Een pleidooi vóór een grondwet

Geen twijfel aan Europa

De discussie over de ontwerpgrondwet van Europa gaat vooralsnog niet over de inhoud, maar over ideologische slogans en nationale trots. Dat belooft weinig goeds voor de debatten bij de referenda in de lidstaten, volgend jaar.

Terwijl er in regeringspaleizen door staatshoofden en eerste ministers wordt onderhandeld over de Europese grondwet, klinkt buiten de ketelmuziek van het openbare debat. Hard, vals en uit de maat. Giscard lijkt nog het meest op Brezjnev, donderde de aartsconservatieve Franse politicus Philippe de Villiers twee weken geleden in Parijs. Met zijn gebruikelijke vergelijkingen hamerde De Villiers erop dat Valérie Giscard d’Estaing een grondwet voorschotelt die veel verder zou gaan dan een federaal Europa. Brussel wordt het Moskou van de komende Europese Sovjet-Unie. Of het waar is, doet er niet toe. Het heeft effect. Je ziet de elegante Giscard plotsklaps getooid met bezems van wenkbrauwen. De Villiers schudt alle eurosceptici in Frankrijk wakker, met hun diepe wantrouwen tegen het afdragen van elk kruimeltje van de toch al ontoelaatbaar afgebrokkelde nationale soevereiniteit.

In Nederland was de beeldspraak wat minder hard, maar even effectief. Balkenende had een eurocommissaris voor God ingeruild, fulmineerde VVD-kamerlid Van Baalen, woedend omdat de premier wel het christendom exclusief genoemd wilde zien in de grondwet, maar niet had durven staan op een eigen Europees commissaris voor elk land, en «ongecastreerd», zoals het in de Tweede Kamer heette, met stemrecht. Alsof een eurocommissaris enkel in de Europese Commissie zit om zijn land van herkomst te bevoordelen. De nationale belangen worden juist in de ministerraad verdedigd, die daar ook uitdrukkelijk voor bedoeld is. De Europese Commissie moet allereerst een efficiënt (en dus niet te veelhoofdig) bestuur van de Unie opleveren. Dat had Frits Bolkestein — die tot regelmatige ergernis van Den Haag zijn eigen land niet poogt voor te trekken — toch even aan zijn partijgenoot Van Baalen kunnen uitleggen. Te veel landen vragen om zo’n stevig bebalde eurocommissaris, en het zal er dus wel van komen in de onderhandelingen dat elk land er een krijgt. Het blijft een non-kwestie, die inefficiënt wordt opgelost. Zoals wel vaker als er hormonen in het spel zijn.

Ondertussen zet de SP vanuit de ultralinkse flank de aanval in op de ontwerpgrondwet, omdat die voor de eeuwigheid een ultra liberaal Europa zou vastleggen. GroenLinks ziet daarentegen, bij monde van EP-lid Joost Lagendijk, voornamelijk positieve punten in het ontwerp. «Het is een prachtige grondslag voor verdere discussie over de bouw van Europa. Geen eindstation, maar wel net iets beter, democratischer en transparanter dan wat we nu hebben.» Daniel Cohn-Bendit, co-voorzitter van de groene fractie in het europarlement, smeekt Polen zelfs deze grondwet niet te blokkeren. Want die dreiging is er. De Poolse invloed wordt in de toekomst te klein, denkt men in Warschau.

Cohn-Bendit heeft er een open brief voor over in Le Monde, mede ondertekend door de socialistische europarlementariër Olivier Duhamel. Nee, schrijven Cohn-Bendit en Duhamel even eendrachtig als romantisch, het grondwetsontwerp biedt Europa de kans een «fantastische samenbundeling van ons continent te verwerkelijken, zonder dat dat stagnatie van de Unie betekent». Op dezelfde dag (9 oktober) smijt een andere Franse socialist, een econoom en lid van het partijbestuur, het hele papier in het dagblad Libération in de modder, omdat «het project-Giscard een Europese grondwet in marmer wil beitelen waarin alleen rechtse politiek grondwettelijk is, vanuit neo liberale logica». Haaks daarop staat de eveneens socialistische Franse ex-minister van Europese Zaken Pierre Moscovici, die voor het ongewijzigd aannemen van de grondwet is. Wat een kakofonie, links en rechts.

