Atlanta. Model voor het zuiden

Geen tijd voor haat

In de jaren zestig vormden de politie en de Ku Klux Klan nog een front tegen de zwarte inwoners van Atlanta. Nu straalt de stad zwarte trots uit en is het er funky, ook voor homo’s en transgenders.

Medium hh 59715524

Voor we het terrasje op lopen wil ze weten of het café wel ‘community owned’ is. Toch niet onderdeel van een of andere keten hè? Nee, ze kan gerust zijn, want dit is Little Five Points, de oudste alternatieve wijk van Atlanta, die erin is geslaagd om Starbucks op veilige afstand te houden. ‘Oké. Dat is belangrijk voor me, want ik steun kleine ondernemers. Ik ben er zelf ook een’, zegt Linda-Pearl Fils-Aime en bestelt een groene thee.

De 36-jarige Fils-Aime verpersoonlijkt het nieuwe Atlanta: vrouw, zwart, onafhankelijk, veelzijdig, zelfbewust en ambitieus. Ze groeide op in Miami, werkte een tijdje als model, maakte een rapalbum, behaalde een mba-diploma in Atlanta en kreeg vervolgens een baan bij de vastgoedafdeling van de multinational Walmart in Arkansas. ‘Ze hadden van die empowerment-citaten aan de muur hangen, en ik dacht: ja, jullie hebben gelijk, ik ga voor mezelf beginnen.’

Ze verhuisde terug naar Atlanta. Daar begon ze twee jaar geleden haar A Lady Named Pearl Academy, met als doel om zwarte vrouwen te helpen bij het opzetten van een eigen bedrijfje. De aanpak is drieledig: zelfverzekerde houding, bekwaam leiderschap en slim ondernemerschap. De oudste cursiste is 53 en ontwerpt met succes christelijke bordspelen. De jongste is negen en maakt portemonnees van gerecycled denim. Negen? Fils-Aime lacht. ‘Ze vindt het leuk, dus waarom niet? Dit is Amerika, honey. Je kunt niet vroeg genoeg beginnen. Sommigen van ons betalen nog steeds onze studieschuld af. Je hebt hier geen sociaal vangnet. Ondernemerschap heeft de toekomst.’

Fils-Aime koos voor Atlanta, want daar liggen de mogelijkheden. Dit is de funky, relatief goedkope hoofdstad van het diepe zuiden, die het bezwaarde verleden van slavernij, lynchpartijen en racisme van zich af heeft geschud. Atlanta met zijn skyline als een gebit vol bling straalt soepele zwarte trots uit. Het zijn kleine dingen die de stad speciaal maken, zegt Fils-Aime. Zoals in een park lopen en daar een zwart meisje zien dat haar hond uitlaat, met ouders die op hun gemak achter haar lopen. Het is de wereld waar Michelle Obama in haar speeches van droomt, een hoopvolle, multiculturele, middle-class-versie van Amerika.

Fils-Aime vertelt over Atlanta’s jonge zwarte burgemeester, de 47-jarige Democraat Kasim Reed die op zijn zestiende al een sieradenhandeltje begon. ‘Heel veel bedrijven hebben zwarte managers’, zegt ze. Reed, die president Obama steunt, studeerde politicologie aan een van Amerika’s ‘historisch zwarte universiteiten’, waarvan Atlanta er ook een aantal heeft. Fils-Aime’s alma mater is de goed aangeschreven Clark Atlanta University. ‘Dankzij die universiteiten vind je hier veel goed opgeleide zwarten.’ En natuurlijk, vervolgt ze haar opsomming van wat Atlanta zo speciaal maakt, is dit ook de geboorteplaats van Martin Luther King en daarmee het spirituele thuis van de burgerrechtenbeweging. ‘Voor mij symboliseert Atlanta zwart bewustzijn.’

