Vrijhandelsverdrag TTIP

Geen tijd voor kritiek

De Europese Commissie gooit alles in de strijd om de burger te winnen voor het omstreden Atlantische vrijhandelsverdrag TTIP. Wetenschappelijk onderzoek waarmee ze sier maakt, blijkt verre van onpartijdig.

Medium ttip

Het is een duizelingwekkend getal: 119 miljard euro. Zoveel moet het Transatlantic Trade Investment Partnership (ttip) Europa gaan opleveren aan extra economische groei. Per jaar. Voor de aanzwellende kritiek aan beide kanten van de oceaan, tot in de Amerikaanse Senaat aan toe, heeft de Europese Commissie dan ook weinig begrip. Allemaal antiglobalistische bangmakerij. Meer vrijhandel is in crisistijden een no-brainer en zal automatisch leiden tot meer welvaart en banen, betoogde handelscommissaris Cecilia Malmström eerder dit jaar nog. De cijfers spreken voor zich, toch?

Dat blijkt tegen te vallen. Ondanks de stelligheid waarmee Brusselse beleidsmakers alle kritiek op ttip afwimpelen zijn er wel degelijk fundamentele bezwaren tegen het verdrag, meent politicoloog Ferdi De Ville van de Universiteit Gent. In maart 2014 presenteerde De Ville, samen met medeauteur Gabriël Siles-Brügge van de Universiteit van Manchester, het rapport Managing Fictional Expectations. Daarin maakt het tweetal gehakt van de grote Europese verwachtingen.

De Europese Commissie liet in 2009 door het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys onderzoeken welke economische gevolgen ttip zou gaan hebben. In 2013 gebeurde dat nogmaals, nu door het gerenommeerde Centre for Economic Policy Research (cepr) in Londen. Vooral de uitkomsten van dat laatste onderzoek zijn gretig gebruikt om in de publieke arena duidelijk te maken waarom ttip absoluut noodzakelijk is. Hier komt het magische getal van 119 miljard euro vandaan. Dat zou zich in de praktijk vertalen in een extra 545 euro per Europees gezin van vier personen per jaar, te beginnen in 2027.

Maar, zo beargumenteren De Ville en Siles-Brügge, de echte wereld met al zijn sociale relaties, belangen en onvoorspelbaarheden is veel te complex voor de economische modellen waarop het cepr en Ecorys hun voorspellingen baseren. Beide studies gaan uit van een ‘neoklassieke’ visie op hoe een economie functioneert. Die heeft volgens de twee onderzoekers als uitgangspunt dat burgers allemaal rationeel hun eigen belang nastrevende individuen zijn, en dat een economie altijd naar een toestand van evenwicht toe zal evolueren. Met andere woorden: arbeiders die werkloos worden in de ene sector als gevolg van handelsliberalisering kunnen zonder enig probleem worden ingezet in een andere, expanderende sector.

Verder worden sociale en milieuoverwegingen in deze opvatting gereduceerd tot niet meer dan trade-offs die ondergeschikt zijn aan economische belangen, vertelt De Ville op een zonnige vrijdagochtend in het populaire Brusselse café Karsmakers, schuin tegenover het Europese parlementsgebouw: ‘In de impactstudies wordt een economisch model gebruikt dat ervan uitgaat dat structurele werkloosheid niet bestaat. Als de markt in dat model zijn werk doet, vindt elk product zijn afnemer en springt een net werkloos geworden werknemer de dag erna vrolijk op de fiets om ergens anders een nieuwe baan te zoeken. In de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo. Dus kijken we in Europa nog steeds tegen flinke werkloosheidscijfers aan.’

Managing Fictional Expectations is niet de enige studie die grote vraagtekens zet bij hoe realistisch de handelsvoordelen van ttip nou eigenlijk zijn. De jonge econoom Jeronim Capaldo van de Amerikaanse Tufts Universiteit becijferde dat volgens het door hem gebruikte model ttip juist tot banenverlies zal leiden. Dat komt onder meer doordat toegenomen transatlantische handelsstromen zouden leiden tot een afname van handel binnen de EU zelf. Kritiek die minister Lilianne Ploumen in een brief aan de Tweede Kamer op 28 januari 2015 afdoet als de zoveelste mening over ttip. Een mening die achter in de lange rij van studies naar de mogelijke effecten van het verdrag mag aansluiten.

