Migratiedenkers (6) Ayhan Kaya

‘Geen van de partijen staat er fraai op’

Turkije en Europa doen aan ‘handjeklap’, vindt de Turkse wetenschapper Ayhan Kaya. ‘Turkije gebruikt vluchtelingen als drukmiddel; de Europese leiders zetten de Europese waarden opzij.’

Medium ayhan 20kaya

In de apocalyptische roman Le camp des saints van Jean Raspail uit 1973 zet een leger arme sloebers vanuit India koers naar Europa. Met een miljoen zijn ze, allemaal hindoe. Verplaatsen doen ze zich met een vloot van in de monding van de Ganges buitgemaakte vrachtschepen. Ze zoeken het paradijs, het luilekkerland, door niets laten ze zich weerhouden. Hun voornaamste wapen is hun misère, want, zo denken ze terecht, daar heeft het decadente Westen geen antwoord op. Ze roepen ‘fascisten!’ en ‘racisten!’ en overal krimpen regeringen ineen. Zelfs het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, dat aanbiedt de migranten tegen te houden, desnoods met geweld, bindt onder druk van de westerse publieke opinie in.

De Indiërs gaan aan land aan de Côte d’Azur, ter hoogte van Nice. Achter hen maken Afrikanen zich op voor een tweede landing. Het Franse leger ziet werkeloos toe; de bevolking is dan al naar het noorden van het land gevlucht.

In 2011 werd het boek opnieuw in Frankrijk uitgebracht en het was onmiddellijk een groot succes. Er werden binnen korte tijd twintigduizend exemplaren verkocht. Un succès de scandale was het ook wel een beetje; literaire critici noemden het boek ‘ongegeneerd racistisch’. Geen van de Indiërs krijgt bij Raspail immers een gezicht. Wanneer ze handelend optreden, is dat steeds als een copulerende, krioelende, rovende en stinkende massa. Daarin schuilt de kracht van de roman, omdat die daarmee appelleert aan onze dieper liggende, irrationele angst voor het onbekende. Tegelijk zijn het dergelijke beelden die het vluchtelingendebat vergiftigen, vindt Ayhan Kaya, migratiespecialist aan de Bilgi Universiteit in Istanbul. ‘Woorden zijn belangrijk’, zegt hij in zijn werkkamer op de campus, in het uiterste puntje van de Gouden Hoorn. ‘We horen steeds die cijfers, twee miljoen vluchtelingen in Turkije, een miljoen migranten in Duitsland, maar we vergeten daarbij dat daar mensen achter schuil gaan.’

In een Turkse krant wond Kaya zich op over het gebruik van termen als ‘invasie’ en ‘bezetting’, en ook over het meer vanzelfsprekende ‘instroom’, ‘vluchtelingen- of migrantenstroom’ en ‘golf’ die ‘ingedamd’ moet worden. Ook die termen zijn volgens hem beladen. ‘Ze stellen een menselijke conditie gelijk aan een natuurverschijnsel, of erger, aan een natuurramp. Dat is gevaarlijk omdat daarmee onze angst voor de ander ook iets natuurlijks wordt. De angst voor andere mensen is altijd een construct.’

Volgens Kaya zie je dat terug in de wijze hoe politici, in zowel Europa als Turkije, deze angst aanwenden om zondebokken aan te wijzen. Vluchtelingen worden voorgesteld als een bedreiging voor de sociale cohesie, de verzorgingsstaat, de werkgelegenheid, de veiligheid in de buurt et cetera. Juist het feit dat vrijwel niemand de mensen kent om wie het gaat, maakt het vluchtelingendebat tot zo’n hachelijke onderneming.

Le camp des saints herinnert Kaya aan het belang van wat de filosoof Emmanuel Levinas zei over het ‘naakte gezicht van de ander’. ‘Echt contact, daar gaat het om. Je van aangezicht tot aangezicht met iemand te verhouden, dus zonder tussenkomst van televisie of andere media. Het is bewezen dat wanneer je je buren kent je tolerantiegrens ten opzichte van de herrie die ze maken aanzienlijk hoger ligt.’