Een referendum wordt op die manier geen debat over de inhoud van het grondwets ontwerp zelf, maar hooguit een keuze tussen slogans, of, waar staatssecretaris Nicolaï terecht bang voor is, een stem voor of tegen een regering.

Toch is het niet uit te leggen dat burgers wel in kleine referenda kunnen stemmen over gemeentelijke kwesties, maar dat niet zouden mogen over het fundament van de Europese Unie die twee derde van hun nationale wet geving bepaalt. Een referendum is onontkoombaar, en wenselijk, mits de discussie over de essentie gaat. Maar dat is te ingewikkeld, en saai. Daarom wordt er gesproken over een ander detail: de overzichtelijke, emotionele vraag of het christendom in de preambule genoemd moet worden.

Balkenende vindt van wel, gesteund door een groepje meestal katholieke landen. Die minderheid van zes landen lijkt vooral gedreven door onzekerheid over de toekomst van Europa, met al die moslims in huis. Het is ook een blijk van wantrouwen jegens de toekomstige lidstaat Turkije, een van de weinige islamitische landen waar de scheiding tussen kerk en staat al sinds bijna een eeuw geregeld is.

Uiterst zondige hoogmoed is het bovendien te denken dat alleen het christendom (politiek correcter, en zalvend uitgesproken: de joods-christelijke traditie) invloed heeft gehad op de Europese cultuur. Ook aan andere invloeden — allereerst natuurlijk de Helleense beschaving — hebben we de democratie te danken. Niet voor niets opent de preambule met een citaat van Thucydides. En dan heb je de Romeinse, de Germaanse, de Keltische, en toch echt ook de Moorse en de Byzantijnse invloeden gehad, waarna het humanisme en de Verlichtingsdenkers hun eigen stempel onuitwisbaar op Europa hebben gedrukt. Het zou, zei Chirac — hij heeft wel eens gelijk — onnodige spanning oproepen in het huidige Europa om één religie in de preambule te verheffen boven alle andere invloeden. En, kun je eraan toevoegen, waarom bezingen we in de preambule niet ook het menselijk tekort dat nog altijd de diepste invloed heeft op ons bestaan?

Dit quasi-debat overziend wordt het tijd dat de aandacht zich richt op de vraag of Europa met deze grondwet democratischer wordt, slagvaardiger, rechtvaardiger, veiliger, socialer, duurzamer, en transparanter. Want een grondwet legt de rechten van de burger vast, regelt de verhoudingen tussen de instituties en schept de ruimte voor politiek.

Wordt Europa democratischer? Jazeker. In deze grondwet krijgt het Europees Parlement op veel meer gebieden het recht te stemmen over wetgeving, van landbouwbeleid tot politiezaken, justitie en asielrecht. Het parlement wordt alleen niet zo machtig als in het Nederlandse model, er zit veel Franse invloed in het verhaal. Over het buitenlandse beleid, en over defensie, kan het parlement dus weinig meer dan «verzoeken»; het wordt «geraadpleegd» en «op de hoogte gehouden». En toch, het parlement heeft een stevig wapen om indirect grote invloed uit te oefenen, door begrotingen weg te stemmen of besluitvorming te vertragen. Hoewel het Europees Parlement ook in de toekomst formeel de macht niet krijgt een individuele eurocommissaris af te zetten, is het nu al lastig voor de Spanjaard Solbes om na het Eurostat-schandaal nog lang aan te blijven. De nieuwe grondwet vergroot die invloed van het europarlement aanzienlijk.