‘De argumenten die DG Trade gebruikt om TTIP aan het grote publiek te verkopen zijn pure retoriek’

Dat de minister de resultaten van het officiële impactonderzoek van het cepr wél kritiekloos overneemt, is veelzeggend. Zeker omdat op de resultaten van juist die studie ook veel is aan te merken, zegt De Ville: ‘Die 545 euro die ttip gezinnen zal opleveren, een getal waar iedereen het over heeft, dat heeft DG Trade (het voor TTIP verantwoordelijke handelscomité van de Europese Commissie – red.) heel slim gespeeld. Maar als je kijkt naar de cijfers van Eurostat zie je dat het gemiddelde Europese gezin uit 2,3 personen bestaat, niet uit vier. Dat is al één manier waarop DG Trade dat getal heeft weten op te blazen. En dan gaat men er ook nog eens vanuit dat die totale economische groei gelijkelijk over alle Europeanen verdeeld gaat worden, terwijl het goed denkbaar is dat bijvoorbeeld hoogopgeleiden meer zullen gaan meeprofiteren van ttip dan lager opgeleiden. De argumenten die DG Trade gebruikt om ttip aan het grote publiek te verkopen zijn pure retoriek.’

Aan de twee metrostops van de Europese Commissie verwijderde Rue Edinbourgh houdt de ngo Corporate Europe Observatory (ceo) kantoor. Beneden in een cafeetje worden biologische wereldgerechten verkocht. Het kleine kantoor op de tweede verdieping ligt vol met paperassen over ttip, lobbyregisters en over het reilen en zeilen in de Brusselse bubbel. ttip moet de grootste bilaterale handelsovereenkomst ooit worden. Het is voor DG Trade de perfecte gelegenheid om zich te bewijzen als een belangrijke speler op het toneel van de internationale handels- en investeringspolitiek.

De belangen zijn dus groot. Lora Verheecke en Pia Eberhardt van ceo houden de onderhandelingen dan ook nauwgezet in de gaten en pogen zoveel mogelijk informatie los te krijgen over wat er zich achter de gesloten deuren afspeelt. Vaak betekent dat veel werk voor op het oog onbetekenende details, die echter wel cruciale informatie prijsgeven over de allianties die Brussel probeert te smeden met het Europese zakenleven. Zo wist ceo in december 2013 een aantal e-mails op te duikelen van DG Trade aan Business Europe waarin de bedrijvenbelangenorganisatie nadrukkelijk gevraagd wordt de voordelen voor kleine bedrijven in kaart te brengen: ‘De Commissie is op zoek naar alle mogelijke soorten voorbeelden van kleine of middelgrote Europese bedrijven, wier situatie zou kunnen verbeteren als gevolg van ttip.’ Doel is uiteraard om het verdrag zo eensgezind mogelijk te kunnen verkopen aan EU-burgers.

Corporate Europe Observatory bracht al eerder documenten naar buiten die een kijkje bieden achter de schermen van de Europese Commissie. Die lijkt zich wezenloos geschrokken van alle kritiek. Ze stippelt nu een heel bewuste strategie uit om de publieke opinie in de lidstaten positief te beïnvloeden en het draagvlak voor het verdrag te vergroten. ‘No other negotiation has been subject to a similar level of public scrutiny’, heet het in de kenmerkende eurospeak die zich amper laat vertalen naar het Nederlands. ‘We need proactive, early and widespread communication on the reality of what is under discussion in sensitive areas (…). While still respecting the confidentiality required for the negotiations to succeed, the process also needs to be transparent enough to reduce fears and avoid a mushrooming of doubts before the deal is even concluded. This messaging needs to be accompanied by clear communication about the benefits of the TTIP.’

Hoe bewust de Europese Commissie zich is van het belang van beeldvorming blijkt uit een tweede serie e-mails, ook uit 2013, die in handen is van de auteurs. Hierin valt te lezen hoe intensief er direct voorafgaand aan de publicatie van het zo belangrijk gebleken cepr-rapport overlegd is tussen twee medewerkers van de Europese Commissie in Brussel en auteur Joseph Francois van het als onafhankelijk te boek staande onderzoeksinstituut cepr in Londen.

Ook hier blijken de 545 euro, die elk Europees gezin van vier personen aan een ambitieuze ttip-overeenkomst zou overhouden, een centrale rol te spelen. Het gewraakte bedrag blijkt enkele dagen voor publicatie nog snel aan het eindrapport te zijn toegevoegd. Dit op verzoek van de hoofdeconomen Nuno Sousa en Lucian Cernat van DG Trade, zo blijkt uit e-mails die vanuit Brussel aan het cepr gestuurd werden: ‘We zouden graag een tabel zien en een korte bespreking van de gevolgen voor de inkomens van huishoudens (…). In de tekst zouden we ook graag zeggen op hoeveel dit neerkomt voor het gemiddelde gezin in de EU en de VS (…), we zouden dit kunnen doen door de inkomensstijging van huishoudens (het is voldoende om dit te doen voor het ambitieuze scenario) te delen door de bevolking en te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal personen per familie (…), dit zou een goed cijfer zijn om te hebben om te communiceren.’