Het gesprek met Kaya vindt plaats tegen de achtergrond van de onderhandelingen tussen de EU en Turkije. Het akkoord over het terugsturen van vluchtelingen van Griekenland naar Turkije is nog in de maak. Het handjeklap over de hoofden van de mensen die het betreft is Kaya soms zwaar te moede. ‘Geen van de partijen staat er fraai op. Turkije zet vluchtelingen in als drukmiddel; de Europese leiders zetten zonder scrupules de Europese waarden opzij als dat tot minder vluchtelingen leidt.’ De ratio achter het akkoord begrijpt hij wel. ‘Natuurlijk moeten we proberen migranten ervan te weerhouden hun leven te wagen in een wrak bootje op de Egeïsche Zee. Maar vluchtelingen collectief terugsturen botst met het Europese vluchtelingenverdrag en gaat in tegen de geest van de Geneefse Conventie. Daarbij is de veronderstelling dat Turkije een veilig land is zeer aanvechtbaar.’

Kaya publiceerde over migratie in het Ottomaanse Rijk en deed ook veel onderzoek in Europa. In Duitsland, Zwitserland en ook in Nederland, waar hij het multiculturele model bestudeerde. De Nederlandse tolerantie jegens nieuwkomers noemt hij er een van ‘welwillendheid’, in de zin van ‘jij bent hier niet goed in, laat mij het maar voor je doen’. Maar dat heeft tegelijk ook een paternalistische ondertoon. Momenteel legt hij de laatste hand aan een grootschalig veldonderzoek dat hij verrichtte onder zevenhonderd Syrische vluchtelingen in Istanbul.

Enkele honderdduizenden Syriërs leven er naar schatting in de stad. Maar de samenstelling fluctueert voortdurend. Er is permanente aanwas vanuit het zuidoosten en tegelijk fungeert Istanbul, net als Izmir, als een belangrijke hub voor een ieder die naar de Europese Unie wil reizen. In de wijk Fatih, niet ver van de toeristentrekpleister Sultan Ahmet, wemelt het van de smokkelaars en van de winkels die reddingsvesten verkopen. Op gezette tijden vertrekken er minibusjes naar de kust. ‘Wat me opviel was de enorme variëteit van de Syrische vluchtelingenpopulatie. Je hebt heel rijke Syriërs, die huren grote huizen in de wijk Osmanbey. Ze hebben een paspoort, beschikken over een verblijfsvergunning, alles in orde. Zij ervaren het predikaat “vluchteling” als een stigma. Tegelijk heb je heel arme vluchtelingen, vaak afkomstig uit de provincies waar Islamitische Staat nu de baas is. Die mensen zitten op elkaar gehokt in afgelegen wijken in de buurt van het vliegveld. Syriërs die al een paar jaar in Turkije wonen, klagen dat ze niet veel verder komen in Turkije; ze worden nog steeds als tweederangs gezien. De meest ondernemenden willen naar Europa en zij laten zich daar door niets of niemand van weerhouden.’

‘Wanneer je je buren kent ligt je tolerantiegrens ten opzichte van de herrie die ze maken aanzienlijk hoger’

Het Ottomaanse Rijk was een lappendeken van geloven en volkeren, de verschillende groepen waren voortdurend in beweging. Ook het moderne Turkije heeft altijd met migratie te maken gehad. Toen de landbouw vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw mechaniseerde, kwam er vanaf het platteland een omvangrijke trek naar de steden op gang. De Alevi’s, Armeniërs, Assyriërs en Koerden bleven intern voor de nodige verhuisbewegingen zorgen. Met name Koerden vormen een omvangrijke groep idp’s (Internally Displaced Persons).

Toen de Turkse staat in de jaren negentig op grote schaal dorpen vernietigde in zijn strijd tegen de militante beweging pkk trokken honderdduizenden Koerden noodgedwongen naar de steden in het zuidoosten en ook verder naar het westen. Nu het conflict weer is opgelaaid, hebben opnieuw vele tienduizenden Koerden hun oorspronkelijke leefgebied verlaten. Dankzij zijn geografische positie was en is Turkije een transitland voor illegale immigratie naar de EU vanuit Afghanistan, Pakistan, Bangladesh, Iran en Irak. Exacte cijfers ontbreken, maar ook hier gaat het om vele honderdduizenden mensen. Ook vanuit Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie trekt Turkije nog steeds mensen aan. Ze hopen er werk te vinden, een nieuw leven, en op termijn wellicht een kans om naar de EU te reizen.

De laatste jaren keren veel ‘Euro-Turken’ vanuit West-Europa naar hun land terug. Dat vervult de regerende AK-partij van president Erdogan met gepaste trots, stelt Kaya in een van zijn artikelen. ‘Het werd gepresenteerd als de vrucht van een buitenlandbeleid dat erop gericht was om het land via soft power aantrekkelijk te maken.’