Het zonnige terras van een klein onafhankelijk theater loopt langzaam vol; man, vrouw, wit, zwart, jong, oud, homo, hetero, in alle denkbare combinaties. Fils-Aime had nog even door kunnen gaan met haar lofzang. Want dit is ook de ‘homohoofdstad’ van het zuiden. Niet voor niets kocht Elton John een appartement in wat hij zijn ‘Amerikaanse moederstad’ noemt. De Engelse muzikant Dean Blunt betitelde Atlanta als een ‘zwart utopia’, omdat hij nooit zoveel verschillende zwarte sociale en economische groepen bij elkaar had gezien. Ook in creatief opzicht doet Atlanta volop mee. Entertainment is hier een miljardenbusiness. De stad geldt, mede dankzij aantrekkelijke belastingvoordelen, als ‘zwart Hollywood’, en laat New York en Los Angeles sinds een jaar of tien de hielen zien als het om hiphop gaat, met een compleet eigen geluid dat bekend werd als trap.

Atlanta is de stad van Young Thug en Killer Mike en van futuristische, funky acts als Outkast en Goodie Mob. Het tweede album van Outkast, ATLiens uit 1996, verwoordde die nieuwe zwarte, zuidelijke identiteit perfect. Niet langer werden de onaantastbare prototypes uit de Bronx en Brooklyn gekopieerd. In plaats daarvan putte Outkast uit het rijke zwarte zuidelijke verleden, met zijn jazz en soul, hitte en stank, grit en slang. ‘ATLiens maakte me trots dat ik zwart was, southern, celibatair, sexy, onhandig, vrij van drugs en alcohol, mijn oma’s kleinkind en cooler dan de teennagels van een ijsbeer’, schreef de zwarte essayist Kiese Laymon in het literaire tijdschrift Oxford American.

Yep, het minderwaardigheidscomplex is verdwenen, beaamt de 28-jarige Ryan Parks, die net als de leden van Outkast opgroeide in College Park, een arme zwarte buurt ten zuiden van downtown Atlanta. Parks’ moeder wilde een betere toekomst voor haar zoon, en stuurde hem dankzij het Majority to Minority-programma, dat segregatie tegengaat, naar een school voor welgestelde blanken, een uur met de bus. Het zorgde voor de nodige aanpassingsperikelen: Parks was niet alleen een buitenbeentje in zijn klas maar werd dat ook in zijn wijk. Een zwarte skater die van punk hield. Zijn blanke vrienden zagen hem als een soort mascotte, en in the hood vonden ze hem vooral een weirdo.

Maar de culturele spagaat gaf hem zijn trots en individualisme. Hij zette door, studeerde Amerikaanse geschiedenis en leerde over de historie van de zwarte zuiderlingen, die verder terug bleek te gaan dan de slavernij waar de boekjes op school altijd mee begonnen. Tevens verdiepte hij zich in de do it yourself-houding van Amerikaanse subculturen, en begon zijn Harsh Riddims-muzieklabel, dat zich specialiseert in spacey dance op cassettes. De muziekpers is enthousiast en regelmatig treedt hij op in hippe clubs in Nashville en New York.

‘Er vindt een culturele verschuiving plaats. Je bent niet meer de enige zwarte kid op een skateboard’

Met een beetje goede wil, zegt Parks, kun je zijn autonome werkwijze zien als een logisch uitvloeisel van bewegingen als Black Lives Matter. ‘De manier waarop ik dingen aanpak is politiek. Ik ben een jonge zwarte man die zijn eigen bedrijfje runt en zelfstandig verbanden aangaat met anderen. Ik haal gelijkgestemden binnen in een industrie die er vaak heel andere denkbeelden op nahoudt. Als dat niet politiek is.’

Het is nog geen vetpot – Parks werkt parttime voor een biologisch bedrijf – maar Atlanta biedt volop mogelijkheden, en de situatie verandert snel. ‘Er vindt een culturele verschuiving plaats. Je bent niet meer de enige zwarte kid op een skateboard, en rap is niet meer voorbehouden aan harde jongens uit the hood. Iedereen is een stuk ruimdenkender geworden’, zegt Parks, die Atlanta ‘de chocoladestad’ noemt, zoet en donker. ‘Het is laid-back, een goeie vibe, de juiste snelheid. Atlanta is het model voor het zuiden.’