‘Natuurlijk zijn studies als die wij hebben gedaan objectief, de Europese Commissie besteedt ze niet voor niets uit’

De twee economen eisen dan ook expliciet dat het getal als eerste bulletpoint in de ‘key findings’-_sectie van het uiteindelijke rapport terechtkomt. Een niet te verwaarlozen detail is dat het tweetal het bedrag _alleen voor het meest ambitieuze ttip-scenario laat berekenen – in een vervolgens als objectieve wetenschap gepresenteerde impactstudie.

De overduidelijke pogingen van DG Trade om de mogelijke gevolgen van ttip naar eigen hand te zetten, vertroebelen de door Brussel en Washington aangedragen argumenten voor het verdrag. Want hoe realistisch is de verwachte economische groei dan nog? De hoofdauteur van het gewraakte cepr-rapport, Joseph Francois, ziet echter geen probleem: ‘Het is de taak van de Europese Commissie om de belangen van de Europese gemeenschap te identificeren en na te streven. Natuurlijk zijn studies als die wij uitgevoerd hebben objectief, de Europese Commissie besteedt ze niet voor niets uit.’

Het is volgens de Zwitserse hoogleraar echter moeilijk om complexe economische modellen uit te leggen aan mensen die daar geen verstand van hebben: ‘Het gaat om een enorm technisch modelleringsproces. Dan moet er goed nagedacht worden over hoe je zoiets begrijpelijk presenteert aan mensen die geen economie hebben gestudeerd. Dus moet je een linguïstische munteenheid verzinnen om ze te laten begrijpen wat je zegt.’

Dat complexe economische processen op een of andere manier helder aan een groter publiek gecommuniceerd moeten worden, is natuurlijk begrijpelijk. Maar helemaal zuiver op de graat is het niet, geeft ook Francois enigszins schoorvoetend toe: ‘DG Trade heeft goed ingeschat dat niemand zo’n meer dan honderd pagina’s tellend rapport helemaal gaat lezen. Veel mensen zullen zelfs niet verder komen dan de eerste twee alinea’s, dus dan moet je zorgen dat de informatie die je mensen wil zien oppikken dáár staat. De door ons gebruikte modellen zijn een manier om op basis van relatief ruwe gegevens in te schatten wat je wel en niet weet over de effecten van zo’n verdrag. Eigenlijk gaat het helemaal niet om specifieke getallen als die 545 euro. Maar als je je als wetenschapper bezighoudt met dingen die inherent politiek geladen zijn, dan zullen je resultaten ook op een politieke manier gebruikt worden.’

De politieke top in Brussel en Washington heeft zo heel zorgvuldig een wereld geconstrueerd waarbinnen het Transatlantic Trade Investment Partnership tot een onafwendbaar feit is geworden. In die wereld is het onderscheid tussen wetenschappelijk onderzoek, gerechtvaardigde publiciteit en pure propaganda dun. Aantijgingen waarop de Europese Commissie zelf, ondanks herhaalde pogingen, geen commentaar wenst te geven, wegens gebrek aan tijd.

De ideologische bias die nu onder vuur ligt, lijkt vanaf het prille begin ingebakken te zijn in de onderhandelingen. Het startschot voor ttip werd in feite in 2007 gegeven met de vorming van de zogeheten Transatlantic Economic Council (tec). Deze kreeg in 2011 van de Duitse kanselier Angela Merkel, de Amerikaanse president Barack Obama en toenmalig Europese Commissievoorzitter José Barroso de opdracht om een High Level Working Group (hlwg) op te richten om verdere transatlantische economische samenwerking te gaan onderzoeken. Het was die hlwg die in februari 2013 uiteindelijk definitief ervoor pleitte om de onderhandelingen voor een alomvattend vrijhandelsverdrag te starten. Vervolgens gaf president Obama exact een dag na het verschijnen van het officiële adviesrapport van de hlwg tijdens zijn State of the Union in 2013 formeel het startschot voor ttip.