Medium rts1aey

Ook de opname van vluchtelingen zorgde in eerste instantie voor een tevreden ‘kijk ons eens’. Toch heeft de Turkse regering de situatie met de Syriërs aanvankelijk zwaar onderschat, meent Kaya. ‘De Turkse vluchtelingenkampen zijn nu uitstekend, maar in het begin was de regering totaal overvallen. Ahmet Davutoglu, nu premier maar toen minister van Buitenlandse Zaken, zei op televisie dat er maximaal honderdduizend mensen zouden komen.’

De spanningen die dat opleverde zijn nog steeds niet helemaal verdwenen. ‘Tijdens de verkiezingen vorige zomer waren de Syriërs ongewild de inzet van felle strijd. De oppositiepartijen chp (links-nationalistisch) en mhp (ultra-nationalistisch) bedienden zich van retoriek die tegen racisme aan schurkte. Ze stelden dat de Syriërs banen afpikten van Turken, de woningmarkt en het zorgsysteem onder druk zetten, voor geweld en culturele instabiliteit zorgden et cetera. Ze lieten doorschemeren dat zij de Syriërs zonder pardon het land uit zouden zetten. Na kritiek van academici, onder meer van mijzelf, bond met name de chp in.’

Het vluchtelingenvraagstuk is ook in Turkije een enorm issue, weet Kaya. ‘Met name bij de seculiere partijen bestaat de vrees dat de komst van grote groepen soennitische Arabieren de verdere islamisering van Turkije zal bespoedigen. De akp zou Syriërs het staatsburgerschap kunnen geven om hen vervolgens als stemvee te mobiliseren. Die angst is nergens op gebaseerd, maar in verkiezingstijd gaat zo’n verhaal een eigen leven leiden.’

Uiteindelijk zou Turkije meer dan twee miljoen Syriërs verwelkomen. Hoeveel er op dit moment in het land verblijven, durft Kaya niet met zekerheid te zeggen. Zo worden Syriërs weliswaar geregistreerd als ze Turkije binnenkomen, maar niet als ze illegaal naar Griekenland doorreizen. ‘Transparantie ontbreekt, we moeten het doen met de cijfers die de overheid communiceert. Maar ik kan niet uitsluiten dat die zijn gemanipuleerd om aan de onderhandelingstafel betere financiële voorwaarden te bedingen.’

Erdogan gaf herhaaldelijk hoog op van de generositeit die zijn land volgens hem – anders dan de EU – naar de Syriërs tentoonspreidde. Maar in hoeverre was deze open-deurpolitiek een keuze? Was Turkije, als buurland, niet genoodzaakt om grote hoeveelheden Syrische vluchtelingen op te nemen? Kaya wijst op de meer dan een miljoen Koerdische vluchtelingen die in 1992 werden tegengehouden bij de Iraaks-Turkse grens. ‘Een humanitaire catastrofe dreigde, maar de Turkse regering hield voet bij stuk. Dat zegt iets over het gewicht van de Koerdische kwestie in de Turkse politiek, maar toont ook dat het dus wel degelijk altijd om keuzes gaat. De regering had de Turks-Syrische grens ook gesloten kunnen houden. Dat dit niet gebeurde, zal zeker ook te maken hebben gehad met religieuze affiniteit.’

‘Voor de meesten geldt Europa nog steeds als het paradijs, waar je een menswaardig bestaan kunt opbouwen’

De vluchtelingenkampen die Turkije in rap tempo liet bouwen staan internationaal hoog aangeschreven. Toch verblijft slechts tien procent van de Syriërs in kampen. Het overgrote deel houdt zich op in en rond grote steden in het zuidoosten en in het westen, in steden als Izmir en Istanbul. ‘In de Turkse publieke opinie bleven ze desalniettemin lang vrijwel onopgemerkt’, zegt Kaya. Dat veranderde dramatisch met de beelden van Aylan Kurdi, het dode Syrische jongetje dat vorige zomer aanspoelde op de Turkse kust. Net als in Europa kantelde dit het debat; veel Turken gaven zich voor het eerst echt rekenschap van de benarde omstandigheden waarin veel Syrische vluchtelingen in hun land verkeren. Aan de rafelranden van de stad teren die in op hun laatste spaargeld of proberen zich met allerhande baantjes in leven te houden. Ze zijn werkzaam in de textiel, de bouw of in de dienstensector, vaak zwart.

