Stem uit duizenden

Geen tropenkitsch

Annel de Noré
Stem uit duizenden
In de Knipscheer, 371 blz., € 18,90

Surinaamse literatuur speelt in Nederland geen grote rol, wat uiteraard ook te maken heeft met de geringe aandacht van recensenten – ik ben geen uitzondering. Bea Vianen, Edgar Cairo, Astrid Roemer – en nu heb ik er meteen een heel stel over het hoofd gezien – ze staan in mijn boekenkast. Ik heb vroeger werk van ze gelezen, nooit besproken. Ook een paar actuele schrijvers kom ik in de kast tegen. Weer een paar namen: Clark Accord, Anil Ramdas, Annette de Vries. Het zou belachelijk zijn nu even snel een paar algemene opmerkingen over ‘de’ Surinaamse literatuur te maken (eerste inval: Surinaamse schrijvers zijn beter dan de Belgen). Ook Michiel van Kempen is er in zijn tweedelige studie Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003) voorzichtig over. Zeker over de huidige stand van zaken: de verschillen zijn groot, net zo goed als de ambities.

Je hebt schrijvers die hun verhaal zich laten afspelen tegen een decor van tamelijk realistische maatschappelijke verhoudingen. Aan ‘straatrumoer’ is bij hen geen gebrek. Annette de Vries bijvoorbeeld gaf in haar interessante roman Scheurbuik (2003) een beeld van een postkoloniale maatschappij waarbinnen verschillende groeperingen zich staande proberen te houden. Het hoofdpersonage Lucia – ze keert vanuit Nederland tijdelijk terug naar Suriname – beseft steeds meer dat ze vervreemd is geraakt van haar eigen achtergrond, ze komt daarvan terug. De Vries laat de personages regelmatig op zware toon debatteren over het al of niet werkelijke ‘einde’ van de koloniale verhoudingen. De monologen en dialogen in haar boek zijn vaak gekunsteld en onhandig, je kunt je niet voorstellen dat mensen op deze essayachtige manier tegen elkaar aan staan te oreren: ‘En na de afschaffing van de slavernij heeft het, zoals uit de verhalen van je moeder en oom Ferdinand blijkt, nog een hele tijd geduurd voordat de uitbuiting daadwerkelijk werd stopgezet. Je moeder had gelijk toen ze tegen me zei dat pas haar generatie de brug heeft kunnen slaan naar een menswaardiger bestaan.’ Toch is de roman meer dan een politiek traktaat, omdat Lucia’s aarzeling tussen politieke betrokkenheid en mystieke overgave sterk is neergezet.

Annel de Noré (pseudoniem van Netty Simons) kiest in haar recente tweede roman Stem uit duizenden voor een heel andere aanpak. Bij haar nauwelijks beschrijvingen van typisch Surinaamse landschappen, gewoontes en maatschappelijke verhoudingen. Geen zinderende hitte en overdadige plantengroei, geen zogenaamd kleurrijke tropenbeschrijvingen die maar al te gemakkelijk kunnen overgaan in tropenkitsch. Haar verhaal van jammerlijke en uiteindelijk fatale menselijke relaties had ook in een Nederlandse maatschappij gesitueerd kunnen zijn. Aan de ene kant stelde dat me gerust. Ik had weinig zin in de zoveelste klaagzang over Surinaamse mannen die, als je sommige romans en sociologische studies mag geloven, maar al te graag relaties met verscheidene vrouwen onderhouden, en waar ik dan ach en wee over zou moeten roepen. Aan de andere kant raakte ik door haar aanpak eerst toch ook in verwarring. Helemaal niks over zwart en wit, over discriminatie en onderdrukking? Kan dat wel in een boek dat zich in Suriname afspeelt? Blijkbaar ben ik grondig verpest door de berichtgeving in de media en reken ik erop dat ieder boek van een Surinaamse schrijver daar wel weer over zal gaan. En bereidde ik me automatisch voor op de zoveelste bewijsvoering dat wij witten de onderdrukking gewoon voortzetten, maar dan met andere en veel subtielere psychologische middelen dan vroeger. Annel de Noré begint er niet eens over, ik keek er werkelijk van op. En het is geen toeval, er is geen sprake van dat ze iets over het hoofd heeft gezien. Ze wil het er doelbewust in deze roman niet over hebben. Ze doet overigens niet alsof allerlei Surinaamse eigenaardigheden en taalgebruiken niet werkelijk bestaan, ze verwerkt ze tussen neus en lippen door en geeft bijvoorbeeld af en toe in een noot een verduidelijking van een zegswijze. Zo schetst ze ook een mooi beeld van de weduwe Susan die haar stokoude en lastige moeder verzorgt en daarbij problemen moet overwinnen die voor mijn gevoel alleen in Suriname kunnen spelen.

Het verhaal vond ik verregaand melodramatisch, maar, toegegeven, het hield me van begin tot eind in zijn greep. Susan maakt kennis met een man die zich voordoet als een vriend van haar overleden echtgenoot. Ze weet niet dat die man vroeger een jarenlange relatie had met haar man. Hij dringt zich onder valse voorwendsels aan haar op en slaagt er zelfs in haar te verleiden. Wraakgevoelens spelen daarbij een rol en langzamerhand betrekt hij ook Susans dochters bij dit drama. Pijnlijke toestanden dus, meestal niks voor mij, maar wel vakkundig en meeslepend gedaan. De schrijfster geeft een overtuigend en genuanceerd beeld van de verschillende reacties bij de betrokkenen, zelfs bij die wraakzuchtige ex-vriend die ik liever van een rots had willen duwen. Wel een goed teken wanneer je als recensent zo met een roman meeleeft.