‘Ik denk dat de EU en de VS samen veel goeds kunnen doen. TTIP legt de prioriteiten echter op de verkeerde plek’

Achterhalen wie precies deel uitmaakten van die invloedrijke werkgroep was echter geen sinecure, vertelt Pia Eberhardt van Corporate Europe Observatory. Volgens de Europese Commissie zou er namelijk geen ledenlijst van de groep bestaan. Via de Amerikaanse overheid was die zogenaamd niet bestaande lijst dan weer wel te verkrijgen. Van Europese kant bleek de werkgroep te zijn voorgezeten door niemand minder dan Europees handelscommissaris Karel De Gucht. Ook de twee vooraanstaande economen van de Europese Commissie, Sousa en Cernat, bleken zitting te hebben in de werkgroep. Inderdaad, hetzelfde duo dat later de impactstudie op basis waarvan ttip aan het publiek verkocht kon worden óók mede vorm heeft gegeven.

Dat vervolgens in de periode voorafgaande aan de echte start van de ttip-onderhandelingen het grootbedrijf wel erg vaak geconsulteerd is – de Europese Commissie ontving van januari 2012 tot halverwege 2013 maar liefst 119 keer iemand van het bedrijfsleven en elf keer iemand uit het maatschappelijk middenveld of van de milieulobby – geeft te denken. Wiens belangen dient het verdrag? ttip heeft dan ook veel meer de contouren van een politiek project dat vanuit een transatlantische neoliberale handelselite geïnitieerd is dan van een puur economische handelsovereenkomst.

Welke gevolgen dat heeft, blijkt uit de in februari openbaar gemaakte voorlopige onderhandelingstekst van het hoofdstuk over ‘regulatory coöperation’. Daarin wordt uiteengezet dat voorgestelde wetgeving aan beide kanten van de Atlantische Oceaan eerst inzichtelijk gemaakt moet worden voor belanghebbenden en bedrijven. Die kunnen zo, nog voordat een democratisch verkozen parlement zich buigt over een wet, kijken of hun handelsbelangen er niet al te veel door worden geschaad.

Bedrijven zorgen voor handel, handel zorgt voor groei, groei zorgt voor banen en banen zorgen voor welvaart. Het lijkt voor velen binnen de machtbubbels in Washington en Brussel een mechanisme dat boven elke vorm van twijfel verheven is en dat middels handelsafspraken in ttip verder gefaciliteerd dient te worden. Een mechanisme dat onderbouwd dient te worden met getallen, lang nadat op het hoogste politieke niveau besloten was dat ttip er moest en zou komen.

Maar zelfs die getallen zijn op z’n best discutabel, meent professor Ferdi De Ville van de Universiteit Gent: ‘Hoewel ik als academicus tot het progressieve kamp behoor, ben ik groot voorstander van Europese en zelfs van transatlantische samenwerking. Maar niet op deze manier. Ik denk dat de EU en de VS gezamenlijk veel goeds kunnen doen in het bestrijden van klimaatverandering of het bevechten van belastingparadijzen. ttip legt de prioriteiten van samenwerking echter precies op de verkeerde plek.’

Het grootste bezwaar is dat door ttip de bedrijfsbelangen wettelijk voorrang krijgen, vertelt De Ville voordat hij café Karsmakers uit loopt om zijn bevindingen in het Europees Parlement te presenteren. ‘De nadruk in hoe wij de maatschappij willen organiseren komt op puur economische argumenten te liggen. Terwijl sociale of milieuoverwegingen ook mee moeten spelen in de besluitvorming. Als je die 545 euro die elk gezin erop vooruit zou gaan terugrekent, kom je uit op een inkomenstoename van 2,60 euro per persoon per week dankzij ttip. Dat is de prijs van een kop koffie. Of dat een verdrag dat heel veel macht naar grote bedrijven overhevelt waard is, vraag ik me heel sterk af.’


TTIP

Sinds de zomer van 2013 onderhandelen de Verenigde Staten en de Europese Unie over het Transatlantic Trade Investment Partnership (TTIP). In dat akkoord willen Washington en Brussel zoveel mogelijk handelsbarrières en regelgeving schrappen. Dat moet de handel tussen beide economische blokken stimuleren en economische groei en banen opleveren.

Criticasters vrezen echter dat het zo gehate genetisch gemodificeerde voedsel van Amerikaanse bedrijven als Monsanto na ondertekening opeens wel de Europese markt op mag, zijn bang voor sectorspecifiek banenverlies als bijgevolg van toenemende transatlantische handel, of vrezen de mogelijkheden van het grootbedrijf om via een internationaal arbitragetribunaal (ISDS) nationale overheden aan te klagen als de handelsbelangen geschaad worden.


Beeld: (1) 18 april, Londen. Activisten wassen rubber kippen in chloor. Deze praktijk wordt toegepast in Amerika, maar is verboden in de Europese Unie. De vrees is dat het door TTIP ook in Europa zal worden toegestaan (Pete Riches / Demotix / Corbis / HH)