Die weg naar verlichting ging niet over rozen. In 1864, tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, werd Atlanta door de noordelijke troepen als strafexercitie volledig afgebrand. ‘We hebben alles wat nog van nut kon zijn voor de zuidelijke troepen met de grond gelijk gemaakt’, schreef een soldaat uit Indiana enthousiast aan het thuisfront. In het herbouwde Atlanta waren er in 1906 ernstige rassenrellen. En in 1915 lynchten leden van de Ku Klux Klan een joodse fabrieksopzichter. De stad stond daarna te boek als racistisch en antisemitisch, met lynchpartijen die tot diep in de jaren veertig voortduurden.

In 1965 liepen de gemoederen wederom hoog op. Blanke zakenlui weigerden aan te schuiven bij een gemeentelijk diner voor Martin Luther King die net de Nobelprijs voor de vrede had ontvangen. De burgemeester ging te rade bij Coca-Cola, al sinds 1886 Atlanta’s beroemdste en meest succesvolle bedrijf. De toenmalige ceo, Paul Austin, had enkele jaren in Zuid-Afrika gewoond en had daar gezien welke ellende racisme met zich mee kan brengen en vooral: hoe het de economie kan schaden. Op 27 januari 1965 organiseerde hij een enorm zakendiner, waarbij hij ruim vijftienhonderd blanke en zwarte genodigden bij elkaar aan tafel kreeg, en Dr. King die een toespraak hield. De avond werd afgesloten met een spontane versie van We Shall Overcome.

Het evenement werd opgepikt in de landelijke pers en Atlanta speelde daarna slim in op het nieuwe imago van liberaal lichtpunt in het onbuigzame, conservatieve diepe zuiden. Er werd een pakkende slogan bedacht die nog altijd resoneert: ‘The city too busy to hate’. Het werkte. Rassenrellen zoals die in de rest van het land plaatsvonden bleven uit. De integratie van de openbare ruimte en de scholen verliep relatief soepel. In 1973 kreeg Atlanta als eerste grote zuidelijke stad een zwarte burgemeester. Gestaag werd een reputatie opgebouwd als plek waar het goed toeven is voor multinationals. Behalve Coca-Cola hebben onder meer at, Delta Airlines en cnn hier hun hoofdkwartier. Ook is Atlanta een knooppunt voor weg- en vliegverkeer. Een kroon op het werk van de stadspromotie waren de Olympische Spelen van 1996.

‘Ja, we danken onze reputatie als “anders dan de rest van het zuiden” aan het feit dat de stad kapitalisme als de voornaamste drijfveer ziet’, zegt Elizabeth Anderson van Charice Books, de oudste nog bestaande feministische boekhandel in Amerika. Samen met het community-radiostation wrfg een paar honderd meter verderop vormt Charice Books het fundament van de alternatieve beweging die zich vanaf de vroege jaren zeventig in Atlanta ontwikkelde, en die gretig gebruik maakte van de ruimte die het liberale, opportunistische kapitalisme bood. Met niet-aflatende energie richten wrfg en Charice zich al ruim veertig jaar op ‘de ander’, of dat nu de lhbt-gemeenschap is (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender), de zwarte onderklasse of vrouwen.

‘Wij geven stem aan de gemarginaliseerden’, zegt Anderson, die zich bezighoudt met het organiseren van evenementen en discussies voor Charice. Vorig jaar waren dat er 275. Ze probeert zo veel mogelijk actuele zaken onder de aandacht te brengen. Schietpartij in Orlando? Hup, een discussie met als thema ‘Strategies for Trans/Queer Future Following Orlando’. Ziedende, haat spuwende Trump-aanhangers? Charice organiseert ‘White Rage: The Unspoken Truth of Our Racial Divide’. Het klinkt naar prediken voor eigen parochie. Anderson schudt haar hoofd. Er komt een divers publiek. ‘Zelfs links is hier enorm verdeeld. Ik geloof nog altijd in de kracht van verhalen en mensen die hun ervaringen delen met hen die van oudsher de macht hebben.’

