosheid om het verhaal dramatiek te geven, maar hij wil zijn film er ook weer niet te veel onder laten lijden. Movermans The Messenger mijdt die dramatiek niet, zijn brengers van slecht nieuws kunnen niet in vliegtuigen stappen om los te komen van de ellende, met schone handen. Ook zij zitten gevangen in de militaire wereld die zo prominent in de Amerikaanse maatschappij zit vervlochten.
Beide films schetsen Amerika in een moeilijke fase, beide houden een pleidooi voor eerlijkere communicatie. Maar waar in het gelikte Up in the Air de tragedie slechts een vluchtige zwaarte krijgt, toont The Messenger de volledige omvang van een probleem dat straks niet met een groeiende economie verholpen zal zijn.

Up in the Air draait nu in de bioscoop.
The Messenger is verkrijgbaar op dvd (regio 1)