Geen virus zo krachtig als dat van de angst

Sinds de ontdekking van aids zijn we vertrouwd geraakt met de gedachte dat epidemische ziekten niet alleen als lichamelijk verschijnsel om zich heen grijpen, maar evenzeer als metafoor. De verspreiding van het HIV-virus werd verbonden met de angst voor sociale ondermijning door promiscuiteit. Vandaar de hysterische oproepen tot isolatie van HIV-dragers; in Duitsland riep een deelstaatsminister op tot het inrichten van concentratiekampen voor HIV-positieven.

Vandaar ook de verwoede pogingen om aids te koppelen aan ‘tegennatuurlijke’ vormen van seksualiteit: geperverteerde (want homoseksuele) mannen en vrouwen, ontaarde (want druggebruikende) moeders en onwetende (want zwarte) Afrikanen die het virus zouden hebben opgelopen door met apen te copuleren. In de Verenigde Staten werd de seksuele bevrijding vrijwel ongedaan gemaakt, terwijl in Afrika grote groepen zieken aan hun lot werden overgelaten in de veronderstelling dat ze aids hadden en niet te redden waren.
Inmiddels zijn we gewaarschuwd voor nieuwe virussen, afkomstig uit Afrikaanse en Zuidamerikaanse oerbossen of uit de reageerbuizen van onvoorzichtige of misdadige wetenschappers, verspreid via de modernste transportmiddelen, zodat niemand eraan ontsnapt. De pseudo-wetenschappelijke context voor zulke ondergangsvisioenen wordt verschaft door boeken als De nieuwe middeleeuwen van Alain Minc, waarin ons een herlevend feodalisme en nieuwe pestepidemieen worden voorspeld. De Amerikaanse pulpindustrie gaat met onze verbeelding op de loop dank zij bestsellers als The Hot Zone van Richard Preston en films als Outbreak, waarin Dustin Hoffman de westerse wereld redt van het denkbeeldige, uit Afrika afkomstige Motaba-virus.
Geen wonder dat bij de eerste tekenen van een nieuwe Ebola-epidemie in Zaire de metaforen over elkaar tuimelden. De epidemie brak uit in Afrika, 'het verloren continent’, en moest worden bedwongen door westerse wetenschappers. Alleen al hun isolatiepakken, als emblemen van raciale scheiding en contactangst, waren gefundenes Fressen voor de media. Omdat het virus waarschijnlijk bij de ontginning van het regenwoud vrijkomt, werd meteen de Afrikaanse 'bevolkingsexplosie’ verantwoordelijk gesteld. De woekering van het virus als zinnebeeld van de overwoekering van de planeet, als oudtestamentische straf voor menselijke overmoed. In Time trok een viroloog de onvermijdelijke reactionaire conclusie: 'In wezen zeggen die virussen tegen de mens: houd je aan je eigen grenzen, dan houd ik me aan de mijne.’ Zelfs de angst voor economische mondialisering en migratie werd op de epidemie geprojecteerd: volgens een Amerikaans blad is de wereld een 'biologisch Internet’ waarin virussen onbelemmerd rondreizen.
Het Ebola-virus, inmiddels bedwongen, heeft iets meer dan honderd slachtoffers geeist. Niets vergeleken bij een modale Hong Kong-griep, om maar te zwijgen van klassieke epidemische ziekten als cholera. Maar het had weinig gescheeld of de westerse grenzen waren gesloten voor Afrikanen. Het enige virus dat ons werkelijk in zijn greep heeft, is het virus van de angst.