Anderson is geboren en getogen in Atlanta. Fijne stad, zegt ook zij. Ze is blij met recente besluiten van de staat Georgia om (in tegenstelling tot Texas) geen wapens toe te staan op de campussen, en om (in tegenstelling tot North Carolina) transmensen niet het recht op eigen toiletten te ontzeggen. Maar, zegt Anderson, net als bij dat diner voor Dr. King liggen ook aan deze besluiten opportunistische kapitalistische motieven ten grondslag. Heisa rond wc’s is slecht voor de economie, zo zagen we in North Carolina. Ineens zegt Bruce Springsteen zijn concerten af, of organiseert de nba een belangrijke basketbalwedstrijd elders. Dat kost geld en voor je het weet kom je als staat en stad op een zwarte lijst. Dat kost nog meer geld. ‘Hier hebben ze altijd alles op alles gezet om toerisme en bedrijvigheid te behagen’, zegt Anderson.

Maar Atlanta is geen Disneyland. Illegale immigranten hebben hier geen poot om op te staan en worden zonder pardon gedeporteerd. Ook zijn er nog diverse buurten die voldoen aan alle clichés van Amerikaanse getto’s. Neem The Bluff, een wijk ten westen van het centrum. ‘Bluff’, luidt een lokale wijsheid, staat voor ‘Better Leave U Fucking Fool’. Het is een buurt vol dichtgespijkerde woningen, grimmige drugshandel, prostitutie en schietpartijen. Maar zelfs hier lijken de fucking fools inmiddels gek genoeg om tegen bodemprijzen bouwvallen met potentie te kopen. ‘The Bluff ligt vlak bij downtown en is de volgende wijk als het om gentrificatie gaat’, voorspelt Ryan Parks.

‘Van de transvrouwen wordt driekwart stelselmatig aangehouden; één op de twaalf is door de politie aangerand’

En dan is er de politie. Zoals vrijwel elke Amerikaanse stad heeft ook Atlanta problematische gezagsdragers. Iedereen is verrast door die oude Nederlandse slogan die je vertelde dat de politie je beste vriend is. Parks lacht en vertelt dat hij zodra hij een patrouillewagen ziet ieder oogcontact vermijdt, zijn handen uit zijn zakken haalt en zo snel mogelijk doorloopt. Ook al heb je als jonge zwarte niks gedaan, je voelt je meteen schuldig. ‘Permanent vrij op borgtocht’, noemde Kiese Laymon dat gevoel.

In de jaren vijftig en zestig waren er vaak nauwe banden tussen de zuidelijke politie en de extreem-rechtse Ku Klux Klan, om een gezamenlijk front te vormen tegen de zwarte burgerrechtenbeweging. Die vijandige mentaliteit heeft zich in het dna genesteld. Niet dollen met de Atlanta-cops, van wie er velen een training in Israël achter de rug hebben. De raciale samenstelling van het korps mag dan de afgelopen jaren veranderd zijn, de agenten zijn nog altijd laagopgeleide macho’s, zegt Elizabeth Anderson. ‘Ik heb een vriend, een macho southern dude die bij de politie zat, maar vertrok omdat hij te slim was. Hij was te kritisch en kreeg reprimandes. Het is bij de politie net zo als in het leger: je krijgt genoeg betaald om een familie te kunnen onderhouden, en je hoeft er niet voor naar college te zijn geweest. Dat trekt een bepaald soort mensen.’

Arresteren is in Amerika een lucratieve bezigheid, ook in Atlanta. Het is goed voor de machtige gevangenisindustrie, en goed voor de kas. Volgens de lokale afdeling van Black Lives Matter pakte de politie de afgelopen drie jaar 72.000 mensen op vanwege vergrijpen als rondhangen en wildplassen. ‘Die krijgen dan boetes opgelegd. Dat geld komt vervolgens in een algemeen fonds, waarvan 52 procent naar de politie gaat’, zegt blm-woordvoerder Mary Hooks.

