Conflicten in Kenia

Geen tweede Rwanda

De ene afstammeling van de Luo-stam, Barack Obama, wil president van zijn land worden. Voor de andere, Raila Odinga, ligt die droom in duigen. Het geweld in Kenia herinnert aan grotere drama’s in Centraal-Afrika. Maar de vergelijking gaat niet op.

Raila Odinga was favoriet voor de overwinning in de verkiezingen van 27 december 2007. Hij zag het presidentschap aan zich voorbijgaan, hoewel hij in alle peilingen op zittend president Mwai Kibaki voor lag. De protesten tegen de uitslag leidden tot ernstig geweld. Meer dan 400 doden en zo’n 250.000 ontheemden hebben chaos gebracht in de altijd zo rustige Oost-Afrikaanse staat – waar avontuurlijke Nederlanders zo graag op geheel verzorgde safari gingen.

Dr. Marcel Rutten, verbonden aan het Afrika Instituut in Leiden, was in 1997 en 2002 betrokken bij de observatie van verkiezingen in Kenia. Deze week vertrekt hij weer naar het land, waar hij eerder onderzoek deed naar land- en watertekorten. ‘Ik wil meteen duidelijk maken dat dit absoluut geen stammenoorlog is, en ook geen burgeroorlog. Gewelddadigheden rondom verkiezingen zijn vrij normaal in Kenia. In 1997 en 2002 vielen er ook tientallen, zo niet honderden doden.’

Toch is de situatie nu anders, beaamt ook Rutten. Waar eerder de gewelddadigheden vooral voorafgaand aan de verkiezingen plaatsvonden, is er nu sprake van een spontane uitbarsting van geweld tussen talloze groepen na afloop. Marcel Rutten: ‘Maar zeker niet alleen via etnische lijnen. Cruciaal zijn de sociaal-economische verschillen. Landbezit is in Kenia belangrijk, en nu de bevolking in de laatste twintig jaar groeide van 14,5 miljoen naar bijna 35 miljoen wordt land steeds schaarser. Er zijn altijd al conflicten geweest over land. Al direct na de onafhankelijkheid werd er discussie gevoerd over de manier waarop het land verdeeld moest worden: Kenia voor iedereen of elke groep zijn eigen stuk, het zogenoemde “Majimbo”.’ Kenia werd uiteindelijk ‘van iedereen’, en daarmee behaalde toenmalig president Kenyatta, een Kikuyu, een overwinning. De Kikuyu’s zijn de grootste groep in Kenia en van oudsher de meest ondernemende, met de meeste landhonger. ‘Er werden soms land buying companies opgericht die voor een groep Kikuyu’s overal land wegkochten. Dat was succesvol, vooral voor grote, rijke families zoals de Kenyattas’, zegt Rutten. Op deze manier kon Kenyatta’s stam uitwaaieren over het hele land.

Voorspoed en welvaart kwamen daardoor voor de Kikuyu’s eerder dan voor andere stammen, zeker met een lid van hun stam in het centrum van de macht. Dat veranderde in 1978, toen Daniel Arap Moi aan de macht kwam. Moi behoorde tot de Kalenjin en tornde aan de macht van de Kikuyu-elite. Veel Kikuyu-landbezitters trokken weg naar de Central Province, waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Het land bleef in hun bezit, maar lag onbeheerd. Moi, die door de Kikuyu-elite in eerste instantie werd getolereerd, trok de macht steeds meer naar zich toe. Zijn bewind zou ronduit repressief worden en de macht rond de Kalenjin centreren, ten koste van de Kikuyu.

In de loop van Moi’s regeringsperiode werd echter de roep om een meerpartijenstelsel sterker. Hoewel Moi de eerste twee vrije verkiezingen nog won, zag hij zijn invloed steeds verder afnemen. Marcel Rutten: ‘Moi zag dat hij verkiezingen wel eens zou kunnen verliezen. Daarom begon hij bewust aanhangers neer te zetten in gebieden waar hij zwak stond. Die mensen gaf hij land, en dat ging ten koste van anderen.’ Op die manier kweekte hij afgunst en haat onder de andere bevolkingsgroepen. Regionale politici onder Moi’s bewind propageerden soms Majimbo onder de bevolking. Op die manier stimuleerden ze de inwoners van een bepaald gebied om landbezitters uit andere delen van het land, zogenoemde up-country mensen, weg te jagen en hun plek in te nemen. Ze hoopten zo steun te winnen voor komende verkiezingen. Deze praktijken leidden in 1997, vlak voor de presidentsverkiezingen, tot de ‘Likoni-slachtingen’, waarbij meer dan honderd mensen werden vermoord. Zowel de Luo als de Kikuyu werden het slachtoffer. Moi won de verkiezingen van 1997.

Ondanks deze manipulaties (en verkiezingsfraude) kwam in 2002 toch een einde aan Moi’s bewind. Mwai Kibaki, een Kikuyu, werd de nieuwe president. Hij beloofde vooral te zullen strijden tegen de corruptie. Onder Kibaki’s bewind groeide de economie en verbeterde het onderwijs, maar niet voor iedereen. Vooral rurale gebieden bleven achter, en de corruptie werd niet zichtbaar bestreden. Daarnaast beloofde Kibaki landhervormingen door te voeren, zodat families die onevenredig veel land in hun bezit hadden, aangepakt konden worden. Daarvan kwam weinig terecht. Rutten: ‘Veel Kikuyu die hun onder Kenyatta aangekochte land tijdens het Moi-bewind verlaten hadden, keerden terug. De Kikuyu-macht werd natuurlijk weer groter, en een groot deel van de oude elite was er nog. Dat draagt bij aan de intensiteit van de gewelddadigheden nu. Lokale mensen zagen de Kikuyu’s opeens terugkomen in hun gebied, nu Kibaki hen kon beschermen.’

Volgens Rutten speelt er nog een tweede, belangrijke factor mee in de escalatie van de situatie: het generatieconflict. Marcel Rutten: ‘Er is in Kenia een gigantische groep jongeren. Veel van hen konden in 2007 voor het eerst stemmen. Daarnaast heb je de oude garde, die voor deze arme, werkloze jeugd staat voor alles wat er nog mis in Kenia: corruptie, grootgrondbezit, het in stand houden van de elite.’

Odinga appelleert aan dat gevoel onder de jeugd. Hij is al 62, maar heeft veel jonge medewerkers en wordt gezien als een straatvechter, wars van de traditionele mores in de politiek. Veel jongeren hebben dan ook op hem gestemd. De heersende rancune tegen het establishment onder deze groep viriele, maar vaak arme en werkloze jongeren, in combinatie met het schijnbaar onterechte verlies van Odinga zorgde voor heftige gewelddadigheden in de grote steden.

Rutten is sinds maandag terug in Kenia. Hij ging erheen om te kijken hoe het staat met enkele onderzoeksprojecten op het gebied van watervoorziening, maar gaat nu ‘zeker ook kijken hoe de politieke situatie zich ontwikkelt’. Rutten: ‘Ik hoop dat ze er uitkomen. Het Keniaanse volk mag niet onderschat worden. Ik zie geen tweede Rwanda of Congo ontstaan, uiteindelijk zijn Kenianen daar toch te nuchter voor. Ze willen dat niet, en zijn daar heel duidelijk in. Je ziet ook nu nog veel positiefs in Kenia. Buren van verschillende etniciteit die afspreken hun jarenlange vreedzame relaties in stand te houden. Als de rust snel terugkeert, zullen de wonden niet te diep zijn voor spoedig herstel.’