Begin dit jaar maakte de regering bekend dat Turkse werkgevers een werkvergunning voor Syriërs kunnen aanvragen zodat zij legaal kunnen werken. Maar of dat genoeg is om hen in het land te houden, is zeer de vraag. ‘Die werkvergunning is een positieve ontwikkeling, al zal afgewacht moeten worden hoe dat uitpakt. Het aanbod is zo groot dat veel werkgevers geneigd zullen zijn om Syriërs illegaal te laten werken. Arbeidsomstandigheden zijn slecht; betaling is onder de maat.’

Syriërs hebben recht op gratis onderwijs en zorg, maar in de praktijk valt dat volgens Kaya toch tegen. Turkse scholen zijn slecht berekend op de komst van leerlingen die gebrekkig of geen Turks spreken; Syriërs die privé-scholen runnen waar Arabisch wordt gesproken hebben vaak moeite om financiële middelen te vinden. Volgens ruwe schattingen gaan er momenteel meer dan vierhonderdduizend Syrische kinderen niet naar school.

Officieel hebben Syriërs recht op gratis medicijnen. Maar de apotheken hebben grote moeite om de recepten vergoed te krijgen van de verantwoordelijke overheidsinstelling, dus die weigeren mee te werken.

Een veel wezenlijker probleem is volgens Kaya dat Syriërs in Turkije geen officiële status hebben. Turkije ratificeerde maar een deel van het VN-vluchtelingenverdrag van 1951. Alleen vluchtelingen die uit Europa komen kunnen aanspraak maken op een status. Andere vluchtelingen zijn ‘te gast’. ‘Dat alles maakt dat Syriërs op een gegeven moment voor de keuze komen te staan. Ze zien dat de situatie in hun thuisland zich niet op korte termijn zal oplossen. Tegelijk hebben ze het idee dat ze in Turkije vastlopen. Vergeet ook niet dat vluchtelingen gewoon rationele individuen zijn. Ze weten wat er speelt hier in Turkije. Het land is verdeeld, het is ideologisch gefragmenteerd, er sluimert een strijd tussen links-liberale en conservatieve krachten, de spanning loopt op. Syriërs weten dat ze in Europa aanspraak kunnen maken op een officiële vluchtelingenstatus. Wellicht hebben enkelen gehoord dat het in Europa ook niet altijd even gezellig is, dat er anti-moslimsentiment is, dat er rechts-extremisten actief zijn. Maar voor de meesten geldt Europa nog steeds als het paradijs, waar ze je een woning geven, in staat stellen een menswaardig bestaan op te bouwen.’

Volgens Kaya staat heus niet iedere Syriër in Turkije met zijn koffers klaar om de Egeïsche Zee over te steken. ‘Dat vraagt toch een zekere kosmopolitische wereldvisie. Als je heel arm bent, laagopgeleid, dan is je wereld te klein om zo’n reis te ondernemen, je horizon is eenvoudigweg te beperkt. Het is een avontuur en in de praktijk zijn het daarom vaak jonge mannen met een zeker opleidingsniveau die bereid zijn de sprong te wagen.’ Uiteindelijk zullen veel Syriërs gewoon in Turkije blijven en daar integreren, denkt de onderzoeker. ‘De taal is anders, maar de culturele en religieuze nabijheid is aanzienlijk.’

Na afloop van het interview lopen we over de campus naar de zaal waar Kaya dadelijk een hoorcollege zal verzorgen. Het gesprek komt nogmaals op de onderhandelingen tussen Turkije en de EU. ‘Hoe we nu met vluchtelingen spreken, hoe we met ze omgaan, is een afspiegeling van onze samenleving’, zegt hij. ‘We zijn allemaal erg individualistisch ingesteld en dat zie je terug in de wijze waarop we behoeftigen tegemoetkomen. Ik houd mezelf steeds voor dat ik, om mezelf te kunnen worden, eerst de Ander moet zijn. Daarom zouden we op de vluchtelingen af moeten stappen, ze leren kennen, als een manier om onszelf weer te hervinden.’


Migratiedenkers

Grote groepen migranten voor de poorten van Europa onderstrepen het eens te meer: migratie, gedreven door de vlucht voor geweld of door de hoop op een betere toekomst, is een van de belangrijkste mondiale vraagstukken van dit moment. Op zoek naar de betekenis en gevolgen van migratie in de 21ste eeuw gaat De Groene Amsterdammer in gesprek met prominente denkers over migratie. Na Ian Goldin, Slavenka Drakulic, Farish Noor, Ad Melkert en Ruud Koopmans is nu de beurt aan Ayhan Kaya.


Beeld: September 2015, migranten brengen de nacht door bij een busstation in Istanbul (Huseyin Aldemir/Reuters)