Hooks wijst ook op de zaak-Alexia Christian. De 26-jarige zwarte vrouw werd op 30 april 2015 door twee (zwarte) agenten doodgeschoten, terwijl ze geboeid in een overvalwagen zat. Volgens de politie had Christian zich van haar boeien ontdaan, was ze niet goed gefouilleerd en greep ze naar een .380mm Taurus-pistool, waarmee ze drie keer op de agenten schoot. Die wisten ongedeerd uit de auto te ontsnappen. Christian gaf geen gehoor aan het bevel haar pistool te laten vallen. In plaats daarvan richtte ze het op een van de twee agenten. Die namen geen risico en vuurden tien kogels op haar af. Christian overleed in het ziekenhuis. In juli dit jaar besloot de (zwarte) openbare aanklager wegens onvoldoende bewijsmateriaal geen klacht in te dienen tegen de agenten.

Christian behoorde tot de zwarte onderklasse, een jonge vrouw die je op een straathoek in The Bluff zou kunnen tegenkomen. Toen ze op haar zeventiende voor het eerst werd aangehouden probeerde ze te ontsnappen door met de politieauto weg te rijden. Ze sleepte de agent mee en gooide hem daarna uit de auto. Ze werd gearresteerd. Ook al was ze nog minderjarig, ze verbleef daarna drieënhalf jaar tussen volwassen gevangenen. Op 21-jarige leeftijd kwam ze weer vrij. Heb je als zwarte Amerikaan een strafblad, dan kun je het qua werk en huisvesting wel schudden. Christian gleed steeds verder af in de wereld van diefstal, wapens en drugs.

Voor de zwarte onderklasse heeft het opportunistische kapitalisme van Atlanta geen plek. Die wordt dankzij de snelle gentrificatie steeds verder buiten de stadsgrenzen geduwd. Helemaal onder aan die sociale ladder bungelen de zwarte transvrouwen. Die zijn nagenoeg vogelvrij, zegt activiste Toni-Michelle Williams. ‘Ruim driekwart van de transvrouwen in Atlanta wordt stelselmatig aangehouden en één op de twaalf is door de politie aangerand. De meeste van die vrouwen zijn werkloos en dakloos en verdienen hun geld op straat. De wereld ziet ons als seksobjecten, shemales, voer voor perverse fantasieën en pornokanalen. De politie valt ons lastig omdat ze weten hoe kwetsbaar we zijn.’

De 25-jarige Williams, die in 2013 van geslacht veranderde, maakte naam toen ze enkele jaren geleden als lhbt-activiste op het Witte Huis werd uitgenodigd en gesprekken voerde met onder anderen vice-president Joe Biden. Sindsdien zet ze zich via de Solutions Not Punishment Coalition (SNaP Co) in voor transvrouwen en jonge zwarten met een strafblad, de afvalproducten van een onverbiddelijk systeem dat mensen geen tweede kans biedt.

Maar dat lijkt iets te veranderen. De relatie met de politie van Atlanta is verbeterd. Er is nu een speciaal team dat de contacten met de lhbt-gemeenschap onderhoudt en naar hun grieven luistert. Het wordt geleid door een zwarte homoseksuele agent. Tevens traint SNaP Co politieagenten in hoe ze moeten omgaan met transkwesties. Deze zomer werd een plan aangenomen om op een andere manier met kleine misdaad en straf om te gaan. Volgend jaar gaat een programma van start dat recidivisme en de rampzalige cyclus van arrestatie, proces, borgtocht, arrestatie, cel moet voorkomen. Er zal meer rekening worden gehouden met achterliggende factoren, zoals drugsverslaving, dakloosheid en geestelijke stoornissen. ‘Wij hebben 250.000 dollar gekregen om het team op te zetten dat dat proces gaat leiden’, zegt Williams.

Ver van het alternatieve Little Five Points, in een achterafkantoortje in een achterafwijk, verpersoonlijkt ook zij het veranderende Atlanta: zwart, transseksueel, strijdbaar, energiek en onbevreesd. ‘Het gaat erom dat je mensen in hun hart en ziel raakt’, zegt ze en slaat zachtjes met haar vuist op haar borst. ‘Het gaat erom dat als je met mij aan tafel zit denkt, wow, die Toni-Michelle is een wonderbaarlijke vrouw.’


Beeld: Gay Pride-parade, Atlanta, 9 oktober ( Robin Rayne Nelson / Zuma / HH)