Oliver Sacks: His Own Life. Regie Ric Burns © Periscoop Film

Welbeschouwd is het gekmakend: hoelang je ook studeert, hoe geconcentreerd je ook luistert en kijkt, hoe uitgebreid je je ook inleest en hoe gretig je ook gebruik maakt van de nieuwste techniek, nooit kun je ook maar eventjes in het lichaam van een ander stappen. Of een kijkje nemen in iemands hoofd. Deze fascinatie – wat voelen anderen, wat beweegt hen? – dreef neuroloog en schrijver Oliver Sacks (Londen, 1933-2015) zijn gehele professionele leven, en zorgde ervoor dat hij vooral in de jaren zestig een roemruchte dissonant werd in de medische wereld. Waar Sacks’ collega’s hun patiënten veelal als grote, gelijkmatige groepen zagen en zochten naar eenduidige wondermiddelen, verdiepte Sacks zich in afzonderlijke gevallen. Steeds opnieuw. Hij beet zich vast in mensen met autisme, verlammingen en spierziektes, die hij door middel van persoonlijk afgestelde medicatie of een-op-een-contact soms verrassend goed bereikte. Mensen die leden aan de mysterieuze, alles lamleggende slaapziekte wist hij met muziek weer wakker te krijgen en terug de wereld in te trekken. Op stemmen reageerden ze niet, op gevoelige strijkerstonen wel.

Oliver Sacks: His Own Life laat aan de hand van interviews en archiefbeelden goed zien hoe kalm en empathisch Sacks te werk ging. Ook wanneer hem zijn eigen dood wordt aangezegd: deze keurige documentaire is begin 2015 gefilmd, wanneer Sacks net weet dat zijn leven binnen een paar maanden zal eindigen. In plaats van overmand te raken door verdriet blikt hij helder terug op zijn leven – geen zware ondertoon, geen tranen, maar levendige verhalen waarbij de glimlach vroeg of laat telkens opduikt. Dat is een van de innemendste kanten van deze documentaire: het plezier van Sacks’ twinkelende ogen. Zijn voelbare, altijd gloeiende interesse in hoe anderen dat toch doen, leven. Wat zij zien, denken, voelen, en hoe je contact met ze kunt leggen.

‘The whole point of his practice was to spend hours with the patient together’, wordt Sacks’ werkwijze samengevat, met ietwat zoete pianomuziek eronder – nee, His Own Life is an sich niet groots; visueel gebeurt er weinig, de opbouw is in zijn eenduidigheid nogal saai. Maar ergens past dat duffe ook wel: Sacks was iemand die zelf ook geen grote gebaren of technische foefjes nodig had. Hij luisterde en hij praatte, op dezelfde verwonderde, losvaste manier als waarop hij nu, als 81-jarige vlak voor de eindstreep, zijn leven overziet. Hij heeft het over zijn jeugd als verlegen kind dat vooral is geïnteresseerd in scheikunde. Over zijn seksuele geaardheid, het anti-gay-sentiment dat hij vooral in Londen bespeurde. De vrijheid erna toen hij neerstreek in Californië en New York, zijn eindeloze motortochten. Zijn zelfdestructieve kanten, zijn getob en drugsgebruik – hij had nooit gedacht oud te worden.

En het schrijven, daar gaat het in His Own Life natuurlijk ook over, want dat was voor Sacks net zo belangrijk als zijn medische werk. Hij keek naar degene tegenover hem en noteerde wat hij zag en hoorde, heel feitelijk. En zo kun je zijn leven zien als een langgerekte, uitgeschreven en nu ook hardop uitgesproken zoektocht naar het antwoord op een onbeantwoorde vraag: hoe, in vredesnaam, ervaart degene naast mij de wereld?

Oliver Sacks: His Own Life draait nu in de bioscoop