Wordt Europa slagvaardiger? Ja, met een eigen minister van Buitenlandse Zaken, en met meer gebieden waarover bij meerderheid gestemd wordt in de ministerraad. Treurig is het, diep treurig, dat Groot-Brittannië unanimiteitsbesluiten blijft eisen over de fiscale politiek, over financiën en buitenlandse politiek, maar dat is niet onveranderlijk. Ook deze grondwet is een stap, een van de vele kleine stappen van Europa. Met grote stappen worden mensen verpletterd, leerden we in de eerste helft van de vorige eeuw. Die eis van unanimiteit draagt het risico van verlamming, en dat is dramatisch, vooral voor het buitenlandse optreden van Europa. Je kunt de aardbol niet alleen aan de VS overlaten. Het risico van verlamming wordt wel enigszins ondervangen doordat met deze grondwet subgroepen van landen mogelijk zijn die verder gaan in hun samenwerking. Op defensiegebied bijvoorbeeld.

Een rechtvaardiger Europa biedt deze grondwet ongetwijfeld ook. Het Handvest van de Grondrechten komt voorin te staan. Dat biedt de burgers ongekende rechts bescherming waaraan de nieuwe lidstaten hun recht moeten aanpassen en waar de oude lidstaten ook nog wel even bij in de spiegel kunnen kijken. Er komt een Europese ombudsman voor klachten tegen Europese instituties. De Europese veiligheid is gediend met samenwerkende politiediensten, ook dat staat in de grondwet.

Of Europa er socialer op zal worden is twijfelachtiger. Maar de overgrote meerderheid van de Europeanen wil nu eenmaal, op zijn zachtst gezegd, geen socialistische revolutie meer ontketenen, terwijl deze grondwet wel expliciet in een heel hoofdstuk allerlei vormen van coördinatie mogelijk maakt van de sociaal-economische politiek. Het belang van openbare, voor iedereen toegankelijke publieke diensten wordt erkend. Daar is geen ultraliberale ideologie in te bekennen. Al staat de vrije markt voorop, de cultuur wordt uitdrukkelijk in de luwte van die markt geplaatst. Nationale steun aan de culturele verscheidenheid, vooral in de audiovisuele industrie, blijft mogelijk. Cultuur is geen gewone handelswaar in deze grondwet. Op verzoek van Frankrijk, natuurlijk, dat vasthoudt aan de exception culturelle. (En van Joost Smiers, die eenzame Nederlandse specialist en voorvechter op dit gebied.)

Wordt Europa met deze grondwet duur zamer ? Dat is de bedoeling, maar duidelijk geen grote prioriteit. Maar het kan wel. Niets in deze grondwet houdt duurzame politiek tegen. Het hangt van de Europeanen zelf af of hun wereld schoner wordt. Een grondwet is geen groene zeep.

Een transparanter Europa brengt deze grondwet wel degelijk tot stand. Alle Euro pese documenten worden openbaar, Europese ministeriële onderhandelingen over nieuwe wetten ook. Dat maakt achterkamertjes politiek moeilijker, en geeft aan nationale parlementen veel meer kans om hun ministers tot in Brussel kritisch te volgen.

Kortom. De ontwerpgrondwet is niet perfect, maar verdient het om verdedigd te worden, en verbeterd. De blijvend moeizame verhouding tussen de Europese minister van Buitenlandse Zaken, de voorzitter van de raad van regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie, die laten we maar aan de regeringsleiders zelf over. Die dromen van dat pluche, voor hun nadagen in de politiek. Het gaat erom dat deze grondwet in 264 bladzijden een verbazend open, democratische, sociaal-liberale en rechtvaardige Europese Unie vastlegt. Dat levert geen grond voor Twijfel aan Europa, zoals een belangrijk boek van de filosoof Ton Lemaire heet. Deze grondwet is in zijn diepste wezen trouw aan Europa.